Nederlands zorgstelsel, net een dure planeconomie

Huisarts Annelies Leloup van huisartsenpraktijk Sarphatipark.
Huisarts Annelies Leloup van huisartsenpraktijk Sarphatipark. Foto ANP / Bart Maart

Er is niet alleen onvoldoende concurrentie onder verzekeraars, maar ook onvoldoende kennis over patiënten en zorgaanbieders. Communicatie naar burgers schiet tekort, meent macro-econoom Jim Louisse.

Ons zorgstelsel is een markt met vragers (patiënten, naasten) en aanbieders (medische professionals, ziekenhuizen, verpleeghuizen). Een derde partij opereert zowel aan de vraag- als aan de aanbodkant, de zorgverzekeraars. Zij verkopen verzekeringen aan alle meerderjarigen en zijn tevens ‘makelaar’.

Deze complexe markt wordt bewaakt en gereguleerd door de overheid, voornamelijk op het economische aspect. De juridische, ethische, sociale en medische randvoorwaarden staan nauwelijks ter discussie. Er is wél kritiek op de rolverdeling: patiënten en professionals staan grotendeels buitenspel.

De rol van patiënten is nu vergelijkbaar met die van leerplichtigen, medische professionals zijn gedegradeerd tot productiemiddelen die inefficiënt gebruikt worden. Zorgverzekeraars, Volksgezondheid, gemeenten en enkele verzelfstandigde diensten hebben de feitelijke macht.

Het systeem lijkt zodoende op een planeconomie: te duur, het rammelt aan alle kanten. Volgens OESO-cijfers zijn de Nederlandse zorgkosten per inwoner de afgelopen tien jaar verdubbeld. De totale uitgaven, als percentage van het bruto nationaal inkomen, zijn ook na de introductie van het stelsel in 2006 veel harder gestegen dan in België, Duitsland en Frankrijk.

Lees verder (€)