Na de verleiding komt de ellende

Werknemers hebben steeds vaker schulden. Dikwijls lopen ze vast en wordt het „één grote puinbak”. Een werkgever die de signalen herkent, kan veel doen.

Illustratie Nanne Meulendijks

De jonge marketeer leidt een gewoon leven. Huis, baan, vergevorderde plannen voor een eigen winkel. Maar hij is de verkeerde vrouw getrouwd. Ze begint steeds raarder gedrag te vertonen. Ze vraagt creditcards aan op zijn naam, spendeert veel geld aan spullen op Bol.com, koopt stapels kleren, meubels. Ze doet onmogelijk, leven met haar wordt „een nachtmerrie”. Als ze vreemdgaat, vertelt hij aan de telefoon, strandt het huwelijk.

Dan gaat het snel mis. De marketeer, die anoniem wil blijven, krijgt het huis niet verkocht. Hij heeft verplichtingen aan de nieuwe winkel die hij moet betalen. Zijn vrouw eist geld. Hun schulden – ze zijn in gemeenschap van goederen getrouwd – lopen op tot 120.000 euro. Naar de schuldhulpverlener gaat niet, want ze wil niet mee en ze wil ook niet scheiden. De schuldeisers leggen beslag op zijn loon. Wat overblijft – 600 euro per maand – wordt vaak door andere instanties opgeëist.

Hij herkent zichzelf al gauw niet meer terug. Hij vreest de postbode, koopt geen kleren meer. Hij is helemaal blut. Sommige weken heeft hij geen geld voor eten. „Ik heb zelfs een keer bij de Albert Heijn gestolen. Ik schaam me daar nog steeds voor. Dat ik dát deed.”

Hij is niet scherp meer op zijn werk en verkoopt minder. Doordat hij veel uren zwart bijklust is hij moe. Hij verwaarloost zijn vriendschappen en is in zijn hoofd alleen nog maar met zijn schuld bezig.

Overbesteding

Werknemers kunnen behoorlijk last hebben van schulden, weet Jeroen de Bree, directeur personeel en organisatie bij Sligro Food Groep. Bij zijn bijna 6.000 werknemers is in 2014 zo’n 300 keer beslag op het loon gelegd, staat in het jaarverslag. Het aantal neemt al vijf jaar toe, zegt hij. Na amper vier maanden zijn het er dit jaar al meer dan het hele vorige jaar, namelijk 316. Hij hoort hetzelfde verhaal ook van collega’s bij andere bedrijven, en cijfers ondersteunen het.

In zijn bedrijf werken veel mensen die in de laagste loonschalen zitten: in winkels en magazijnen, in transport. De meesten redden het wel met het geld, zegt De Bree aan zijn bureau op het hoofdkantoor in Veghel. Maar een deel ziet hij vastdraaien.

Overbesteding is vaak de oorzaak van schulden, „de verleidingen zijn groot”. Maar ook belastingen die eens per jaar komen en ziektekosten. „Op 1.600 euro netto is 375 euro eigen risico heel veel. Vaak zit er ook een maand tussen de rekening betalen en de kosten vergoed krijgen. Eén keer 300 euro kunnen ze wel overbruggen, vier keer 300 euro niet.” En dan gaan mensen ontkennen. „Enveloppen worden weggegooid, het wordt één grote puinbak.”

Als de deurwaarder beslag legt op het loon, weet De Bree dat er problemen zijn. Maar de chefs kunnen het vaak al eerder zien op de werkvloer. „Je krijgt een raar patroon in verzuim. We hadden een dame in het magazijn in Amsterdam, een hele goede kracht. Telkens was ze het einde van de maand ziek. Ze had dan geen geld meer voor een buskaartje.”

Ruzie op de werkvloer

Ander ‘schuldgedrag’: werknemers gaan geld lenen bij elkaar. De Bree: „Dat roept spanning op. Twee mensen op de werkvloer hadden laatst ruzie. Bleek over 180 euro te gaan.”  Mensen zijn onverklaarbaar afwezig, zitten opeens in een hok te bellen, omdat niemand het mag horen. Ze vragen vaker een voorschot – „het begin van de ellende” – of willen het vakantiegeld voor een wasmachine.

En dan de psychische klachten. Mensen met schulden worden slapeloos, gestrest, prikkelbaar, slordig, melden zich ziek. Personeelschefs schatten het verlies aan efficiëntie van mensen met financiële problemen op ruim 20 procent, stelde het Nibud vast. De Bree: „Maar heel weinig mensen blijven nonchalant en denken: van een kale kip kun je niet plukken.”

Hij wil er iets aan doen. De salarissen verhogen? Dat is onbetaalbaar, zegt hij. En wie echt in de schulden raakt, is ook met loonsverhoging niet geholpen. Hij huurt nu een budgetcoach in, die hij aan werknemers in de problemen aanbiedt.

Ook gaat hij een training voor zijn chefs organiseren hoe ze geldproblemen kunnen signaleren. „Soms denk ik eraan om een netwerk te bouwen voor mijn werknemers. Hulp bij belasting, hulp bij overstappen van elektriciteitsaanbieder, hulp bij pensioenvoorziening. Het is zo ingewikkeld geworden, allemaal. Maar ik heb niet overal de middelen voor. En ik worstel met de scheiding tussen werk en privé. Ik ben werkgever, ik vind het raar dat schuldhulp op mijn bordje komt.”

Schaarste

Nu de gemeenten verantwoordelijk zijn voor schuldhulpverlening én moeten bezuinigen, is er niet voor iedereen hulp. Moet een werkgever dat bieden?

Niet per se. Maar de investering kan wel lonen, zeggen Anneke Suvee en Sandra Meyerink van Kredietbank Nederland, een organisatie die hulp bij schulden aanbiedt. Suvee is hoofd advies, Meyerink is ‘budgetcoach’. Een werknemer met schulden is bovengemiddeld ziek, inproductief, en geneigd tot diefstal en fraude, weten ze.

De werkgever kan veel doen. In ieder geval de chefs leren waar ze op moeten letten. Personeelsbijeenkomsten organiseren over, bijvoorbeeld, toeslagen aanvragen. Of zoals De Bree doet een budgetcoach aanbieden, of een laagdrempelig inloopspreekuur organiseren. Suvee: „Maar noem het dan geen ‘schuldhulpverlening’, noem het ‘budgetadvies’.”

Aan preventie begint Sligro niet, net als het merendeel van de bedrijven dat in 2012 door het Nibud werd bevraagd. De Bree: „Pas als financiële problemen gevolgen hebben voor iemands functioneren, bemoei ik me ermee. Eerder gaat het mij eerlijk gezegd niets aan.” De politie, waar vorig jaar bij 600 mensen loonbeslag werd gelegd, geeft wel voorlichting.

Warme deken

Als Meyerink door een werkgever of de gemeente is ingehuurd, gaat ze met haar klant aan de eettafel zitten. Ze maakt een budgetplan, berekent het wekelijkse leefgeld en belt met schuldeisers over afbetaling of kwijtschelding. Ze is streng. „Veel mensen denken: ik heb recht op deze spullen. Dan moet ik vertellen: als je geen geld hebt, heb je er ook geen recht op. Vooral als ik aan het budget van de kinderen kom, is het moeilijk.”

Sommigen blijven ook na hulp hardnekkig schulden maken, een deel is al gebaat bij een paar gesprekken. Meyerink: „Als alles op een rijtje is gezet, ervaren mensen dat echt als een warme deken.”

Meyerink ziet een verschuiving in haar klantenbestand. „Vroeger had je het cliché van de bijstandsmoeder die geld leende om bij Wehkamp te bestellen. Nu zie ik meer mensen met een gewone baan, die een terugval in hun inkomsten hebben.”

Typische klanten: tweeverdieners met een mooi huis dat aan waarde verloren heeft. En dan een combinatie van tegenvallers: één verliest z’n baan of het stel gaat scheiden. Het ene kind moet een beugel, het andere een bril. Er is een studiereis, er zijn schoolkosten, eigen risico’s, niet vergoede apotheekkosten, onterecht uitgekeerde kinderopvangtoeslag, een bankkrediet. En, vooral: het bestedingspatroon wordt niet snel genoeg aangepast.

Al snel gaan mensen in de overleefstand, zegt Suvee, ze plannen niet meer. „Schuld is een vorm van schaarste. Zo voelt het ook. Mensen kunnen alleen nog maar denken: hoe koop ik morgen eten, hoe betaal ik de wasmachine?”

Zwartwerken

De jonge marketeer zoekt ook na zijn scheiding geen hulp. „Ik wilde er zelf uitkomen. Achteraf weet ik niet of dat wel slim was. Als je eenmaal een eerste stap hebt gezet, ga je best snel het verkeerde pad op.”

Hij laat zijn salaris op de rekening van een ander storten en sluist het geld door naar een buitenlandse rekening. Hij wisselt elke paar maanden van baan, tot er weer een loonbeslag volgt. Hij werkt veel zwart. Als hij geld verwacht, kijkt hij elk uur op z’n rekening om naar de pinautomaat te rennen – voor de schuldeisers toeslaan. „Je doet dingen die je nooit van jezelf had verwacht.”

Het lukt hem z’n schulden af te betalen. En nu functioneert hij, na jaren, eindelijk weer normaal, zegt hij. Hij durft weer geld aan zichzelf uit te geven, aan kleren, aan spullen. En hij is bezig een eigen bedrijf op te zetten, gewoon volgens de regels.

Laatst was hij op vakantie, met zijn nieuwe vrouw. Het was geweldig, zegt hij. „Ik weet nu dat het ook anders kan zijn.”