Jansons overtreft zich

Het afscheid van Mariss Jansons na elf chefsjaren (2004-2015) wordt door het Koninklijk Concertgebouworkest gevierd met een 14-cd-box met liveopnamen. Het repertoire is breed: dertig componisten, vanaf Beethoven tot Andriessen. Natuurlijk Mahler en Bruckner, veel twintigste-eeuws, zoals Messiaen, Berio, Stravinsky. De selectie is progressiever dan het imago van de dirigent, die hier zijn faam als topmaestro volledig waarmaakt. Verrassend is de constatering dat er repertoire is waarin Jansons zichzelf nog overtreft. Het is laat-romantische muziek met grote emotionele woelingen en diepe existentiële kwellingen: ‘Tod und Verklärung’ van Strauss, de ‘Pathétique’ van Tsjaikovski. En het zijn stukken met spectaculaire, groteske effecten: draai de volumeknop flink uit en luister naar de weergaloze ‘Symphonie fantastique’ van Berlioz, de doldraaiende ‘La valse’ van Ravel en de verpletterende post-Sacre-muziek ‘Amériques’ van Varèse.