Indonesië stuurt 400 vluchtelingen terug de zee op

Migranten uit Birma zijn ondergebracht in het stadion van Lhok Sukon op Sumatra.
Migranten uit Birma zijn ondergebracht in het stadion van Lhok Sukon op Sumatra. Foto EPA / Zikri Maulana

De Indonesische marine heeft een boot met honderden vluchtelingen uit Birma en Bangladesh terug de zee op gestuurd. Dat meldt persbureau AFP op gezag van een woordvoerder van de lokale marine.

Voedsel en water mee

De boot met zo’n 500 mensen aan boord vertrok gisteren uit de provincie Atjeh (op de noordpunt van Sumatra). Het is niet bekend waar het schip precies naartoe ging, maar volgens een woordvoerder wilden de vluchtelingen helemaal niet naar Indonesië, maar naar Maleisië.

De vluchtelingen hebben voedsel, water en medische spullen gekregen voordat ze werden weggestuurd door vier marineschepen. De boot werd gisteravond laat gesignaleerd in de Straat van Malakka.

Toename van vluchtelingen naar Maleisië en Indonesië

Het aantal bootvluchtelingen dat naar Indonesië en Maleisië gaat, is de afgelopen tijd sterk gestegen. Voorheen brachten mensensmokkelaars hen vooral naar Thailand, maar die route is nu minder aantrekkelijk omdat Thailand zijn beleid onlangs verscherpte. De aanleiding daarvoor was de vondst van een massagraf: 26 Rohingya lagen begraven in de jungle van Thailand. Zij zijn waarschijnlijk omgekomen door ziekte en honger en begraven door mensensmokkelaars.

Afgelopen dagen zijn meer dan 2000 bootvluchtelingen gered voor de kust van Indonesië en Maleisië. Zo kwamen op 10 mei twee boten met aan boord vijfhonderd Rohingya aan in het westen van Indonesië. Veel Rohingya-moslims ontvluchten hun land, waar boeddhisten in de meerderheid zijn, door per boot via Thailand naar Maleisië of Indonesië te reizen. Bengalen ontvluchten hun land vaak vanwege de armoede in Bangladesh.

De Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) zegt dat er een vluchtelingencrisis aan de gang is voor de kust van Thailand, Maleisië en Indonesië. Er wordt geschat dat er zo’n 8000 vluchtelingen uit Bangladesh en Birma per jaar op gammele bootjes de oversteek wagen naar omringende landen. Aan boord is vaak te weinig eten en drinken en verspreiden ziektes zich snel.