‘Er is niets geregeld voor achterblijvers van vermisten’

Dat stond woensdag in de Volkskrant

Illustratie Martien ter Veen

De aanleiding

Vermiste personen moeten een aparte juridische status krijgen. Daarvoor pleitten Slachtofferhulp Nederland, de Vereniging Achterblijvers na Vermissing en familieleden woensdag in een artikel op de voorpagina van de Volkskrant. In het bericht – dat onder meer door de NOS, NU.nl en NRC Handelsblad werd overgenomen – staat dat achterblijvers soms in ernstige praktische en financiële problemen komen, omdat zij niet uit naam van het vermiste familielid kunnen handelen.

Slachtofferhulp krijgt via de politie jaarlijks ongeveer 150 zaken doorgespeeld van Nederlanders die langdurig vermist zijn in binnen- en buitenland, schrijft de Volkskrant. „Hun familieleden komen in een bureaucratische rompslomp terecht, omdat banken en overheidsinstellingen geen protocol hebben voor het omgaan met mensen die zijn verdwenen, maar van wie niet is bewezen dat ze zijn overleden.” Een aparte juridische status voor vermisten zou dat oplossen, zegt woordvoerder Harriët Koelewijn van Slachtofferhulp. Ook Inger de Vries, initiatiefneemster van de petitie ‘Status Vermist’ wordt geciteerd: „Voor nabestaanden van iemand die overlijdt zijn er regelingen, maar als iemand vermist raakt, is er niets.”

Houdt de wet nu geen rekening met vermiste personen? We zoeken het uit.

En, klopt het?

We bellen eerst het ministerie van Veiligheid en Justitie. De woordvoerder wijst op de informatiefolder ‘Wat te doen als iemand vermist wordt’. Hierin staat dat in de wet enkele regelingen zijn opgenomen die gebruikt kunnen worden om de juridische en financiële problemen op te vangen die ontstaan wanneer iemand langdurig vermist blijft.

In deze regelingen – te vinden in artikel 409 tot en met 430 in Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek – staat dat wanneer iemand zijn woonplaats heeft verlaten terwijl hij niet heeft gezorgd dat er voor zijn bezittingen wordt gezorgd, er door de kantonrechter een bewindvoerder kan worden benoemd om de belangen van de afwezige te behartigen.

Daarnaast kan er als iemand vermist is na vijf jaar een ‘verklaring van vermoedelijk overlijden’ worden aangevraagd. Als de dood van de vermiste persoon waarschijnlijk is (bijvoorbeeld als hij of zij aan boord van een neergestort vliegtuig zat) kan dat na één jaar.

Dat er ‘niets’ is voor achterblijvers van vermisten is dus onjuist. Waarom worden deze regelingen niet genoemd in de Volkskrant? We vragen het aan de auteur van het artikel. Die laat weten dat ze op de hoogte was van de mogelijkheid om iemand ‘vermoedelijk overleden’ te laten verklaren, maar dat dit niet in het stuk is beland wegens ruimtegebrek. „Bovendien”, mailt ze, „wordt het door achterblijvers niet als een goede oplossing gezien vanwege de lange ‘wachttijd’.” Van het ‘afwezigheidsbewind’ hoorde ze pas achteraf. „Als ik dat had geweten had ik het vermeld, want het is wel relevant.”

Er zijn dus wel degelijk regelingen voor vermisten. Maar klopt het dat er voor hen geen juridische status is, zoals het artikel suggereert? De woordvoerder van Slachtofferhulp verwoordt het als volgt: „Je bent voor de wet levend of je leeft niet meer.” Is dat de juiste interpretatie?

„Je kunt in zekere zin zeggen dat het recht ofwel levende, ofwel overleden personen kent”, zegt Henny Sackers, hoogleraar sanctierecht aan de Radboud Universiteit. „Het Burgerlijk Wetboek kent een regeling voor ‘personen wier bestaan onzeker is’, denk bijvoorbeeld ook aan een ongeboren kind.” De tussencategorie ‘onzekere personen’ is een uitzondering, zegt Sackers, die juridisch tot ofwel leven, ofwel dood moet leiden, maar in die categorie vallen alleen vermisten die vermeend slachtoffer van een misdrijf zijn. „Is er geen strafrechtelijke achtergrond, bijvoorbeeld bij personen die zelf ‘kwijt’ willen worden, dan voorziet het recht niet in een aparte status.”

Conclusie

Voor vermiste personen bestaat op dit moment inderdaad geen speciale juridische status. Maar dat wil niet zeggen dat de wet geen rekening houdt met vermisten. In de Volkskrant stond dat achterblijvers van vermisten niet uit naam van de vermiste kunnen handelen. Dat is feitelijk onjuist: in de wet zijn wel degelijk regelingen voor ‘onzekere personen’ opgenomen. We beoordelen de stelling daarom als grotendeels onwaar.