Eindelijk prijs voor ‘de zichtbare man’

Adriaan van Dis met zijn Libris-penning ontworpen door Irma Boom.
Adriaan van Dis met zijn Libris-penning ontworpen door Irma Boom. Foto ANP

Hij had zijn ‘verliezersglimlach’ al geoefend, zei Adriaan van Dis in de reportage die vooraf ging aan de uitreiking van de Libris Literatuurprijs, gisteravond. Het was ditmaal niet nodig: na drie eerdere nominaties voor grote literaire prijzen kreeg Van Dis eindelijk de hoogste eer voor Ik kom terug, volgens juryvoorzitter Wim Pijbes „een uitzonderlijke roman, die op tragikomische wijze naar de kern van het menszijn graaft”.

Behalve de cheque van 50.000 euro kreeg Van Dis een door vormgeefster Irma Boom ontworpen penning, die de winnaar voortaan krijgt. Van Dis hield hem dadelijk olijk voor zijn oog. De last die van de schouders van de winnaar viel, was de uren daarvoor bij alle genomineerden zichtbaar geweest: onaangeraakte toetjes, toiletbezoek, geruststellende woorden („Ik zie je trillen maar dat mag”), nerveuze grappen en mooie impulsieve gebaren, zoals genomineerde Gustaaf Peek (Godin, held) die halverwege het diner plotseling van zijn stoel opstond en de halve zaal doorkruiste om Kees ’t Hart (Teatro Olimpico) even te knuffelen. Dat volgde op het dankbaarste onderdeel van de avond: het voorlezen van een fragment uit de genomineerde boeken door acteur Gijs Scholten van Aschat. Peek: „Het was alsof ik mijn eigen tekst voor het eerst hoorde.”

Nadat het vonnis was geveld, zei Van Dis in zijn toespraakje dat „mijn verliezers” hem „tot twaalf uur mochten haten”. Kort voor twaalven gaf hij in een rustig kamertje apart van de borrel toe dat er wel degelijk een last van zijn schouders was gevallen, juist omdat hij nu eenmaal een van de bekendste schrijvers van het land is. „Ik ben de zichtbare man. De onzekerheid die bij zo’n nominatie hoort is vreselijk, je bereidt je toch voor op een teleurstelling. Er wordt van schrijvers nu eenmaal een soort circuskwaliteit verwacht. En als je niet wint, mag je nooit je bitterheid tonen.”

Eerder op de avond al had Van Dis, gevraagd naar het portret dat hij van zijn moeder schetste in het winnende boek, gezegd dat hij het zelf was, „in mantelpak”. Na afloop verzette hij zich tegen de gedachte dat de bekroning van Ik kom terug past in een trend van ‘moederboeken’, waar dan ook Maarten ’t Harts Magdalena toe zou behoren. „Het is echt niet iets van deze tijd. Ik kwam onlangs nog een mooie roman van Jan de Hartog tegen. Over zijn moeder.” Voor zijn volgende boek wil hij een tijd naar Israël. „Dat financier ik zelf en daarbij helpt deze prijs natuurlijk wel.”

De andere genomineerden, onder wie ook de Vlaming Peter Terrin (Monte Carlo) en de aanstaande Boekenweekauteur Esther Gerritsen (Roxy), leken intussen weinig aanleiding te zien om de winnaar te haten. „Iedereen komt naar me toe om me op te beuren”, zei de met De consequenties genomineerde debutante Niña Weijers. „Maar ik ben helemaal niet teleurgesteld. Ik heb dan ook niet het idee dat dit mijn laatste kans was.”