De man die Congo nooit kon vergeten

Jef Geeraerts (1930-2015)

Schrijver

Hij was het koloniale geweten van België. En de schepper van spannende én intieme romans.

Jef Geeraerts in 1995.
Jef Geeraerts in 1995. Foto Kippa/ANP

In 1960 nam Jef Geeraerts afscheid van Belgisch Congo, het land waar hij zes jaar diende als gewestbeheerder. Dit gedwongen afscheid van het inmiddels onafhankelijke Congo tekende zijn leven. En het inspireerde hem tot een groots oeuvre, dat begon met Ik ben maar een neger (1962) en een voorlopig hoogtepunt bereikte in Gangreen 1 (Black Venus, 1968) en Gangreen 2 (De goede moordenaar, 1972).

Deze autobiografische romans zorgden voor commotie in het Belgische parlement. Nooit eerder had een ambtenaar zo onomwonden over koloniale misstanden geschreven. Geeraerts werd het Congo-geweten van België. Daarom is het des te opmerkelijker dat Geeraerts ontbreekt in de monumentale studie Congo. Een geschiedenis (2010) van David Van Reybrouck.

Maandag is Geeraerts op 85-jarige leeftijd overleden in zijn woonplaats Drongen bij Gent. Hij is de schepper van een veelzijdig oeuvre: na de Congo-romans wijdde hij zich aan politieke thrillers en politieromans, die hij nooit zo noemde. Spannende titels als De zaak Alzheimer (1985; verfilmd in 2003), Double-face (1990) en Dossier K. (2002) beschouwde hij als literatuur.

Met Gangreen 1 en Gangreen 2 schreef hij, naar eigen zeggen, het „Congo-syndroom” van zich af. Schrijven was voor Geeraerts ook een therapeutische aangelegenheid. Dat uitte zich in zijn eerste romans in een koortsachtige stijl met zinnen die pagina’s lang voortjagen. Gangreen 1 werd wegens racisme en pornografie door justitie in beslag genomen; een jaar later, in 1969, verwierf de roman de Staatsprijs voor verhalend proza.

In 2010 ging Geeraerts terug naar Congo ter gelegenheid van de 50-jarige onafhankelijkheid. Hij noemde de Belgische overheersing een „schurkenstreek van koning Leopold II die miljoenen mensen het leven kostte”.

Naast deze felbewogen, overrompelende romans en de meer afstandelijke thrillers is Geeraerts auteur van enkele intieme en verstilde boeken, die ten onrechte minder bekend zijn geworden. In het poëtische Nachtvogels (1994) en vooral in Tien brieven rondom liefde en dood (1971) verbindt hij op prachtige wijze ontheemding met verlangen naar liefde. Ogenschijnlijk laat hij hierin het Congo-thema achterwege, maar telkens duikt het land dat hij een „mysterie” noemt weer op. In een interview met deze krant merkte hij eens op dat „nostalgie levenshonger en sterfangst in balans houdt”.