Britten hebben gelijk en verdienen steun in de EU

Nederland moet de dreiging van de Britten om uit de EU te vertrekken aangrijpen om de macht uit Brussel te spreiden, vindt Tom Leijte.

Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Engeland heeft de afgelopen verkiezingen voor Engeland gekozen. Zo analyseert Politico, het recent in Europa gelanceerde politiek medium, de afgelopen Britse parlementsverkiezingen. Volgens Politico zijn de Conservatieven gezwicht voor de electorale verleiding van het nationalisme, wat zijn vruchten heeft afgeworpen. Het is echter geen achterlijk nationalisme wat de Britten in hun greep heeft.

Op veel vlakken is het Europese project namelijk losgeslagen. De harmonisatie binnen de Unie breidt langzaam maar zeker uit, terwijl er weinig oog is voor de problemen die dit meebrengt. Zo berichtte de Financial Times dat ambassadeur George Osborne namens de Britse regering naar Berlijn afreist.

Een van de gespreksonderwerpen zal uitkeringstoerisme zijn. Het Verenigd Koninkrijk kent geen systeem van sociale premies, zoals Duitsland, dus iedere Europese immigrant heeft op grond van het vrije verkeer van goederen recht op dezelfde uitkeringen. Dit drukt flink op de begroting. Dat de Britten dit soort problemen eindelijk aan willen pakken, mag geen nationalisme heten.

Het aanbod van de zojuist herkozen Conservatieve premier David Cameron aan de Europese Unie is daarom helemaal niet zo gek. Hij legt de EU een keuze voor. Sowieso organiseert Cameron een ‘in or out’-referendum voor het eind van 2017. Als de EU meewerkt met Cameron en de Unie hervormt, zal de Conservatieve leider campagne voeren om in de Europese Unie te blijven. Als de hervormingen mislukken of te weinig verstrekkend zijn, voert Cameron campagne voor het verlaten van de EU.

In Brussel wordt dit ervaren als chantage. Dat is onterecht. De overdracht van soevereiniteit van lidstaten naar de Europese Unie wordt namelijk niet meer gedragen door grote delen van de volken in Europa. Dit is niet alleen af te zien aan bijvoorbeeld de opmars van eurosceptische partijen als de United Kingdom Independence Party, het Front National en, van eigen bodem, de PVV. Ook zijn de gevestigde partijen veel kritischer geworden op het Europese project.

Waar VVD en PvdA eerst te boek stonden als voorstanders van meer Europese integratie, zijn de PvdA en vooral de VVD veel behoudender geworden over het Europese project. Alleen elitepopulisten als D66 en GroenLinks zijn nog naïef optimistisch over de Europese Unie.

Veel is er al geschreven over hoe vreselijk een Brits vertrek uit de Europese Unie zou zijn voor Nederland. Niet langer kan Den Haag dan de traditionele brugfunctie vervullen tussen Berlijn en Londen. Nederland is na een Brits vertrek niet meer dan het kleine broertje van Duitsland, dat slechts traditioneel boos zal zijn over Zuid-Europees wanbeleid, maar zich dan toch bij de meerderheid moet neerleggen.

Weinig is er geschreven over de kansen die de huidige situatie biedt om de Europese Unie daadwerkelijk te hervormen. In plaats van meegaan met de Europese status quo, is de onvrede over de Europese Unie in Nederland ook gegroeid. Het referendum over de ‘Europese Grondwet’ in 2005 was het begin van die onvrede. Hoewel alle grote politieke partijen vóór het referendum pleitten, stemde 61,5 procent van de Nederlanders tegen. Uiteindelijk is de Europese Grondwet met het Verdrag van Lissabon via de achterdeur alsnog ingevoerd en kreeg het Brusselse establishment wat het wilde.

Dat Cameron nu met een eisenlijst naar de Brusselse kaasstolp vertrekt, moet door ons in Nederland daarom niet met angst worden bekeken. Veel eisen die hij formuleert, met uitzondering van inperking van het vrij verkeer van personen, lopen namelijk parallel met de wensen van veel Nederlandse partijen en van veel Nederlanders. Nederland kan eraan bijdragen dat Camerons strategie een succes wordt.

Camerons laatste campagne in de Europese Unie liep namelijk uit op een faliekante mislukking. In zijn eentje liep hij te hoop tegen de kandidatuur van de extreem regenteske Jean Claude Juncker voor het voorzitterschap van de Europese Commissie.

Zoals het echter werkt in Brussel, was Juncker de man die uit de tombola van de parlementsverkiezingen naar voren kwam. Cameron kreeg alleen steun van de zeer conservatieve Hongaarse premier Orbán.

Steun van Orbán voor een voorstel doet in Brussel eerder kwaad dan goed. De Nederlandse coalitie van VVD en PvdA wordt in de Europese Unie echter wel gerespecteerd. Als Cameron en Rutte daarom de handen ineenslaan en samen op zoek gaan naar bijval voor hun voorstellen, die op steun van Noord-Europese collega’s kunnen rekenen, is de kans op hervorming van de Europese Unie ineens een stuk groter. Positief bijeffect is dat de kans op een Brexit bij Europees succes van Cameron en Rutte ineens een stuk kleiner is.

Het voordeel voor het Nederlandse kabinet van nieuwe onderhandelingen met de Europese Unie is echter groter dan dat. Het is algemeen bekend dat dit kabinet worstelt met het vinden van een visie voor de laatste twee jaar. Algemeen wordt aangenomen dat een grote hervorming van het belastingstelsel niet realistisch is. Misschien kan de coalitie zich nu richten op hervorming van de Europese Unie, een dossier waar VVD en PvdA elkaar mogelijk wel snel zouden kunnen vinden.

De einddatum van Camerons belofte is immers dezelfde als de afloopdatum van dit kabinet: 2017.