Afwachten wat de rechter vindt van bed-bad-brood

Het akkoord over de opvang van uitgeprocedeerde asielzoekers is nog niet definitief.

Demonstratie in Den Haag.
Demonstratie in Den Haag. Foto ANP

Deze rechtszaak kon het moeizaam gesloten coalitieakkoord over bed-bad-brood maken of breken. Tenminste, zo zag het kabinet de zaak die de hoogste bestuursrechter, de Raad van State, gisteren behandelde over de opvang van zes uitgeprocedeerde asielzoekers. Centraal stond de vraag of het rijk ook uitgeprocedeerden moet opvangen die niet meewerken aan hun vertrek.

Maar de zaak, die volgens het kabinet tot een „richtinggevende” uitspraak zou leiden, werd gisteren ter zitting ingetrokken door de advocaat van de asielzoekers, Pim Fischer. Nu moet het kabinet langer wachten op een uitspraak die het coalitieakkoord teniet kan doen.

Fischer trok de zaak in omdat hij voor deze cliënten niet alleen had geprocedeerd tegen de staatssecretaris, maar ook tegen de gemeente Amsterdam. En in die zaak won hij afgelopen vrijdag: de rechtbank bepaalde dat Amsterdam de uitgeprocedeerden onvoorwaardelijk opvang moet bieden. Daarom vond Fischer de zaak tegen het rijk niet meer nodig.

Het kabinet wilde wel graag een uitspraak, omdat het wil weten hoe Nederlandse rechters oordelen over opvang van uitgeprocedeerden. In november publiceerde het Europees Comité voor Sociale Rechten (ECSR) een kritische uitspraak over dit thema. Volgens dit comité, onderdeel van de Raad van Europa, hebben ook illegalen die het land moeten verlaten recht op minimale voorzieningen.

Maar de 47 ministers van Buitenlandse Zaken van diezelfde Raad van Europa formuleerden vervolgens een uitspraak die voor meerdere interpretaties vatbaar was. Hierdoor ontstond spanning in de coalitie. De PvdA wilde opvang bieden en de VVD niet. Ze vonden elkaar in een compromis: wel opvang, maar voor „een beperkt aantal weken”, en slechts in zes gemeenten.

Terwijl staatssecretaris Klaas Dijkhoff (Asiel, VVD) hierover nu onderhandelt met de desbetreffende gemeenten, is het wachten op volgende rechterlijke uitspraken.

De rechtbank Amsterdam volgde de lijn van het ECSR in haar vonnis van vrijdag, waarin de cliënten van Fischer in het gelijk werden gesteld. De rechtbank noemde het een „gezaghebbende uitspraak” die belangrijk is voor de „interpretatie” van Europese verdragen.

Ook een hogere rechter zal zich binnenkort uitspreken. De Centrale Raad van Beroep, de hoogste bestuursrechter op het gebied van sociale zekerheid, zal oordelen in een vergelijkbare zaak tegen de gemeente Amsterdam. Als deze raad bepaalt dat gemeenten onvoorwaardelijk opvang moeten bieden, betekent het dat het moeizaam gesloten coalitieakkoord alsnog in de prullenbak belandt.