Onderzeese golven van 200 meter

Je ziet ze niet, maar onder de zeespiegel klotsen ze onophoudelijk: de onderwatergolven. Het zijn rimpelingen van de grens tussen verschillende waterlagen: brak en zout, warm en koud, lichter en zwaarder. In de Zuid-Chinese zee kunnen zulke onderwatergolven wel 200 meter hoog worden, zo meldden onderzoekers van het project IWISE (Internal Waves in Straits Experiment) in Nature. IWISE is een Amerikaans onderzoeksproject naar onderzeese golven opgewekt in de relatief ondiepe Straat van Luzon, tussen Taiwan en de Filippijnen. Van daaruit waaieren ze uit naar de Zuid-Chinese Zee.

De onderzoekers gebruikten meetboeien, onderwatersondes en akoestische sonarmetingen vanuit het onderzoeksschip Ocean Researcher.

De officiële ontdekking van het onderzeese verschijnsel staat op naam van de Noorse onderzoeker en poolreiziger Fridtjof Nansen, die in 1883 klaagde dat zijn zeilschip de Fram niet vooruit te branden was op een ogenschijnlijk kalme poolzee. Zeelui kenden het verschijnsel al langer als ‘doodwater’. Een verklaring vond Nansens student Vagn Walfrid Ekman: het schip vaart op een laag zoetwater van enkele meters diep, bijvoorbeeld smeltwater, die ligt bovenop een zwaardere laag zout water. Als het schip vooruit vaart, trekt het forse hekgolven in die grenslaag, die het schip afremmen.