Topscorer Memphis groter dan eredivisie

Het PSV-publiek genoot nog één keer van een goal van Depay, sinds zijn twaalfde in Eindhoven actief. Opvolger? Er is „geen tweede Memphis.”

PSV-middenvelder Adam Naher (rechts) in duel met Thomas Bruns van Heracles. Foto ANP
PSV-middenvelder Adam Naher (rechts) in duel met Thomas Bruns van Heracles. Foto ANP Foto ANP

Een vrije trap, uiteraard een vrije trap, van ruim dertig meter. Langs de zwart-witte muur van Heracles, buiten bereik van doelman Bram Castro, zoeft de bal binnen voor zijn 22ste goal van het seizoen. Fraai eresaluut in de laatste thuiswedstrijd van Memphis Depay voor PSV.

Wat daar aan voorafgaat, zou je kunnen kenschetsen als de vrijpostigheid van een vedette. Depay legt de bal neer, precies zoals hij wil. Te ver vooruit? Scheidsrechter Ed Janssen legt de bal een meter terug, op het plekje waar hij met de spray gespoten had. Brutaal rolt Depay de bal weer naar voren, precies zoals ie net lag. Even goed leggen nog. Janssen laat het er bij zitten. Depay legt aan. Doelpunt. Heraclieden boos.

Voor wie het nog niet wist: Depay (21) is groter dan de eredivisie. Met dit 22ste doelpunt wordt hij vrijwel zeker topscorer. En van grotere symbolisch aard: hij overvleugelt daarmee de 21 goals van recente topscorers in Eindhoven als Dries Mertens en Jefferson Farfán en zo maakt hij zijn status als grootste ster van de afgelopen jaren ook in productiviteit waar. Altijd maar knallen op goal, skiete Memphis, soms tegen beter weten in.

Steven Bergwijn (17) van PSV „kijkt veel naar Memphis, hoe hij beweegt. Hij is een voorbeeld voor me.” Zoals Depay op zijn beurt weer naar Cristiano Ronaldo opkijkt. Zo is de hiërarchie: baas boven baas. Bergwijn, Depay, Ronaldo. Alleen is Depay vorige week donderdag ineens in het universum van wereldsterren gekatapulteerd, met de transfer naar Manchester United die hem deze zomer tot multimiljonair maakt.

De in Eindhoven aanwezige Britse pers probeert hem na de wedstrijd tegen Heracles (2-0) vast te pinnen op voorkeuren voor medespelers en posities bij United. Depay laat het zich allemaal aanleunen. „Ik kijk uit naar samenspelen met Rooney, net als met al die grote spelers daar.”

Zijn transfer wordt gezien als inspiratie voor de jeugd bij PSV: doe zoals Memphis! PSV strijkt ruim 28 miljoen euro op, wat met prestatiebonussen op kan lopen tot 32 miljoen. Bergwijn gaat niet gebukt onder de vergelijking met Depay. „Het hoort erbij, maar ik speel gewoon mijn eigen spel”, zegt de A-junior. Hij valt tegen Heracles, bij zijn competitiedebuut voor PSV, in voor Jürgen Locadia en begint dus als rechteraanvaller. Pas als Depay vijf minuten later onder begeleiding van een staande ovatie het veld verlaat, schuift Bergwijn naar de vrijgekomen linkerkant als de, wie weet, nieuwe Memphis Depay?

Zeer voorbarig allemaal. Wonderkinderen komen niet van de lopende band. Niet zoals Depay in ieder geval, de manjongen met – voor zover de ideale bouw voor topvoetbal bestaat – een genetisch meesterwerk voor een lichaam. Eindhoven heeft gisteren afscheid genomen van zijn duurst verkochte zelf opgeleide speler, al moet een officieel afscheid nog volgen. „Vandaag voelde ik echt dat ik in het hart zit bij de supporters, en dat is wederzijds”, zegt Depay na afloop.

Zijn magnetische aantrekkingskracht vloeit bijna vanzelfsprekend voort uit zijn spectaculaire spel en charisma. Depay loopt het veld op met een kleintje uit zijn familie op de arm, zoals traditie is bij laatste thuiswedstrijden bij PSV. Hij is zich ten volle bewust van de beeldcultuur in het voetbal. Afgelopen november ontfermde hij zich over het achtjarige ventje Jens. Het PSV-supportertje was in de verdrukking geraakt bij een opstootje in het publiek bij Heracles in Almelo.

Jens Bastings is zijn naam, uit Waalre. Hij kreeg het shirt van Depay om zijn tranen te drogen en werd, waarschijnlijk, fan voor het leven. „Het was al zijn favoriete speler”, zegt vader Ralph Bastings in het PSV-café Willy & Coen, vlak voor de wedstrijd tegen Heracles begint. Jens zelf, gekleed in het nieuwe paarse uitshirt van PSV met nummer 7 en ‘Jens’ op de rug, vult aan: „Ik speel zelf ook met nummer zeven, bij DVS F1.” Het shirt van Depay hangt nu bij de kast in zijn kamer. Zijn vader heeft beloofd dat ze ook een keer naar Manchester gaan, volgend seizoen, om te kijken naar Depay. „Jammer dat hij weggaat, maar zo gaat dat nou eenmaal”, zegt Jens.

Op de tribune zitten tijdens de wedstrijd twee meisjes in PSV-shirts, met nummer 7 en de naam Memphis op de rug. Ze proberen met hun smartphones de laatste meters van Depay in het stadion vast te leggen. Een popidool? Marcel Brands zag Depay wel eens lopen met pet en zonnebril en toen dacht de technisch directeur van PSV wel eens: ‘wat een clown’. Tot hij er achter kwam dat Depay zonder pet en bril amper normaal over straat kan.

Memphis Depay werd razendsnel een ster in Eindhoven, met vorige zomer het WK als mondiaal podium waar hij aanpikte en de standaarden van Louis van Gaal bleek aan te kunnen. Hij bleef een jaar langer bij PSV dan in de opportunistische voetbalwereld gebruikelijk is bij een talent van zijn kaliber. Zo werd hij kampioen en schopte hij het in een jaar tot een (bijna) verdubbeling van zijn marktwaarde. Perfect gepiekt. En nu? In Bergwijn ziet hij wel een opvolger, zegt Depay als hem gevraagd wordt naar wie er in zijn schoenen past. „Er loopt hier heel veel talent rond.”

Depay was, niet zo lang geleden nog, ook een trappelende jongen wiens geldingsdrang hem tot grote hoogten stuwde. PSV-coach Phillip Cocu haalde afgelopen vrijdag herinneringen op. De frustratie toen Dries Mertens de jonge Depay in de weg stond op zijn weg naar het eerste. Cocu, destijds assistent-trainer, zag Depay worstelen. „Als jongen van achttien wil je alleen maar spelen.”

Een opvolger? Cocu waakt ervoor iemand dat etiket op te plakken. Er is „geen tweede Memphis.”