Kuddedieren. Over het toerisme in de hoofdstad

De drukte in Amsterdam is een terugkerend thema. Amsterdammers klagen dat het te druk is, dat hun stad geen Venetië mag worden. Maar waar komen toeristen eigenlijk en wat zien ze van de stad? Nrc.next gaf ze gps-trackers mee.

De drukte in Amsterdam is een terugkerend thema. Amsterdammers klagen dat het te druk is, dat hun stad geen Venetië mag worden. Maar waar komen toeristen eigenlijk en wat zien ze van de stad?

Om daarachter te komen boekten we vijf nachten in twee verschillende hostels. We gingen op vakantie in de stad waar we wonen en kwamen terecht in een wereld die we niet kenden. Een wereld van bier om half 12 ’s ochtends en wachtrijen.

Ook gaven we toeristen een gps-logger mee, waarmee we precies konden meten hoe zij zich door de stad bewogen. De conclusie: Amsterdam is eigenlijk al een soort van Venetië.

30 toeristen, 30 zenders

Wat ziet de toerist in Amsterdam? Door welke straten slentert hij? In welke delen van de stad komt hij en wat slaat hij over? Over toerisme in Amsterdam is veel bekend, maar welke routes toeristen volgen weet niemand precies. Om daar inzicht in te krijgen vroegen wij aan dertig toeristen(groepen) of ze tijdens hun verblijf in de hoofdstad een gps-logger met zich mee wilden dragen. De routes die ze hebben afgelegd zie je op deze kaart.

Bekijk de routes in detail door met je muis over de kaart te bewegen. Het laden kan even duren. Of bekijk de kaart in een apart scherm.

Hoe gingen we te werk?

Medewerkers van hostel The Flying Pig en het Mövenpick Hotel (****) vroegen op verzoek van nrc.next bij het inchecken aan hun gasten of ze zo’n gps-logger met zich mee wilden dragen, een apparaatje ter grootte van een usb-stick, dat om de vijf afgelegde meters de locatie en het tijdstip opslaat. Allerlei soorten toeristen deden mee: van alleen reizende backpackers tot bejaarde Amerikaanse echtparen op rondreis en Britse jongeren uit groepen.

Wat zijn de resultaten?

Hoewel de actieradius van de toeristen in het viersterrenhotel iets groter was en de hostelbezoekers meer tijd doorbrachten in het Wallengebied, zijn de verschillen tussen de twee groepen niet heel groot. Ze bezoeken niet alleen dezelfde plekken, maar volgen vaak ook precies dezelfde routes. Zo loopt vrijwel iedereen over het deel van de Prinsengracht tussen het Anne Frank Huis en de Leidsestraat. Dat betekent ook dat er grote delen van het centrum zijn die veel toeristen overslaan.

De belangrijkste toeristische as loopt vanaf het Centraal Station via het Damrak (of een van de parallelle straten), via de Dam, het Spui, Leidsestraat richting het Leidse- en het Museumplein. Aan de oostzijde lijkt de Amstel een natuurlijke grens te zijn: die wordt bijna alleen overgestoken door toeristen in een Hop-on, Hop-off-bus.

Wat zeggen deze data?

Deze kaart schetst wat in de hoofdstad het domein is van de toerist: slechts een klein deel van de binnenstad. De centrale toeristische as is een kleine drie kilometer lang en dat is maar net iets langer dan de afstand van Stazione Santa Lucia naar het Piazza San Marco: Amsterdam is al een soort Venetië. En tegelijk laat het zien dat je altijd kunt ontsnappen aan het massatoerisme. Er zijn twee lijntjes die tot ver buiten de stadsgrenzen reiken. Ook dat zijn de backpackers.

De 30 toeristen zijn een ruwe doorsnede van het Amsterdamse toerisme, maar helemaal representatief is dit onderzoek natuurlijk niet. Zo zijn de metingen alleen gedaan in februari en maart van dit jaar. In de zomer zullen meer toeristen fietsen huren (en hun actieradius flink vergroten).

De toerist die niemand wil

Amsterdam trekt duizenden jonge toeristen. Ze blijven kort, blowen veel en geven weinig uit. Romy van der Poel logeerde vijf nachten bij de backpackers. „Oh, Amsterdam”

1.

Bed 10 staat in de hoek van de slaapzaal, het verst van de deur. Er ligt een jongen in met warrige zwarte haren, hij heeft zijn bril nog op. „Volgens mij is dit niet jouw bed”, zegt het Amerikaanse meisje van bed 12 voorzichtig. Ze zit in kleermakerszit op haar lakens, stijlt haar haren. De jongen reageert niet.

„Je ligt in hun bed.” De Spanjaard van bed 7, die net zijn ogen nog dicht had, bemoeit zich er nu ook mee. Dan slaat de jongen zuchtend de witte lakens van zich af. Hij klimt naar het bovenste bed, blijkt zijn kleren nog aan te hebben, en gaat naast zijn vriend liggen. Het is broeierig warm in slaapzaal 306 van het Bulldog Hostel in Amsterdam. Onze lakens zijn beslapen en verkreukeld.

2.

Het einde van de Oudezijds Voorburgwal, huisnummer 330, is zoals er zoveel straten zijn in het centrum van Amsterdam. Smalle huizen met hoge ramen waar de gordijnen dichtzitten. Een krappe stoep waar je net met z’n tweeën naast elkaar kunt lopen. Waar voetgangers hun blik naar beneden richten als ze elkaar passeren.

Maar loop eens terug. Ter hoogte van nummer 268 zal er iets veranderen. Alsof je een andere wereld binnenloopt. Die van bier om half twaalf ’s ochtends. Zonnebrillen als het regent. Grijze trainingsbroeken. Vrijgezellenfeesten. Italianen. Britten.

De Wallen. Het deel van de stad dat van de toeristen is.

Hoe is het om op vakantie te zijn in Amsterdam? Wat zien toeristen en is dat wat ze van de stad verwachtten? We boekten voor vijf nachten een bed in hostels op de Wallen, pakten de tram en checkten drie kilometer van huis in. We gingen op vakantie in de stad waar we wonen en kwamen terecht in een wereld die we niet kenden.

3.

De lobby van het Bulldog Hostel, Oudezijds Voorburgwal 220, is anders dan alle andere lobby’s die ik tot nu toe heb gezien. De inrichting is modern, niet per se nieuw. In het plafond zitten honderden witte ledlichtjes. Op de banken tegen de muur hangen jongens met iPhone-oortjes in, sommigen dragen een zonnebril. ‘Uptown Funk’ klinkt, de muziek staat hard.

Aan het einde van de lobby is de ingang van de bar, waar geblowd wordt en Heinekenbier gedronken wordt en waarvandaan de wietlucht de lobby indrijft.

We betalen 22 euro per persoon per nacht, inclusief ontbijt, en slapen samen in een tweepersoonsbed – de goedkoopste optie. Bed 10 dus, op de derde verdieping, in een slaapzaal met veertien anderen.

De prijzen voor een overnachting variëren. In de zomer kost een nachtje in bed 10, 29 euro per persoon. Hoogseizoen.

4.

Als het voorjaar wordt en de dagen langer, betekent dat in Amsterdam ook dat de discussie over toerisme weer begint. Het wordt steeds drukker in de stad. Vorig jaar waren er 2,6 bezoekers per inwoner, tegen 1,9 in 2009. Ook het aantal bewoners neemt toe; in tien jaar tijd met bijna 80.000 naar meer dan 800.000 mensen.

Backpackers1

Sommige Amsterdammers kunnen maar moeilijk aan die drukte wennen. Ze klagen dat doorlopen op de Dam onmogelijk is geworden. Over toeristen die een fiets huren maar niet kunnen fietsen. Over Segways, de rode Hop-On, Hop-Off-dubbeldekkers en bierfietsen. Een petitie op de site wegmetdebierfiets.nl werd deze maand meer dan 5.500 keer ondertekend. In boze reacties op de site staat dat bierfietsen, een soort rijdende bar, „proletenvermaak” zijn. „Een peddelfiets met 20 loeiende zatlappen of 20 dronken gillende wijven is ordinair probleemtoerisme voor een dorp dat niks anders te bieden heeft, zoals Chersonissos.”

Als het over de drukte in de stad gaat wordt gezegd dat Amsterdam niet een soort Venetië mag worden. Dat de stad op een pretperk gaat lijken. ‘Pretpark Amsterdam is weer open’, was vorige maand de kop boven een artikel in Het Parool over het grote aantal festivals in de stad. Soms worden Disneyland en de Efteling erbij gehaald. „Als ik behoefte heb aan een pretpark rij ik wel naar Kaatsheuvel”, schrijft iemand op wegmetdebierfiets.nl.

5.

Het Amerikaanse meisje van bed 12 heet Alyssa en is 22 jaar oud. Ze heeft zwaar opgemaakte ogen, spierwitte tanden en een zuidelijk accent – als ze praat lijkt het alsof ze haar mond net niet ver genoeg opendoet om de woorden uit te spreken. Ze komt uit Stephenville, een stadje in Texas waar vooral cowboys wonen, en reist door Europa met haar vriendinnen Mary Ann en Kat (allebei ook 22).

Alyssa: „Waarom we hier slapen?”

Kat: „We kenden de naam. Het staat goed aangeschreven.”

Alyssa: „De locatie is goed. We hebben het hostel met de beste locatierating gekozen. Het gaat allemaal om de locatie.”

6.

Van de site van het Bulldog Hostel:

‘The Bulldog Hostel Amsterdam is loaded with that typical international and liberal atmosphere that makes Amsterdam so special… besides other things.’

Het logo van het Bulldog Hostel, een brede hondenkop met een spijkerhalsband, is een uithangbord voor het liberale Nederland geworden en terug te vinden op rompertjes, sleutelhangers en blikjes ijskoffie. Te koop in één van de drie Bulldog-souvenirwinkels in de stad.

Het imago van Amsterdam trekt ook toeristen die de stad niet graag ziet; de lallende mannen op bierfietsen, de Britten die in coffeeshops hangen. De stad ziet liever mensen die meer te besteden hebben. Cultuurtoeristen, bijvoorbeeld. Het Nederlands Bureau voor Toerisme berekende dat cultuurtoeristen per bezoek aan Nederland gemiddeld 890 euro uitgeven – dat is 69 euro meer dan de gemiddelde toerist.

7.

De slaapzaal van het Bulldog Hostel in Amsterdam is felverlicht, het is er broeierig warm. Niemand heeft de verwarming in de slaapzaal lager gekregen. De eerste nacht slapen we met de ramen open. Buiten klinkt geschreeuw. Om vijf uur dat van ruziënde Britten, een paar uur later dat van meeuwen. De lucht kleurt al vroeg helblauw.

Backpackers
Backpackers
Backpackers

„Oh Amsterdam”, verzucht Mary Ann als ze om half negen ’s ochtends naar spullen in haar locker graait. Ze is vannacht op kroegentocht geweest, weet niet meer waar ze is geweest, nog wel dat het leuk was. „Als je binnenkwam goten ze shotjes alcohol in je mond. Je had die gezichten moeten zien toen het Jägermeister was.”

Onze Amerikaanse kamergenoten hebben maar twee dagen in Amsterdam en willen er vroeg uit zodat ze genoeg tijd hebben om de stad te zien. Ze hebben gelezen dat je op tijd bij het Anne Frank Huis moet zijn omdat je anders uren in de rij staat.

Maar die rij, daar is geen ontkomen aan. De bezoekersaantallen van het Anne Frank Huis zijn groot en het museum is klein. Vorig jaar bezochten 1,2 miljoen mensen het grachtenpand van zeshonderd vierkante meter. Nog voor de deuren opengaan heeft de massa zich keurig in een lijn om de Westerkerk gevormd. Hun enige volle dag in Amsterdam spenderen Mary Ann, Alyssa en Kat voornamelijk staand, tussen honderden anderen, met de Jägermeister van die nacht nog in hun bloed. Klagen doen ze niet.

8.

Die avond drinken we goedkope gin met lauwe tonic uit de Heinekenbierglazen die de Amerikanen na hun tour in de Heineken Experience hadden meegekregen.

De nacht gaat zoals nachten op het Leidseplein moeten gaan. Gratis shotjes waarvan het dan maar de vraag is of het alcohol is of vruchtensap wat je naar achteren gooit, dansen op top-40-nummers en dat iedereen, waar dan ook vandaan, die mee blijkt te kunnen zingen. Je jas aanhouden in de warme kroeg omdat je bang bent dat hij anders gestolen wordt.

Backpackers

9.

De bakkers op en rond de Wallen hebben hun eigen specialiteiten. Boven de pizza’s met fletse deegranden en witte pistoletjes met kaas en salami, liggen zoete broodjes. Suikerwafels met slagroom en aardbeien. Croissantjes met chocolade en gele room. Nergens staan prijzen bij. Een croissantje blijkt er vier euro te kosten. Populair bij de toeristen die uit de coffeeshops komen, zegt de kleine man achter de toonbank trots. Dan kijkt niemand nog naar de prijzen.

10.

Op de sigarettenautomaat in de lobby van het Bulldog Hostel: ‘Did you know? Selling cigarettes is allowed, but… smoking cigarettes in here is illegal… according to the Dutch law, yeah, we know! So, get your free herbal mix at the bar!’

Gecombineerde verkoop van cannabis en alcohol is verboden. Daar heeft de Bulldog iets op bedacht. De inpandige coffeeshop is alleen via een ingang aan de straat te bereiken, waarmee die formeel van de bar is gescheiden. Gasten halen daar wiet en lopen daarmee terug naar de bar. Daar kunnen ze de ‘herbal mix’ in hun joint draaien. Dan zit er geen tabak in de sigaretten en kan binnen worden gerookt.

11.

Als we rond tien uur ’s avonds naar buiten willen lopen valt er naast het biljart een jongen neer. Langguit. Alsof hij struikelt en daarna niet meer opstaat. Twee vrienden pakken hem bij zijn schouders en slepen hem op een stoel. Al snel zit hij weer rechtop. Niemand lijkt er echt van onder de indruk. „Elk weekend valt er wel iemand om”, zegt de barman. Sommige gasten roken joints zonder de herbal mix. Pure wiet. Onwetendheid. Dan gaat het mis. Maar de meesten staan gewoon weer op.

Voorbeelden van wanneer het echt fout ging met toeristen zijn er ook. Een 21-jarige Italiaanse man overleed vorig jaar op het Rokin nadat hij onder een touringcar vol Japanse toeristen kwam. Volgens de politie had hij drugs gebruikt. Het jaar daarvoor sprong een 22-jarige Zwitser uit het raam van het Stayokay-hostel op de Kloveniersburgwal. Ook toen zouden er verdovende middelen in het spel zijn.

Maar de rol van drugs is bij dit soort incidenten lastig te bepalen. Wiet kan te sterk zijn en een paddo kan verkeerd vallen, maar ook op de achtergrond kunnen problemen spelen. Psychische problemen, vermoeidheid, ruzies, groepsdruk en de combinatie van alcohol met drugs die vaak een slechte is.

Afgelopen november kon drugs wel als doodsoorzaak worden aangewezen. Toen overleden drie toeristen nadat ze op straat witte heroïne hadden gekocht en die gesnoven hadden als cocaïne.

12.

Ze hebben nog een paar uur in Amsterdam en Alyssa, Mary Ann en Kat willen naar de rood-witte I AMSTERDAM-letters die op het Museumplein staan. De I AMSTERDAM-letters van 3 meter hoog en 23 meter breed zijn in tien jaar tijd een belangrijke landmark voor de stad geworden. Amsterdam Marketing schat dat de letters zo’n zesduizend keer per dag worden gefotografeerd.

Op hun gehuurde fietsen rijden ze er keurig achter elkaar naartoe, wij rijden voorop. Als we een Amsterdammer vragen of ze een foto van ons wil maken op de gracht, vraagt ze of we ons niet schamen omdat we op een toeristenfiets door de stad rijden.

Mary Ann gaat op de M liggen, haar heupen in de curve van de letter, handen onder haar hoofd, haar lange blonde haren vallen soepel over haar schouder. De foto mislukt. Het is druk rondom de letters. Elke keer loopt er iemand door het beeld.

13.

The Flying Pig, het hostel waar we halverwege de week inchecken, ligt aan het einde van de Nieuwendijk, waar de McDonalds naast de Burger King zit en waar je zwarte shirts met in roze letters de tekst ‘BAD GIRLS GO TO AMSTERDAM’ erop kunt kopen.

‘Find us to get lost’, staat op het blauwe pasje dat we krijgen als we inchecken. We hebben het pasje nodig om door het poortje te lopen dat de lobby van de buitendeur scheidt. In de lobby wordt vanavond een ‘Toga-party’ gehouden. Twee medewerkers hangen witte en blauwe papieren slingers op.

14.

Een recensie op hostelworld.com, geschreven over de nacht dat wij ook in The Flying Pig sliepen:

16th Feb 2015. Novice Nomad. Anonymous, USA. Male, 25-30 (7 reviews):

‘The pig is legendary – every traveller I met that had been to ’dam said I had to stay there. it’s right in the middle of almost everything, has an amazing fun atmosphere (there was a great toga party) and comfy beds + good bathrooms. Pool table right in front, cheap drinks, and a smoking room in back. met a ton of fun people, met a special girl (the beds are kind of noisy, be considerate) and had the best time. Definitely recommended.’

15.

Achter de incheckbalie zit Rafael, een Spanjaard van eind twintig met een neusring en een zwarte baard. Hij kent de ritmes van de reizigers. Maandag, dinsdag, woensdag komen de reizigers die op een trip door Europa zijn. Uit Australië, Amerika, Canada. Zo rond de negentien jaar oud, net klaar met school, op reis door Europa. Amsterdam is een van de vele steden die ze zullen zien. Maar het is ook de stad waar ze los willen gaan, waar hun trip onvergetelijk moet worden.

Donderdag, vrijdag, zaterdag komen daar meer Europese gasten bij. Vaak Britten. Sommige gasten heeft hij al acht keer gezien. Die verlaten het hostel niet meer om iets in de stad te bekijken. Alleen nog om eten en wiet te halen. Ze spenderen hun dagen in de rookruimte van The Flying Pig. De meeste toeristen blijven maar kort in de stad. Gemiddeld zo’n 1,88 nachten, blijkt uit cijfers van Amsterdam Marketing.

16.

Na het weekend wordt het rustiger in de stad. Op de hoek van de Warmoesstraat staan drie Canadese jongens. Verdwaald. Ze zijn op een trip door Europa, gaan nog naar Kopenhagen, Berlijn, Boedapest en Stockholm, maar vanavond zijn ze op zoek naar een bar die nog open is. Wij mogen best mee uit, al hebben ze ook geen idee waar ze naartoe gaan. John, die niet meer te verstaan is, haalt drank voor zichzelf. Zijn ogen zijn bloeddoorlopen. Zijn vriend Michael, lang haar, geruite blouse en een capuchon op, haalt bier voor de rest. In Amsterdam voelt hij een liberale sfeer die hij in Canada ook wel zou willen voelen. Maar dat is daar onmogelijk, zegt hij. „Daar voelt het geforceerd.”

We worden Facebook-vrienden.

Michael – February 16 at 5:34pm • Amsterdam • Amsterdam. I’m going to smoke all the weed. If you know me, I will.

17.

’s Nachts in kamer B02 is de tekst van het nummer ‘Animal’ van Miike Snow woord voor woord verstaanbaar.

‘I change shapes just to hide in this place. But I’m still, I’m still an animal.’

Ik denk aan de felgekleurde oordopjes die in een grote glazen pot op de incheckbalie van het hostel staan, en die ik niet heb meegenomen. Al hadden de oordopjes het geluid van iemand die iets over drieën voor onze deur staat over te geven vast niet kunnen blokkeren.

‘Yeah I slip, I’m still an animal.’

Backpackers

Er komen alleen nog maar meer hostelbedden in de stad. Het Parool berekende dat er de komende twee jaar zo’n zesduizend bedden bijkomen. Zo opent in Amsterdam-Noord dit jaar een hostel met 750 bedden van de Britse keten Clink. „Er is een duidelijk gat in de Amsterdamse markt voor het soort accommodatie dat wij voorstellen”, aldus het bedrijf in een folder die omwonenden vorig jaar ontvingen. In diezelfde folder benadrukt Clink dat omwonenden van een Clink-hostel in Londen totaal geen overlast ervaren. Zelfs agent Philip Burke van het naastgelegen politiebureau bevestigt er dat er nooit problemen zijn.

Het grootste nieuwe hostel werd vorige week al geopend: het Duitse AO-hostel en -hotel in Bullewijk. In een voormalig kantoorgebouw staan nu zo’n 1.500 bedden verdeeld over 359 kamers. Slapen kan er al vanaf 12 euro per nacht.

18.

Het ontbijt in The Flying Pig – boterhammen, chocotofs, hardgekookte eieren en chocoladepasta – is in de krappe kelder. Het ruikt er naar mannenzweet en slaap. Er staat een Spotify-playlist aan – tussen de muziek van Mumford & Sons en Ben Howard door klinkt reclame voor een upgrade naar een premium Spotify-account.

19.

Michael – February 18 at 10:18am • Amsterdam • ‘Rocked Frank Sinatra at Karaoke last night. in Amsterdam. If I can make it there, I can make it anywhere.’

Tekst: Romy van der Poel
GPS-project: Lex Boon, Romy van der Poel
Infographics: Mariette Twilt, Boudewijn van Diepen, Vincent Meertens
Foto’s:Niels Blekemolen
Audio: Vera Siemons

Met dank aan: The Flying Pig, Mövenpick Hotel, Amsterdam Marketing