Nederland weer homovriendelijker

ANP / Robin Utrecht

Het aantal Nederlanders met een positieve houding ten aanzien van homoseksualiteit neemt nog altijd toe. Openlijke liefdesuitingen door homoseksuelen en ‘transgenders’ daarentegen kunnen nog altijd op minder instemming rekenen.

“Zichtbaar intiem gedrag stuit op weerstand,” zegt Lisette Kuyper. Voor het Sociaal Cultureel Planbureau onderzocht ze de houding van Nederlanders ten opzichte van lesbiennes, homo- en biseksuelen en ‘transgenders’.

Die is onverminderd positief en wordt bij steeds meer mensen waargenomen. Een ontwikkeling die al sinds de jaren zestig gaande is. Zo vinden nu negen op de tien Nederlanders dat homoseksuelen en lesbiennes “hun leven moeten kunnen leiden zoals zij dat zelf willen”. Ruim tien jaar geleden was dat nog acht op de tien.

Grootste problemen bij openlijke negativiteit

Een sterk negatieve houding is, nog altijd, hoofdzakelijk te vinden bij 70-plussers, strenggelovigen en migranten. De grootste problemen doen zich voor bij openlijke intimiteit. Zo beschouwt 35 procent van de bevolking twee openlijk zoenende mannen als “aanstootgevend”. Kuyper:

“Dat is toch eenderde. Daar staat tegenover dat het in 2010 nog 41 procent was.”

Het idee dat twee mannen seks hebben, vindt 27% “walgelijk”.

Nederland een van meest tolerante naties

Ook in Europees verband behoort Nederland tot de meest tolerante naties, al is het voorbijgestreefd door IJsland. Daar staat een nog groter deel van de bevolking (94 procent) positief ten aanzien homoseksualiteit.

De grootste weerstand is te vinden in landen als Oekraïne en Albanië. Onderaan de lijst bungelt Litouwen, waar slechts 15 procent van de bevolking van mening is dat homoseksuelen het leven moeten kunnen leiden dat ze willen. Kuyper:

“En in die verhouding zit ook geen enkele beweging.”