En nu verpest Dekker de correctie op eindexamens

Nu corrigeert de eigen leraar eerst, daarna een ander, Dekker wil eerst een ander laten corrigeren. Dat geeft ellende, vindt Ton van Haperen

Het is mei en daar zijn ze weer; de centraal schriftelijke eindexamens in het voortgezet onderwijs. 200.000 leerlingen schrijven in gymzalen achter wankele tafeltjes vellen papier vol. De leraren van wie zij dit jaar les hadden, beoordelen de prestaties aan de hand van een door het College voor Examens (CvE) aangeleverd correctievoorschrift. Een collega van een andere school controleert of dat integer is gedaan. Vanaf het volgend jaar gaat dat anders. Staatsecretaris Sander Dekker (VVD) legt namelijk een omdraaiing van de correctie op. De vreemde leraar beoordeelt eerst. De eigen leraar controleert. Dit is een ongelofelijk domme maatregel. Ingegeven door een foute analyse.

Dekker denkt dus dat de leraren hun werk niet goed doen. De eerste corrector sjoemelt en bevoordeelt de eigen leerlingen. De tweede corrector neemt zijn taak niet serieus, waarna de valse eindscore is geboren.

Dekker baseert die opvatting op een onderzoek van toetsmonopolist Cito. Daaruit bleek twee jaar geleden dat leraren hun tweede correctie wel doen, maar de intensiteit verschilt. Ook werden in dat onderzoek zeshonderd examens, verdeeld over zes vakken en drie schooltypen, opnieuw nagekeken. Daar kwamen lagere scores uit dan waren behaald. Met als dieptepunt het havo examen geschiedenis. De score lag na een derde correctie gemiddeld een vol punt lager. Daardoor zou het aantal onvoldoendes stijgen van 23 naar 54 procent.

De afwijking bij het havo-examen geschiedenis is inderdaad onverantwoord. Maar die afwijking is niet veroorzaakt door een frauduleuze eerste en een lakse tweede correctie. Dat blijkt nergens uit. Het is de toets die het verschil maakt. Examens met meerkeuzevragen en vragen met slechts één goed antwoord – wanneer was de Tachtigjarige Oorlog? – hebben amper afwijkingen. Maar open vragen met bronnen en een correctievoorschrift dat begint met ‘een voorbeeld van een goed antwoord is’ leiden tot interpretatieverschillen. Het valt dan ook te betwijfelen of de derde correctie uit het cito-onderzoek de juiste is. Een vierde correctie levert gegarandeerd een andere score op. Als de staatssecretaris deze interpretatieruis niet wil, moet hij andere examens laten maken.

Omkering van de correctorvolgorde berust op een foute analyse en is een recept voor ellende. Met name slimme kinderen worden benadeeld. In mijn vak, economie, hebben de vwo-examens veel tekst met vaak ook tabellen, grafieken en/of algebraïsche vergelijkingen. Een intelligente leerling vindt in deze troebele poelen van informatie oplossingen en antwoorden die niet in het correctievoorschrift staan. Na vakinhoudelijke herinterpretatie blijken ze geheel of gedeeltelijk goed te zijn. Maar de vreemde leraar die vanaf het volgend jaar als eerste nakijkt, gaat zich hier niet in verdiepen. Hij wil zijn werk snel af hebben, kent de kinderen niet en zal deze antwoorden altijd fout rekenen. Zo gaan de scores omlaag. Maar de resultaten niet. Want bij een landelijk gemiddeld slecht resultaat gaat de minimum-score voor alle leerlingen, de N-term omhoog. Wat de omkering van de correctorvolgorde van de score af haalt, komt er dus later weer bij. Voor niks.

Maak je niet druk, zou je dan denken. Toch wel. Allereerst horen leerlingen de examenresultaten te krijgen die ze verdienen. Alleen dat maakt de uitslag legitiem. En als ik de antwoorden van mijn leerlingen bekijk, die nog een keer doorreken, op zoek ga naar wat goed is en ik kan dat verantwoorden, accepteert een tweede corrector dat. Laat dat zo, want andersom is lastig en conflictueus.

Leraren zijn steeds vaker opgeleid voor het beroep. Het vak hebben ze amper gestudeerd. Voor hen is er maar één waarheid; het antwoordmodel. Leg zo iemand maar eens uit dat hij een hogere score moet toekennen. Hij gaat dat niet doen, want snapt waarschijnlijk niet eens waar het over gaat. En even voor de duidelijkheid, als een collega mijn slimme leerling een vakinhoudelijk te verantwoorden antwoord fout rekent, daarin volhardt, en dat gaat gebeuren; ik sta niet in voor mijn reactie.

Conflicten tussen eerste en tweede correctoren lopen al steeds vaker uit de hand. Door decennialange verwaarlozing van de beroepsgroep zijn de verschillen tussen leraren toegenomen. Daarom heeft de tweede correctie aan collegialiteit ingeboet. De omdraaiing van Dekker zet dit giftig proces in een volgende versnelling. Dat weet de staatssecretaris ook best. Maar daar gaat hij zich lekker niks van aantrekken. En dat is een patroon. Of het nu om pesten, examens of vernieuwing gaat; praktijkargumenten doen nooit mee in de besluitvorming. Deze grondhouding had Tineke Netelenbos (PvdA) twintig jaar geleden ook. Alles wat zij als staatssecretaris en minister in gang zette, is later teruggedraaid. Door praktijkhaat gedreven bewindslieden, leraren en leerlingen zijn er mooi klaar mee.