Een witte 1

Keeper Jelle ten Rouwelaar lag als een grote vis in het net van zijn doel. De voetbalschoenen zaten verstrikt in de witte touwen. De NAC-keeper kwam maar niet los. Het was een gespartel van jewelste terwijl de bal het doel had gemist.

Een AZ-speler had even ervoor gezien dat Ten Rouwelaar te ver voor zijn doel stond. Hij probeerde een lob, van een enorme afstand. Ten Rouwelaar holde terug als een zwaar beladen soldaat die net in de loop van een tank heeft gekeken.

Ik heb een zwak voor Ten Rouwelaar. Hij is de Doelman met de Baard, van de sympathieke vechtclub NAC uit Breda. Het hele seizoen al moet Ten Rouwelaar ballen uit het doel halen en ze boos weer het veld in schoppen.

Bij zijn val in het net had Ten Rouwelaar zich geblesseerd aan de schouder. Er kwam verzorging op het veld. Ik kon op mijn gemak naar de keeper kijken. Het fletse, zwart-grijze keepersshirt hielp hem niet aan een onaantastbaar imago. Kleur komt bij Ten Rouwelaar van zijn wangen.

Als appeltjes zo rood.

Toen hij weer recht overeind stond vielen me zijn knieën op. Veel keepers doen er hun kousen of beschermers overheen. Bij Ten Rouwelaar mag je ze zien. De versleten knieën van een stratenmaker. Kussentjes van vlees, waarvan het vel niet meer automatisch in de oorspronkelijke vorm terugspringt.

Ten Rouwelaar trapte over een bal heen die maar net voorlangs ging. Het Alkmaarse publiek achter het doel lachte hem uit. De NAC-keeper heeft dit seizoen in stadions niet de naam een betrouwbare sluitpost te zijn.

Gaandeweg de wedstrijd had Ten Rouwelaar een paar onnavolgbare reddingen. Snelle reflexen die je niet direct bij zijn zware lijf zou verwachten. Ging hij NAC alsnog behoeden voor de nacompetitie?

In de 88ste minuut schoot Aron Jóhannsson van 35 meter op het doel van NAC. De bal vloog op het doel af. Op de lijn vertrok Ten Rouwelaar. Hij had met twee voeten afgezet, viel naar rechts en strekte zijn armen naar de hoek. Maar al die bewegingen bij elkaar duurden te lang.

De bal was er eerder dan Ten Rouwelaar.

NAC verloor en moest nacompetitie gaan spelen. Ten Rouwelaar lag verslagen op de grond. Hij had weer verse deuken die in zijn knieën bleven staan.

Na afloop stond hij met dat aangeslagen gezicht voor zich uit te staren. We mochten er alle ellende van aflezen. Met zo’n eerlijk hoofd zou je iemand ter plekke alle fouten willen vergeven.

Toen hij het veld afliep zag ik achterop zijn shirt een witte 1 staan.