Wat de Schot wil? Links beleid

De Schotten kozen voor een partij die bewees het beste met Schotland voor te hebben. Een analyse van NRC-correspondente Titia Ketelaar.

Londen is ver weg in plaatsen als Invergorden, ten noorden van Inverness, of Fraserburg, ter hoogte van Noorwegen, en zelfs al in een dorp als Cupar, tussen Dundee en Edinburgh. Niet alleen fysiek, maar ook mentaal. Sinds het existentiële zelfonderzoek dat de Schotten pleegden in aanloop naar het onafhankelijkheidsreferendum vorig jaar, wordt dat meer dan ooit beseft. De Schotten weten wie zij zijn en hoe zij geregeerd willen worden.

Dit verklaart wat er bij de Britse verkiezingen van donderdag is gebeurd. Schotland stemde massaal links. Engeland rechts. Schotland koos voor vertegenwoordigers die in eigen land gratis universitair onderwijs aanbieden, en gratis ouderenzorg en medicijnen. Engeland voor een partij die juist het collegegeld verhoogde en de nationale gezondheidsdienst NHS deels wil privatiseren.

Schotland koos voor een partij die in eigen land bewezen heeft dat zij het het beste met Schotland voor heeft. Nu mag de Scottish Nationalist Party (SNP) laten zien dat zij ook in West-minster invloed kan uitoefenen, en onwelgevallige nationale (lees: Conservatieve) plannen kan tegenhouden, dan wel afzwakken.

Bedroom tax

Tot op zekere hoogte hadden de Schotten wel degelijk invloed. Holyrood, het Schotse parlement dat in 1997 is opgericht, bepaalt de koers van het onderwijs, de landbouw, transport en gezondheidzorg. „Als je als burger of bedrijf iets wilt, klop je in Edinburgh aan”, vertelde Stewart Nicol van de Kamer van Koophandel van Inverness en omstreken eens. „Dáár zitten de politici die er toe doen.”

Maar alle andere zaken – bijstand, belasting, en buitenlands beleid – worden in Londen geregeld. Door een door Conservatieven geleide coalitieregering die niet door de Schotten was gekozen, zo was het mantra van de Schotse nationalisten tijdens de verkiezingscampagne. Een coalitieregering die financiële touwtjes in handen hield en onwelgevallig beleid oplegde, waaronder een belasting op overtollige slaapkamers in sociale woningen (de zogenoemde bedroom tax).

Of eerder, Margaret Thatcher, die een gehate gemeenschapsbelasting invoerde (de poll tax) en scheepswerven en staalfabrieken sloot. De gevolgen van de enorme werkloosheid die daarop volgde, zijn nog altijd zichtbaar in de soms grimmige wijken met sociale woningbouw van Glasgow en Dundee.

Proteststem

De proteststem ging altijd naar Labour, deels naar de Liberaal-Democraten. Maar Labour nam die stem voor lief. En na de oprichting van het Schotse parlement – overigens door een Labourpremier met Schotse wortels – vergat de partij een positieve bijdrage aan verdere decentralisatie te leveren. In Wales neemt de partij wel het voortouw in besprekingen over uitbreiding van de bevoegdheden van de Welsh. In Schotland werd ze ter linkerzijde ingehaald door de SNP.

De LibDems zijn na vijf jaar coalitie in de ogen van veel Schotten vermomde Tories geworden. Voor zowel Labour als de LibDems geldt bovendien dat hun samenwerking met de Conservatieven tijdens de referendumcampagne vorig jaar een groot nadeel is geweest.

Die volksraadpleging werd gewonnen, Schotland werd niet onafhankelijk. Maar om zeven uur ’s ochtends, nadat de laatste stemmen waren geteld en toen duidelijk werd dat het Verenigd Koninkrijk was gered, beloofde premier Cameron de Engelsen meer macht. Schotse Lagerhuisleden, zo zei hij, zouden voortaan niet meer mogen meestemmen over Engelse kwesties.

Dat was een redelijk voorstel. Maar het feit dat hij dat deed in een toespraak die de eenheid van de Unie moest vieren, zette kwaad bloed onder Schotten die de beloftes uit Westminster toch al niet vertrouwden.

Engels nationalisme

Camerons bereidheid in de afgelopen weken om het Engelse nationalisme verder op te stoken, door te beloven dat zijn regering ieder jaar zal kijken of Schotland niet wordt voorgetrokken, in combinatie met slecht verhulde waarschuwingen over welk een ramp de dominantie van de Schotten in het Lagerhuis zou betekenen, deden de rest. Ook Schotten die niet voor onafhankelijkheid waren, stemden donderdag op de SNP.

Daardoor is een nieuw onafhankelijkheidsreferendum dichterbij dan vriend en vijand hadden kunnen vermoeden. Bij welgevallig beleid kan de SNP claimen dat zij haar invloed in Westminster uitoefent. En door hard te protesteren bij onwelgevallig beleid kan zij blijven roepen dat de Conservatieven niet door de Schotten zijn gekozen, maar wel over hen regeren. Met oud-premier Alex Salmond, een van de meest gewiekste politici in het Verenigd Koninkrijk als een van de Lagerhuisleden, zal die boodschap luid en duidelijk overkomen.

Het versterkt de kans dat de SNP in mei volgend jaar opnieuw de grootste partij in het Schotse parlement wordt, zeker nu zowel Labour als de LibDems op nationaal niveau zijn uitgeschakeld, en zich in Schotland moeten hergroeperen. En dat partijleider Nicola Sturgeon dan een partijprogramma zal presenteren waarin opnieuw een referendumbelofte zal staan.

Sturgeon zal een nieuwe onafhankelijkheidscampagne wel voorzichtig moeten inkleden. Het land is na drie jaar discussiëren inmiddels wel debatmoe. Bovendien zei 55 procent van de Schotten vorig jaar ‘nee’ op de vraag of zij een onafhankelijk Schotland wilden. En 50 procent van de Schotten stemde afgelopen donderdag niet op de SNP.