Verstopt in de apenrots

Elsbeth Etty grasduint door de stapel nieuw binnengekomen boeken en geeft haar eerste indruk.

In september 1942 werd de acht weken oude joodse baby Marion Swaab ondergebracht bij de doopsgezinde Zaanse fabrikantenweduwe Geertje Pel en haar vier volwassen kinderen. Anderhalf jaar later werd ze verraden door overbuurman Henk van der Kraan, een beruchte jodenjager die na de oorlog tot de doodstraf werd veroordeeld. Geertje Pel had al twee keer de SD moeten omkopen om het kind te redden, de derde keer lukte dat niet. Ze werd gesommeerd Marion over te dragen aan de SD in de Amsterdamse Euterpestraat. Samen met haar dochter Trijnie en de baby ging ze in maart 1944 op pad. Ze meldde zich bij de SD, maar zonder het kind waar Trijnie zich over ontfermd had. Het vond onderdak bij Geertje Brand en haar vijfjarige dochtertje Tiny op de Amsterdamse Noordermarkt.

Marion overleefde de oorlog, maar Geertje Pel werd in februari 1945 in Ravensbrück vergast. In 2013 kreeg ze postuum de Yad Vashem onderscheiding, evenals Trijnie.

Hanneloes Pen, journaliste bij Het Parool, schreef het uitstekend gedocumenteerde boek Een gegeven leven over [1] deze geschiedenis. Enkele vragen blijven echter onbeantwoord. Waarom nam de weduwe Pel zulke risico’s met de onderduikbaby? Waarom dook ze niet zelf onder na het verraad?

En waarom is niet ook Geertje Brand, die haar leven en dat van haar dochter op het spel zette om dat van Marion te redden, geëerd met een Yad Vashem onderscheiding?

Van der Kraan, de verrader van baby Marion, maakte deel uit van de Colonne Henneicke die duizenden joden heeft opgespoord. De leider, Wim Henneicke, werd in december 1944 door het verzet doodgeschoten, vlakbij zijn huis aan de Amsterdamse Linnaeusparkweg, waar voorheen een joodse familie had gewoond. Ad van Liempt schrijft over hem in de inleiding van het boek Joodse huizen [2], met bloedstollende familieverhalen aan de hand van huizen waar joden woonden of waren ondergedoken. In ruim twintig bijdragen van overlevenden en nabestaanden, onder wie Max Arian, Eli Asser, Saskia Goldschmidt, Lisette Lewin, Jona Oberski, Chaja Polak en Ellen Santen, gaat het over deportaties, onderduik en verraad. Een betrouwbaar onderduikadres was Artis. Bij razzia’s werden vluchtende joden via de Plantage Doklaan de dierentuin binnengelaten en in de apenrots verstopt. Gedurende de hele oorlog waren er tussen de twee- en driehonderd mensen kortere of langere tijd ondergedoken in Artis.

Kwaaltjes en kwalen, pijntjes en sterfgevallen, naargeestige situaties en komische misverstanden: alles wat je zoal mag verwachten aan anekdotes uit het beroepsleven van een huisarts passeert de revue in Wat denkt u dokter? [3], waarin Rutger Verhoeff (1979) zijn ervaringen in de spreekkamer en tijdens huisbezoeken optekent. Een aan cocaïne verslaafde chirurg, een dikke boerin die de medicus wil verleiden, soa’s in geuren en kleuren, er trekt een breugeliaanse stoet van al wat ziek, zwak of misselijk is aan de goedgemutste dokter voorbij. In zijn verhalen concentreert hij zich op de kleine en grote menselijke drama’s, zonder medische hoogstandjes.

De voorspelbaarheid van de belevenissen van dokter Verhoeff is nauwelijks een bezwaar: zoals nogal wat mensen dolgraag praten over hun lek en gebrek, lezen zij er ook gretig over. En de jonge dokter? Hij denkt met een glimlach terug aan de dag waarop hij de eed van Hippocrates aflegde.

Torbjørn Færøvik (1948) is een Noorse journalist en historicus, met als specialisatie Azië, die zich in Het Rijk van Mao [4] niet richt op Chinakenners of vakhistorici. Zijn doel is een breed publiek te bereiken met een boek dat vooral gezien moet worden als een aanklacht tegen de gruwelijk hoge prijs die de Chinezen hebben moeten betalen voor wat de huidige machthebbers ‘de fouten’ van Mao Zedong noemen. Die betreffen met name de episodes van de Grote Sprong Voorwaarts, het economische hervormingsprogramma dat tussen 1958 en 1961 tot een hongersnood leidde waarbij mogelijk 45 miljoen mensen bezweken, en de Culturele Revolutie, de machtsstrijd in China die tussen 1966 en 1976 dood en verderf zaaide.

Het Rijk van Mao is een levendige, verhalende en populariserende geschiedenis van China vanaf de vestiging van de Volksrepubliek in 1949 tot en met de hervormingen van Deng Xiaoping die ook met een beperkte ontmaoïsering gepaard gingen. Dat laatste heeft echter niet geleid tot het openen van de archieven en een eerbetoon aan de slachtoffers van Mao’s wanbeleid. Færøvik heeft een aantal getuigenissen kunnen verzamelen, maar steunt voornamelijk op secundaire bronnen, zoals Frank Dikötters Mao’s Great Famine uit 2010.