Vader, wij Russen hebben de oorlog verloren

De Russen vochten tegen het fascisme, maar die oorlog bracht hen slechts slavernij. En nu wordt het Russische volk weer opgetrommeld voor een oorlog tegen het fascisme, schrijft Michail Sjisjkin.

Russische veteraan tijdens herdenking in Torgau, Duitsland, april 2015.
Russische veteraan tijdens herdenking in Torgau, Duitsland, april 2015. Foto: EPA/Jan Woitas

Mijn vader was achttien toen hij als vrijwilliger de oorlog inging. Hij diende op een onderzeeboot in de Baltische Zee. Toen ik klein was, woonden wij in een kelder aan de Moskouse Arbat, aan de muur boven mijn bed hing een foto van zijn ‘Snoek’. Ik was vreselijk trots op mijn vader die een onderzeeboot had gehad en tekende de foto keer op keer na in mijn schoolschrift.

Elk jaar op 9 mei, de Dag van de Overwinning, haalde mijn vader zijn matrozenpak uit de kast, dat hij steeds moest verstellen vanwege zijn groeiende buik, en speldde al zijn medailles op. Ik was apetrots op mijn papa – het was oorlog geweest en mijn vader had hem gewonnen!

Toen ik groter werd, begreep ik dat mijn vader in 1944 en 1945 Duitse schepen had laten zinken, waarmee vluchtelingen uit Riga en Tallinn werden geëvacueerd. Honderden, zo niet duizenden mensen vonden de dood in de Baltische Zee – mijn vader kreeg daarvoor zijn medailles. Ik ben daar allang niet meer trots op, maar ik veroordeel hem ook niet. Het was oorlog.

Na de oorlog heeft hij zijn hele leven gedronken, net als al zijn maten uit de onderzeeboot. Ze konden waarschijnlijk niet anders. Hij was nog maar een jongen gedurende die maanden op zee, constant bang om te verdrinken in een ijzeren doodskist. Dat laat je nooit meer los.

Onder Gorbatsjov was armoe troef. Mijn vader kreeg toen, als veteraan, voedselrantsoenen met levensmiddelen uit Duitsland. Een persoonlijke vernedering. Zijn vrienden en hij hadden zich hun hele leven overwinnaars gevoeld en nu moest hij worden bijgevoed met aalmoezen van de overwonnen vijand.

Nadat mijn vader zijn eerste voedselpakket naar huis had gebracht, bedronk hij zich en schreeuwde: „Wij hadden toch gewonnen!” Toen werd hij stil, begon te huilen en bleef maar tegen mij herhalen: „Zeg me nou, hebben wij de oorlog gewonnen of verloren?”

De laatste jaren richtte hij zich te gronde met wodka. Al zijn vrienden van de onderzeeboot hadden zich allang het graf ingezopen. Ik denk dat mijn vader zich zo snel mogelijk bij zijn maten wilde voegen – hij was de enige van de bemanning van de onderzeeër die nog in leven was. In een Moskous crematorium ging hij in vlammen op – in zijn marine-uniform.

Poetin is nu zestien jaar aan de macht, en in die tijd heeft hij alles bereikt waar een dictator naar streeft. Het volk houdt van hem en zijn vijanden zijn bang. Zijn regime is niet gebaseerd op de wankele paragrafen van de constitutie, maar op de onwrikbare wetten van de persoonlijke toewijding van de vazal aan zijn souverein – een machtspiramide van onderop tot aan de top.

Deze dictatuur van de 21ste eeuw heeft de ervaringen van zijn voorgangers zorgvuldig bestudeerd om hun fouten te vermijden: de grenzen zijn open en iedereen die ontevreden is, wordt ondubbelzinnig te kennen gegeven het land te verlaten. De emigratiegolf zwelt elke maand aan. De elite van het land vertrekt: geleerden, computerspecialisten, journalisten, ingenieurs, ondernemers. Die catastrofale menselijke verliezen verzwakken het land, maar versterken het regime.

Voor de overblijvers bestaat er een beproefd recept: oorlog. De patriottische hysterie op de televisie is het wonderwapen van het regime. Dankzij de ‘zombificatie’ heeft de bevolking zich een ideaalbeeld van de wereld gevormd: het Westen wil ons vernietigen en wij zijn, net als onze vaders en grootvaders, genoodzaakt een heilige oorlog tegen het fascisme te voeren. En we zijn bereid alles op te offeren voor de overwinning. Wie zich daartegen uitspreekt, is een nationale verrader.

Bij elke ideologie – het Russisch-orthodoxe geloof, het communisme, en opnieuw de orthodoxie – heeft het regime het volk steeds opnieuw gemanipuleerd met patriottisme.

Mijn vader was zes jaar toen zijn vader werd gearresteerd. Mijn opa kwam om in de goelag. Een zoon wil trots zijn op zijn vader, maar zijn vader was een vijand van het volk. Aan het begin van de oorlog hoorde de afgebeulde bevolking plots uit alle luidsprekers: ‘Broeders en zusters!’ De laagheid van het regime is erin gelegen dat het altijd en eeuwig gebruik heeft gemaakt van dat mooie menselijke gevoel: de liefde voor het vaderland, de bereidheid alles daarvoor op te offeren. De dictatuur stelt zichzelf in de plaats van het vaderland. Mijn vader ging zijn vaderland verdedigen, maar in plaats daarvan verdedigde hij het regime dat zijn vader had vermoord.

Moet je je land de overwinning of de nederlaag toewensen? Die vraag, die zo vreemd lijkt voor iemand die van zijn land houdt, is helemaal zo vreemd nog niet, als dat vaderland eeuwenlang zijn eigen mensen noch anderen rustig heeft laten leven. Ons volk weet niet waar het vaderland eindigt en waar het misdadige regime begint. Zo is alles met elkaar vergroeid geraakt. Patriottisme is de heilige Russische koe, die mensenrechten en respect voor het individu als kauwgum blijft herkauwen.

De belangrijkste Russische vraag is: als mijn vaderland een monstrum is, moet je het dan beminnen of haten? De Russische poëzie heeft daar al lang geleden een formulering voor gevonden: ‘Een hart dat moe gestreden is van haat, zal nooit leren beminnen’.

De beroemde Russische seriemoordenaar Tsjikatilo was ook vader, wie weet zelfs geen slechte. Hoe moet een zoon met hem omgaan? Tsjikatilo heeft enkele tientallen mensen gedood. Mijn vaderland heeft miljoenen en miljoenen van het leven beroofd, zijn eigen kinderen en die van anderen. Maar veel meer eigen kinderen. En er komt geen einde aan.

Mijn vader vocht tegen het kwaad van het fascisme, maar hij werd gebruikt door een ander kwaad. Met miljoenen Sovjet-soldaten, die slaven waren, bracht hij de wereld geen bevrijding, maar nieuwe slavernij. Het volk heeft alles voor de overwinning opgeofferd, maar de oogst van die overwinning was slechts meer onvrijheid en armoede. De overwinning heeft de slaven niets meer gegeven dan de grootheidswaan van het imperium van hun baas. De grote overwinning heeft hun grote slavernij alleen maar versterkt.

En nu worden de Russen weer opgetrommeld voor een oorlog tegen het fascisme. Voor de zoveelste keer in de geschiedenis grijpt de dictator voor het behoud van zijn macht naar het patriottisme. Het spat van de televisieschermen: ‘Het grote Rusland’, ‘we verheffen ons van onze knieën’, ‘de terugkeer van Russische gronden’, ‘de verdediging van de Russische taal’, ‘de vereniging van de Russische wereld’, ‘we zullen de wereld redden van het fascisme’.

Met liefde voor het vaderland hebben regimes de mensen altijd weer aan de haak geslagen. Opnieuw roept de dictatuur uit lijfsbehoud zijn onderdanen op het vaderland te verdedigen. De overwinning in de Grote Vaderlandse Oorlog wordt daarbij schaamteloos geëxploiteerd. Mijn volk is beroofd van zijn olie, van zijn verkiezingen, van zijn land. Nu wordt het beroofd van de overwinning.

Opnieuw wordt de geschiedenis herschreven, intact blijven slechts de militaire overwinningen en de militaire roem. In de schoolboeken is al een hoofdstuk over de roemruchte terugkeer van de Krim opgenomen. Het volgende hoofdstuk staat klaar: Kiev zal als verloren zoon op zijn knieën terugkruipen naar de omhelzingen van de Russische wereld.

De hufters die in Rusland aan de macht zijn, hebben onze twee volkeren tegen elkaar opgezet. Met hulp van de televisie hebben ze het volk een onvergeeflijk smerige streek geflikt: ze hebben Russen en Oekraïners tegen elkaar weten op te zetten. Mijn vader was een Rus, mijn moeder Oekraïens. Soms denk ik: wat goed dat ze gestorven zijn en niet weten dat Russen en Oekraïners elkaar doden.

De anschluss van de Krim heeft Poetin een golf van patriottisme gebracht. Maar de golf zwakt af, dus hij heeft een nieuwe nodig. Voor een dictatuur zijn niet concrete militaire handelingen van belang, maar de toestand van oorlog. Het ergste moet nog komen.

9 mei heeft in het Rusland van Poetin niets te maken met de overwinning van het volk, met de overwinning van mijn vader. Het is geen dag van vrede en dodenherdenking, het is een dag van wapengekletter, van agressie, van oorlog met onze eigen mensen en met vreemden, een dag van ‘Vracht 200’, van grote leugenachtigheid en grote laaghartigheid.

Natuurlijk wens ik mijn vaderland de overwinning toe. Maar wat is dat? Elke overwinning van Hitler was een nederlaag voor het Duitse volk. En de uiteindelijke vernietiging van het fascistische Duitsland was een grote overwinning voor de Duitsers zelf, die voor het eerst in de geschiedenis van de mensheid hebben laten zien hoe een natie zich kan oprichten en menselijk kan leven, zonder militaire kolder in de kop.

Rusland is, voor onze ogen, uit de 21ste eeuw geëmigreerd naar de Middeleeuwen. Je kunt niet ademen in een land waar de lucht doordrenkt is van haat. Op grote haat is in de geschiedenis altijd massaal bloedvergieten gevolgd. Wat staat mijn land te wachten? Eén gigantische Donbas?

Vader, wij hebben de oorlog verloren.