Spannend en romantisch, alleen niet op televisie

Vandaag begint de Giro d’Italia . Velen vinden de ronde mooier dan de Tour de France of Vuelta. Maar de Giro zit in de verdrukking. Veel renners kiezen voor de Tour, televisiebeelden zijn schaarser en de organisatie krijgt veel kritiek.

Het peloton had vorig jaar, op 27 mei, veel hinder van de sneeuw in de Ronde van Italië. Foto Fabio Ferrari / AP
Het peloton had vorig jaar, op 27 mei, veel hinder van de sneeuw in de Ronde van Italië. Foto Fabio Ferrari / AP

Ergens op een luchthaven stond hij voor een camera van de Spaanse omroep TVE. Alberto Contador was wat kilo’s afgevallen zei hij met een jongensachtig, afgetraind gezicht. Hij had een zware, drie weken durende hoogtetraining op Tenerife achter de rug. „Hopelijk gaan we er nu de vruchten van plukken.” De 32-jarige Spanjaard behoort tot een uitstervend ras. Als enige probeert hij dit seizoen de Giro én de Tour te winnen.

Een monsterlijke opgave: drie weken Italië in mei, gevolgd door drie lange Franse juliweken met start in Nederland. Mission impossible? Niet voor de groten der aarde. Andere tijden, andere namen: Eddy Merckx en Bernard Hinault. Zij hadden de kracht om de Giro d’Italia en de Tour de France in één seizoen te winnen, in de jaren zeventig en tachtig. De Italiaan Marco Pantani – die later geschorst werd vanwege dopinggebruik – flikte dat kunststukje voor het laatst in 1998.

Maar voor de mindere goden is de dubbel te veel. „Dat was voor mij te zwaar”, zegt de Belg Johan De Muynck (66). „Daar was ik niet sterk genoeg voor.” Voor hem was het duidelijk: óf Italië, óf Frankrijk. Niet allebei, daarvoor zitten ze in de kalender te dicht op elkaar. De superknecht pakte één keer zijn kans. In 1978 won hij de Giro, daarmee is hij nog altijd de laatste Belg die de rittenkoers won.

Zijn keuze voor één van de twee rondes is anno 2015 goed gebruik in het peloton – op de op revanche gebrande Contador na. Eeuwige roem win je in Frankrijk, niet in Italië. Zie daar de valkuil van de Giro, die vandaag begint. De Tour zuigt alle toprenners en daarmee alle aandacht op.

Tour de France-syndroom

Quizvraagje voor de doorsnee sportliefhebber: wie won de Giro vorig jaar? Diep graven, juist: de Colombiaan Nairo Quintana. Hij is er dit jaar niet bij. Ook geen Chris Froome, de Britse Tourwinnaar van twee jaar geleden. En zelfs niet de Italiaanse thuisrijder Vincenzo Nibali (winnaar Tour vorig jaar). De reden? Ze mikken op de Tour.

„De Giro lijdt onder het Tour de France-syndroom”, zegt sportmarketeer Michel van Grunsven. Relaties en klanten van zijn bureau Triple Double willen maar wat graag de Tour bezoeken. Maar de Giro? Niet echt. „Ik kan me niet voorstellen dat we de mooiste etappe van de Giro uitzoeken en daar naartoe gaan.”

De Giro werd na de Tour lang als de belangrijkste wielerronde gezien, maar die positie is in de knel gekomen. De Ronde van Spanje is aan een opmars bezig. De belangrijkste reden is dat de Vuelta in 1995 een andere plek heeft gekregen op de wielerkalender: de start was altijd in april, maar is verplaatst naar eind augustus.

Qua timing perfect. De Vuelta wordt gebruikt als voorbereiding op het WK wielrennen, tegen het einde van het seizoen. En het is een ideale ronde om een mislukt seizoen goed te maken. Wat ook meespeelt is dat de organisator van de Tour, de ASO, sinds 2008 een minderheidsaandeel heeft in de Vuelta. De Tour en de Vuelta kunnen zo gezamenlijk optrekken in de organisatie – de Giro valt buiten die samenwerking.

Er zijn meer problemen voor de Ronde van Italië. Het grote publiek krijgt slechts flarden mee van de wedstrijd. In Nederland toont de NOS alleen samenvattingen in de reguliere uitzendingen en er is geen live-stream op de site van de omroep.

Vorig jaar kreeg de koersleiding bovendien veel kritiek. De afdaling van de Koninginnenrit werd aanvankelijk geneutraliseerd vanwege barre weersomstandigheden. Het sneeuwde, waardoor snel afdalen te gevaarlijk zou zijn. Even later bleek de mededeling onjuist, geen neutralisatie.

Een en al onduidelijkheid, tot woede van de ploegleiders. „Dit is nu het zoveelste jaar op rij dat de organisatie de renners laat koersen onder zulke omstandigheden. Ze worden echt behandeld als stront”, zei Patrick Lefevere, de Belgische ploegmanager van QuickStep, in Het Nieuwsblad.

De ritten in de Giro zijn soms te heftig, klinkt het. Te hoog in de bergen, met snijdend winters weer als gevolg. „De Giro-organisatie zou meer aandacht moeten hebben voor veiligheid. De nadruk ligt te veel op het extreme”, zegt de Belg Rob Discart, die de Eneco Tour organiseert.

Maar daar wordt aan gewerkt. Gisteren werd bekend dat dit jaar het ‘extreem weerprotocol’ voor het eerst wordt gebruikt. Renners, ploegen en de Giro-organisatie komen voor de start van een etappe bij elkaar als de weersvoorspellingen slecht zijn. Dan kan besloten worden een etappe volgens een andere route te laten rijden, of helemaal af te gelasten.

En de hoogste berg waar renners dit jaar overheen moeten is maximaal 2.000 meter, zegt Addy Engels, die de Giro negen keer reed en nu als ploegleider van Giant-Alpecin achter het stuur zit. „Vorig jaar begon vanaf die hoogte de shit met sneeuw en gladheid. Een stap in de goede richting.”

Engels neemt het op voor zijn favoriete ronde. Net als de Belgische oud-winnaar De Muynck. „Ik reed liever in Italië dan in Frankrijk. Qua uitstraling is de Tour de grootste, maar niet de mooiste.”

Romantiek

Het zijn dit soort romantische gevoelens die velen hebben bij de Ronde van Italië. „Kleine, smalle dorpsstraatjes met roze versierde balkonnetjes, dat zie ik voor me als ik aan de Giro denk”, zegt Engels.

Het golvende Italiaanse landschap leent zich voor een aanvallende rijstijl, met spectaculaire etappes als gevolg. „Italië is grillig, je hebt weinig vlakke stukken”, zegt Engels. En De Muynck: „Er gebeurt altijd iets. De Tour is voorspelbaar, de Giro verrast.”

De ronde is ook een beetje van Pieter Weening is. Die Fries reed in 2011 vier dagen in de roze leiderstrui en hij won in totaal twee etappes in Italië. Nee, de klimmer kan zich niet herinneren dat hij bij terugkomst uit Italië opgewacht werd op het vliegveld of in praatprogramma’s werd uitgenodigd. Daarvoor kom je pas in aanmerking als je in het geel van de Tour rijdt.

Weening zit er niet mee. Hij is gevallen voor de aanvallende manier van rijden in Italië. En voor de sfeer rond de race. „Voor Italianen bestaat er maar één koers”, zegt hij. „Bij de Tour moet je een eigen kok meenemen naar het hotel, hier in de Giro proberen ze je bij alles te helpen.”

Dit jaar is de renner van Orica-Green-edge er weer bij. In kleine koersen werkte hij de afgelopen maanden toe naar de Giro. „Voor mij is het veel makkelijker scoren in de Giro. Hier heb ik in negen ritten kans op een zege. In de Tour zijn dat er vier.” Wie weet rijdt de Fries straks weer even in de magische maglia rosa.