Pas na drie tellen mag penseelaapje terug fieten

illustratie irene goede

Even stil, ik ben aan het praten. Ouders zeggen dat nogal vaak. Je hebt veel te lang de game Minecraft gespeeld, zeggen ze. En: heb jij weer dat legokasteel van je zus afgebroken? Meteen wil je protesteren. „Ja maar…” Maar nee hoor. „Even wachten”, zeggen ze. „Ik ben aan de beurt.”

De volgende keer dat je ouders je zo de les lezen, zeg je tegen je vader of moeder: „Jij bent net een penseelaap.” Want pas geleden hebben biologen ontdekt dat het bij penseelapen thuis precies zo gaat als bij mensen. Papa’s en mama’s penseelaap leren hun kinderen dat ze moeten wachten met praten tot ze aan de beurt zijn.

Penseelaapjes wonen in het oerwoud van Brazilië. Het zijn kleine, grappige aapjes die door de bomen rennen en eten zoeken. Ze doen een beetje denken aan eekhoorns, maar penseelaapjes wonen in een groep, met de hele familie. Kun je nagaan wat een herrie het in zo’n groep is. Alle oerwoudgeluiden, en dan willen alle aapjes ook nog wat zeggen. Nou ja, zéggen: penseelapen klinken meer als vogeltjes. Tititititi! Trrri! Tsjiep! Fffiiee!

Met een ‘fie!’ laten penseelapen elkaar weten dat ze er zijn. „Ik ben hier!” „En ik ben hier!” En zo gaat dat dan nog een tijdje door. „Fie!” „Fie!” „Fie!” Gesprekken van penseelaapjes zijn dus niet zo ingewikkeld. Maar het is wel heel belangrijk dat je op tijd fiet. En op tijd, dat is bij penseelapen na ongeveer drie tellen.

Kinderen moeten dat leren, ontdekten de biologen. Ze luisterden naar jonge penseelaapjes die in een kamer zaten met hun moeder of vader. De jongste aapjes fieden altijd te vroeg terug. Als mama net „Fie!” had geroepen. En bij papa zelfs als hij nog aan het fieën was. (Ja, penseelaapkinderen wachten beter op hun moeder.) Als de aapjes bijna een jaar oud waren, hadden ze door hoe het moest. Bij mama tenminste.

De jonge aapjes riepen trouwens ook vaak iets heel anders terug als papa of mama ‘Fie!’ zei. Zoals ‘Trrritsjiep!’. Daarna zeiden hun ouders niets meer. Misschien is dat óók een opvoedlesje. Net alsof de ouders bedoelden: als je zo raar doet, praat ik niet met je! Klinkt bekend, toch?