Ongemakkelijke vragen

Een echte topmanager. Een man die onmogelijke opdrachten in recordtijd, binnen budget en boven verwachting af wist te krijgen. Iemand die door zijn uitzonderlijke talent, gedrevenheid en diplomatieke gaven het tot belangrijkste minister en plaatsvervangend leider van een wereldrijk wist te schoppen. Iemand die daar de rest van zijn leven spijt van had. We praten met wat vrienden over de Tweede Wereldoorlog. Over Albert Speer. Over goed en fout. Toen en nu.

Albert Speer. Wie zich verdiept in de levensgeschiedenis van Hitlers rijksarchitect en latere minister van Bewapening, ontkomt niet aan gevoelens van professionele bewondering. Zo ontwierp en bouwde hij in 1938, met 4.500 arbeiders en duizenden toeleveranciers, binnen een jaar een gigantische nieuwe rijkskanselarij.

Het was echter ook het jaar waarin, in de nacht van 9 op 10 november, in heel Duitsland joodse winkels en synagogen werden verwoest en Joden werden gedood. Speer had geen aandacht voor de Kristallnacht. Hij zag niet wat er gebeurde of wilde het niet zien. Hij was aan het werk en had een deadline die gehaald moest worden.

Goed en fout. Het leven van Speer laat zien dat professionele gedrevenheid en talent niet genoeg zijn om een goed leven te leiden. Sterker nog, waarschijnlijk maakten deze eigenschappen van Speer vooral een goede nazi.

Volgens zijn biograaf Joachim Fest belichaamde Albert Speer een toekomstig menstype: pragmatisch, ambitieus en niet gehinderd door levensbeschouwing. Volgens Fest was Speer weliswaar niet moreel gevoelloos. Hij noemt hem integer, geloofwaardig, onomkoopbaar en betrouwbaar. „Maar hij was dit allemaal vooral uit overwegingen van zelfrespect; hij had niet kunnen zeggen waarom hij naast deze persoonlijke motieven ook morele geboden zou moeten volgen en daarin een universele wet zou moeten zien.” De spirituele kant van het bestaan was hem vreemd, concludeert Fest.

Toen en nu. Al tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Speer getypeerd als een vertegenwoordiger van het moderne management. Journalist Sebastian Haffner schreef in 1944 in de Britse krant The Observer over Speer: „In hem zien we de verwerkelijking van de revolutie der managers... het klasseloze, briljante type zonder achtergrond, dat geen ander doel kent dan carrière maken... Dit is hun tijd. De Hitlers en de Himmlers raken we wel kwijt, maar de Speers, wat er ook met hen individueel moge gebeuren, zullen nog lang onder ons zijn.”

Wat moet je met zulke uitspraken als je nu manager bent? Of als je vooral bezig bent met je loopbaan? De meningen aan onze tafel worden meteen iets minder uitgesproken. Betekent het verhaal van Speer dat je werkelijk álles in je leven, in je werk, langs de meetlat van goed en fout moet leggen? En als we dat echt vinden, kun je dan nog ploegbaas zijn in een sigarettenfabriek? Of afdelingschef in een supermarkt waar vlees uit de bio-industrie wordt verkocht? Moet je dan eigenlijk niet meteen je baan opzeggen?

En als we dat niet vinden, als we vinden dat je best ‘gewoon’ of ‘neutraal’ je werk kunt doen, waarom weten we dan zo duidelijk dat Speer niet deugde? Was hij niet gewoon iemand zonder duidelijk moreel kompas die zich liet meevoeren door de tijdgeest? Zoals zo veel mensen ook nu?

We proberen in onze discussie verschillende grote meningen uit. Maar we merken dat ze niet voldoen. Het gesprek valt stil. Misschien lenen deze onderwerpen zich eerder voor ongemakkelijke vragen dan voor heldere antwoorden. Ongemakkelijke vragen die je minstens een keer per jaar vooral aan jezelf moet stellen.