Kathmandu is een meter gestegen

Bij de recente aardbeving in Nepal verschoven gesteentelagen ondergronds plotseling zes meter.

Het geweld waarmee India zich nog steeds Azië in boort – tegenwoordig met een snelheid van 4 centimeter per jaar – zorgt voor onvermijdelijke en terugkerende aardbevingen. De Indiase Plaat duikt aan de noordkant onder de Aziatische, onder een zwakke hoek, oplopend van 2 tot 11 graden. De twee platen glijden niet soepel over elkaar, omdat hun oppervlak onregelmatig is. De wrijvingsweerstand bouwt zich op, en met een klap kunnen de platen dan opeens meters ten opzichte van elkaar verschuiven. De energie die daarbij vrijkomt veroorzaakt aardbevingen.

De recente aardbeving in Nepal, met een kracht van 7,8 op de schaal van Richter, ontstond op een diepte van 15 kilometer. Volgens reconstructies van de NASA moet er ondergronds sprake zijn geweest van een landverschuiving van circa zes meter. Bovengronds was het effect minder. Uit GPS-metingen blijkt dat Kathmandu ongeveer een meter omhoog is gekomen. De noordelijker gelegen Langtang Vallei, die zwaar werd getroffen door een puin- en ijslawine, is een meter gezakt.

Opschuiving

De recente aardbeving was een zogeheten opschuiving (in het Engels: thrust fault). Die komt voor bij gesteentelagen die onder elkaar duiken, een zogeheten subductiezone. Daarnaast zijn er nog twee andere typen aardbevingen. Bij uit elkaar bewegende platen, zoals bij mid-oceanische ruggen, is sprake van afschuiving (normal fault).

En bij twee platen die langs elkaar op bewegen krijg je horizontaalverschuiving (strike-slip fault). Een voorbeeld hiervan is de San Andreasbreuk in Californië.

De meeste zware aardbevingen in de Himalaya doen zich voor langs het grensvlak tussen de wegduikende Indiase Plaat en de bovenliggende Euraziatische Plaat. Dat vlak wordt de Main Himalayan Thrust genoemd. Bekende voorbeelden van aardbevingen langs dit breukvlak zijn, van links naar rechts in de Himalaya, die van 1905 en 2005 (bij Islamabad), van 1934 (rechts van Kathmandu), 1897 (boven Dhaka) en van 1950 (helemaal rechts, bij Assam).

Maar er zijn ook vele andere breuklijnen. Het systeem is complex, en nog vol onbekendheden. Geologen beschreven in Nature Geoscience van 1 december 2013 een tot dan toe onbekend breuksysteem in het westen van de Himalaya. Het is meer dan 350 kilometer lang en verbindt breuken in de Himalaya met die in het zuiden van Tibet. In dit Western Nepal Fault System zijn horizontaalverschuivingen (strike-slip faults) gemeten.

Verder zijn er ook ideeën dat erosie hier aardbevingen kan uitlokken. Er is geen gebied in de wereld waar zoveel erosie plaatsvindt (1 tot 2 miljard ton sediment wordt jaarlijks afgevoerd). De moesson, in combinatie met de steile berghellingen, speelt hierbij een voorname rol. Die intense erosie leidt tot drukvermindering op gesteente, en dat zou tot bevingen kunnen leiden.

Camembert

De botsing tussen India en Azië blijft ook het Tibetaans Plateau vervormen. In noordzuid-richting wordt het al miljoenen jaren als een harmonica in elkaar geduwd, maar in oostwest-richting strekt het zich juist uit. „Het plateau loop naar het oosten weg als een camembert die uit de doos is gehaald”, zegt geoloog Peter Molnar van de Universiteit van Colorado. Voor zijn onderzoek ontving hij vorig jaar de Crafoord Prijs – ook wel de alternatieve Nobelprijs genaamd – voor Geowetenschappen. Dat ‘wegloopproces’ leidde in 2008 tot een zware aardbeving, 80 kilometer ten noordwesten van Chengdu (in het Chinese Sichuan). Daarbij kwamen naar schatting 70.000 mensen om het leven.