Inspecteurs vinden sporen van zenuwgas in Syrisch militair lab

Er zijn nieuwe aanwijzingen dat het regime van de Syrische president Assad niet al zijn chemische wapens heeft opgegeven, terwijl het dat wel heeft verklaard. Volgens diplomatieke bronnen hebben internationale inspecteurs sporen van de zenuwgassen sarin en VX gevonden in een militair onderzoekscentrum.

Monsters die inspecteurs van de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW) in december en januari hebben genomen, testten positief op bestanddelen die nodig zijn voor het maken van sarin en VX, aldus de diplomaten. Deze voorraden zijn blijkbaar niet opgegeven aan de internationale gemeenschap, terwijl het Syrische regime volhoudt dat het al zijn chemische wapens heeft overgedragen. „Dit is een behoorlijk sterke indicatie dat ze hebben gelogen over wat ze met sarin hebben gedaan”, zegt een diplomatieke bron. „Ze hebben tot nu toe geen bevredigende verklaring voor deze vondst kunnen geven.”

Al maanden gaan er verhalen dat het Syrische regime nog altijd gifgas inzet in de strijd met de rebellen. Na de gifgasaanval in Damascus in 2013, waarbij honderden doden vielen, dwongen Rusland en de Verenigde Staten het regime mee te werken aan de vernietiging van al zijn chemische wapens. President Assad moest een inventaris van zijn totale arsenaal overleggen. Het betrof zo’n 1.300 ton mosterdgas, sarin en VX.

De OPCW rapporteerde vorig jaar dat de operatie was geslaagd: alles wat het regime had opgegeven, was het land uit verscheept. Veel deskundigen waren echter sceptisch, mede door berichten over nieuwe aanvallen met gifgas. (Reuters)