‘Ik wil mijn kuif hoger’

Elke week vertelt iemand over zijn of haar eigenzinnige kledingstijl. Louise Pot koopt haar kleding als ze op reis is: „Soms denk ik: wat heb ik in godsnaam gekocht?”

Foto Jan Willem Kaldenbach

Louise Pot (74) uit Den Haag

Wat heeft u een goed kapsel.

„Ik zou mijn kuif nog wat hoger willen, maar dat lukt maar niet. Ik heb van alles gedaan met mijn haar. Ik heb eigenlijk kroeshaar – mijn moeder was Afrikaans-Indonesisch. Ik heb krullen gehad tot bijna aan mijn taille, een afro, mijn haar zo erg laten straighten dat het afbrak. En ik doe nog steeds van alles, ik heb niet zo lang geleden nog een gekrulde mohawk gehad. Ik ben alleen gestopt met verven, omdat mijn haar ervan begon uit te vallen. Zwarte verf is volgens mij veel agressiever dan blonde.”

Waar koopt u uw kleren?

„Meestal op reis. Ik reis al meer dan twintig jaar de wereld over met mijn man. Meestal is het niet zo duur, maar als ik geld heb, koop ik soms iets als deze schoenen van Prada, die ik in Parijs vond. Ik heb ze al een paar jaar, maar ze zijn nu eigenlijk pas in de mode. Tijdens het reizen heb ik altijd hetzelfde aan: een spijkerbroek met een overhemd. Heel sober en gemakkelijk, maar wel spierwit, schoon en heel. Als ik weer in Den Haag ben, pak ik weer uit.”

Is alles wat u op reis koopt, thuis ook nog leuk?

„Soms denk ik als ik terug ben: wat heb ik in godsnaam gekocht? Ik heb een paar blouses en rokken van een soort elastiek dat je heel klein kan opfrummelen. Het stond die meisjes in Thailand zo leuk, maar thuis was het afschuwelijk.”

Heeft het reizen uw stijl beïnvloed?

„Eigenlijk niet. Van jongs af aan heb ik me vooral willen onderscheiden van anderen. Maar ik was sowieso al een buitenbeentje: midden jaren vijftig was ik de eerste donkere danseres bij het Nationale Ballet. Je kreeg daar toen niet zo’n goede opleiding als nu, je moest gewoon afkijken hoe de anderen het deden. Er werd je ook niet geleerd hoe je moest eten om slank te blijven. Het was allemaal heel onverstandig.”

Milou van Rossum