Hoezo, geen zin?

Als je tegen vrouwen zegt dat de pil bijwerkingen kan hebben, dan krijgen ze ook bijwerkingen. Rosanne Hertzberger legt uit hoe één vrouw het seksleven van een aanzienlijke groep Nederlanders heeft verziekt.

Foto Thinkstock

Bij de introductie van de pil in de jaren zestig van de vorige eeuw was er één grote angst: vrouwen zouden zorgeloos rond gaan seksen, huwelijkse trouw zou een achterhaald begrip worden en promiscuïteit de nieuwe mode. In de meeste staten van Amerika was anticonceptie daarom verboden. De vrouw moest seksueel in toom worden gehouden.

Anno 2015 staat er een artikel op de Correspondent met de kop: ‘Het is tijd om met de pil te stoppen (want die verpest je seksleven)’. Het artikel ging niet over een groot dubbelblind onderzoek dat zojuist was verschenen. Het ging over de persoonlijke ervaring van schrijfster Bregje Hofstede die er na onderzoek in haar eigen dagboek achter was gekomen dat ze geen libido meer had toen ze met een nieuwe pil was begonnen. En wat bleek? Toen ze vervolgens met die pil stopte, was ze ineens weer een beest in bed.

U begrijpt: grote ophef. Ongeveer 100 miljoen vrouwen wereldwijd gebruiken de pil, in Nederland is het het populairste anticonceptiemiddel. Dus Hofstede mocht bij RTL Late Night vertellen over haar baanbrekende bevindingen. Ik kan me voorstellen hoe aan tienduizenden Nederlandse eettafels de anticonceptiestrategie in de afgelopen weken nog eens ter sprake kwam. Iedereen wil wel een beter seksleven en daar was ineens een makkelijke oplossing.

Het probleem is alleen dat het helemaal niet zo duidelijk is wat de effecten van hormonen op het seksleven zijn. Arts-seksuoloog Lunse, aan tafel bij Late Night, geeft ronduit toe dat de resultaten elkaar tegenspreken. Wie in de literatuur zoekt, vindt tientallen studies met uiteenlopende uitkomsten. Iedereen weet wel dat het hormoon testosteron wordt verlaagd, maar in de ene studie blijkt dat honderden Duitse pilneemsters minder zin hebben in seks, terwijl in een andere studie Italiaanse vrouwen aan de pil zeggen juist méér seksuele gedachtes, fantasieën en lustgevoelens te hebben. Het is maar aan wie je het vraagt. Hier in St. Louis werk ik met een cohort vrouwen van wie 45 procent een abortus heeft gehad en 39 procent in armoede leeft. Reken maar dat zij een stuk zorgelozer seksen sinds ze de pil kregen.

Natuurlijk zou Bregje Hofstede gelijk kunnen hebben. Maar om dat aan te tonen heb je een blinde studie nodig met een neppil. Het placebo-effect bij zoiets vaags als ‘zin in seks’ of ‘reageren op prikkels’ kan enorm zijn. Als iemand Bregjes nieuwste pilstrip stiekem had vervangen door een placebo, had ze dan net zoveel zin in seks gehad als toen ze gestopt was? En als ik haar een pilletje had aangeboden met daarop groot geschreven: afrodisiacum?

Maar zo’n studie is extreem lastig en duur. Je moet een groep vrouwen vinden met een actief seksleven, die bereid zijn om gedurende lange tijd de pil of een placebo te slikken en daarnaast met condoom te vrijen. En dan mogen onderzoekers bidden dat niet alsnog iemand ongewenst zwanger raakt.

Bijwerkingen van een neppil

Iemand die al die problemen niet had, was de uitvinder van de pil zelf, Gregory Pincus. Hij gaf in de jaren vijftig een groep vrouwen een neppil, loog dat ze een echte hadden gekregen en vertelde daarbij dat ze bijwerkingen zouden ondervinden. Die groep bleek bijna net zoveel last van bijwerkingen te hebben als de groep die écht de pil had kregen (17 procent versus 23 procent).

Weet je wie veel minder last van bijwerkingen had? De groep vrouwen die de echte pil kreeg maar geen waarschuwing had gekregen over bijwerkingen. In die groep had maar 6 procent last van kwaaltjes. Kortom, door tegen vrouwen te zeggen dat ze bijwerkingen krijgen, krijgen ze bijwerkingen. Het zou dus best zo kunnen zijn dat Hofstede eigenhandig het seksleven van een aanzienlijke groep Nederlanders heeft verziekt.

Maar dat is niet het ergste. Het ergste is dat dit soort verhalen een eigen leven gaat leiden. Naast libidoverlies beschrijft ze namelijk ook dat ze plotseling harder kan rennen, daarbij meer zweet en verder een algemene emotionele „rekalibrering” ondervindt. Zonder het te weten had de pil, met al die „chemicaliën” een algemeen afvlakkend effect op haar gehad. In de vele reacties bij de Correspondent herkennen lezers haar ervaringen.

Dat komt me allemaal iets te bekend voor. Dat soort verhalen gaat ook rond over de veiligheid van genetische gewassen, monosodiumglutamaat, aspartaam, vaccinaties. Iemand roept iets – een verwarde wetenschapper, een bezorgde moeder, een vrouw die een seksuele en emotionele opleving doormaakt nadat ze met de pil is gestopt. En dan verschijnen over een jaar de eerste berichten dat de pil je autistisch maakt. Over twee jaar is het pilgebruik gekelderd. En het jaar daarna kunnen we weer ouderwets tienerzwangerschappen gaan opdweilen. Zo gaat het nu eenmaal met dat soort dingen.

Steeds sneller zetten we de uitvindingen van de jaren vijftig en zestig bij het oud vuil. Tegelijkertijd wordt het zoeken naar vervangende alternatieven moeilijker, omdat we bang zijn om iets of iemand per ongeluk pijn te doen. Dat is de ware tragiek.