‘Hier geen saaie kantoormuizen’

De baas van outdoorwinkelketen Bever is 35 jaar en liep een trailrun van 168 kilometer, in 39 uur. „Mensen komen niet snel aan mijn bureau met: ik kan het niet. Of: ik red het niet.”

„Ik train nooit genoeg. Ik haal er zo veel plezier uit. Zowel op kantoor als thuis word ik daar een beter mens van.”
„Ik train nooit genoeg. Ik haal er zo veel plezier uit. Zowel op kantoor als thuis word ik daar een beter mens van.” Foto Maindruphoto

Hij is het uithangbord van zijn eigen bedrijf. „Ik ben gék op buiten zijn. Ik ren, fiets, schaats. Ik ben een bergbeklimmer, een toerskiër en kampeerder. Zolang het maar buiten is en er een flinke uitdaging in zit.”

Outdoorwinkelketen Bever heeft veertig winkels in Nederland en maakte vorig jaar 73 miljoen euro omzet. Winstcijfers worden niet naar buiten gebracht. Recentelijk is het moederbedrijf, de A.S. Adventure Group, overgegaan van Britse in Franse handen: van private-equitymaatschappij Lion Capital naar PAI Partners.

Bever is de winkel voor tuigjes, touwen, stijgijzers en zekeringen voor als je gaat bergbeklimmen. Voor reusachtige rugzakken met ontelbare vakjes, voor multifunctionele zakmessen en voor slaapzakken die je warm houden bij min twintig. Maar, zegt topman Greg Nieuwenhuys (35): „Wij verkopen ook gewoon jassen om naar je werk te fietsen of de hond uit te laten.”

Bever is niet meer de Bever van jaren geleden, wil hij maar zeggen. Onder zijn leiding is de strategie gewijzigd: weliswaar blijft het een specialistische outdoorketen, maar Bever richt zich nu op alles wat met ‘buiten’ te maken heeft. De toevoeging Zwerfsport is geschrapt, de nieuwe slogan luidt: ‘Buiten begint bij Bever’. „We willen laten zien dat het goed is om naar buiten te gaan”, zegt Nieuwenhuys. „Het tempo van het leven ligt zo hoog. Mensen zijn 24/7 online. Trek je af en toe even terug.” Hij noemt het „maatschappelijke verantwoordelijkheid”, maar hij gelooft ook dat Bever door „mensen te inspireren naar buiten te gaan” meer omzet kan behalen.

Private equity heeft een slechte naam. Ook in combinatie met detailhandel – zie V&D. Hoe zijn uw ervaringen?

„Private equity is niet alleen maar slecht. Ik heb een andere kijk op die zaken dan er dagelijks in de krant staat. Lion komt als eigenaar van Hema weleens wat negatief in beeld. Maar ik heb er altijd plezierig mee samengewerkt. Lion heeft flink in Bever geïnvesteerd, het bedrijf staat er nu veel beter voor dan in 2008. Wij zijn niet uitgekleed. Dat kan ook niet. Bever moet het hebben van service, kwaliteit en klantgerichtheid. Als je daarop bezuinigt, is dat het begin van het einde.”

In de Beverwinkel aan de Stadhouderskade in Amsterdam waar Nieuwenhuys wilde afspreken, is het deze donderdagmiddag vrij rustig. Er is wel veel personeel. De een test slaapzakken met een klant die zich ontdoet van zijn schoenen en languit in een bak met grind gaat liggen. („Zo kunnen klanten voelen of de matjes comfortabel liggen.”) Een andere werknemer staat op de rugzakkenafdeling en adviseert de klant – een jonge twintiger – niet alleen op rugzakgebied, maar helpt hem ook met reistips. „Op de motor door Vietnam? Leuk! Maar dan zou ik die motor wel lozen voor je in Ho Chi Minh aankomt. Het risico op een ongeluk is levensgroot.”

Toen hij als hoogste baas aantrad, in 2011, viel het Nieuwenhuys op dat de outdoorketen erg naar binnen gericht was. „Onder het personeel heerste een sfeer van: wij zijn avonturiers en wij zijn er voor de buitensporter. Iemand die géén buitensporter was, werd wel geholpen, maar niet altijd van harte.”

Hoe verander je die houding?

„Door het personeel te trainen. Als je een ander publiek in je winkel wilt hebben, moeten de werknemers ook andere gesprekken kunnen voeren. Het vraagt een andere cultuur. Onze mensen hebben zich echt moeten openstellen. We hebben de afgelopen jaren hard gewerkt om het bedrijf toegankelijk te maken voor een breed publiek, terwijl we vooral specialist blijven. Voorheen werd vooral ingekocht op de technische aspecten van een product. Nu trekken we meer jonge mensen en die vinden het veel belangrijker dat het er gewoon goed uitziet. Zij zijn niet zozeer op zoek naar een waterdichte jas, maar naar een mooie jas die ook nog waterdicht is.”

Wie zijn uw grootste concurrenten?

„Er zijn sportzaken die ook outdoorartikelen verkopen. Perry, Intersport en Decathlon. De ANWB-winkels verkopen die ook. Daarnaast zit in de meeste steden nog een onafhankelijke zaak. En dan is er de online-concurrentie.”

Wat doet Bever online?

„Toen ik hier kwam, zeiden mensen: online? Dat is niet nodig. Mensen komen wel naar de winkel. Gelukkig was ik niet de enige die er fiducie in had. Online is explosief hard gegroeid. We zijn in 2011 begonnen met webverkoop. Omnichannel – alles wat klanten op internet bestellen en in de winkel ophalen én de producten die ze in de winkel bestellen en thuis geleverd krijgen – zorgt nu voor meer dan 20 procent van onze omzet. Sinds 2011 is de omzet van Bever met 30 procent gegroeid. Omnichannel is de motor achter die groei.”

Veel winkelketens in nood zoeken hun heil in een tablet in de winkel – zodat klanten producten die niet op voorraad zijn kunnen bestellen. Werkt dat echt?

„Er is een onlinewereld en er is een winkel. Je moet de voordelen van die twee werelden laten versmelten. In de winkel kunnen wij nu video’s laten zien met productvergelijkingen en reviews. Het online-assortiment is veel groter. De medewerker helpt de klant daarbij. Tegelijk plaatsen wij op de site video’s van medewerkers. Die staan dan bijvoorbeeld bij de rugzakkenwand, en laten de opties zien. Er is ook een chatfunctie, en klanten kunnen bellen met een specialist die alles weet van een product of categorie.”

Deze winkel in Amsterdam is modern, maar dat geldt niet voor alle filialen.

„Er is groot verschil tussen onze winkels. We zitten best vaak op locaties die te ver buiten de stad zitten, op een plek waar niet veel mensen komen. De afgelopen jaren hebben we een aantal winkels verhuisd. De winkels in Utrecht, Rotterdam, Almere, Arnhem, Houten en straks ook Leiden zien er op en top uit. Helaas hebben we een achterstand. Ik kan niet zeggen dat we een uniforme, strakke formule hebben. Daar werken we wel naartoe. Daarin kan de nieuwe aandeelhouder ook een rol spelen.”

In zijn vrije tijd doet Nieuwenhuys aan extreme sporten. Zijn laatste „avontuur” was de Ultra-Trail du Mont Blanc, afgelopen augustus, een hardloopwedstrijd van 168 kilometer rondom de Mont Blanc. „Aan één stuk, ja. Nou ja, af en toe eet je wat. Af en toe heb je een sanitaire stop. En ik heb 20 minuten geslapen, toen ik door een fysiotherapeut aan mijn enkel werd behandeld. Het parcours gaat continu omhoog en omlaag. Omhoog kun je niet rennen, dan is het snelwandelen. Naar beneden en de vlakke stukken ren je. Ik had gehoopt binnen de dertig uur te finishen, ik deed er 39 uur over.”

U klinkt teleurgesteld.

„Ik ben competitief ingesteld, dus ik wil zeker nog een keer terug om een mooiere tijd neer te zetten. Maar eerst doe ik eind juni een trailrun in Andorra en eind augustus in Grenoble.”

Wat vergt dit van een lichaam?

„Je moet fit en goed getraind zijn. Je spieren moeten sterk zijn. Maar het is vooral een mentaal spelletje. Na 90 kilometer was ik helemaal kapot, ik had het zó moeilijk. Ik kon niet bedenken hoe ik nog 80 kilometer ging afleggen. Toen heb ik mijn vrouw gebeld en zij heeft me erdoorheen gesleept. Ze zei: bij een bevalling kun je ook niet halverwege afhaken. Ineens kwam het licht. Ik dacht: waarom zou ik stoppen? Dat kan altijd over een uur nog. Een uur later denk je dat weer. Op een gegeven moment laat je het los. Dan weet je: ik ga het redden.”

Hoe combineert u de trainingen met uw baan...

„...En mijn gezin. Ik heb drie jonge kinderen. Het merendeel van mijn trainingen vindt plaats als het gezin slaapt. Ik wil niemand tot last zijn. Ik sta twee keer in de week om vijf uur op, dan rij ik naar kantoor en ren ik van zes tot half negen. Daarna ga ik douchen en ontbijten en dan begint mijn werkdag. Soms fiets ik naar mijn werk. Ik train nooit genoeg. Ik haal er zo veel plezier uit. Zowel op kantoor als thuis word ik daar een beter mens van. Ik word chagrijnig als ik niet genoeg beweeg.”

Leveren uw prestaties intern gezag op?

„De collega’s vinden het wel stoer. Ze komen niet snel aan mijn bureau met: ik kan het niet. Of: ik red het niet. Ze zien aan mij: waar een wil is, is een weg. Dat creëert een bepaald soort cultuur. Saaie kantoormuizen kennen wij niet.”