Haat

Zelden veroorzaakt nieuws zoveel morele verwarring: het schrijversprotest over de prijs die PEN International had toegekend aan Charlie Hebdo was nog in volle gang, toen het nieuws over de mislukte aanslag op de aanwezigen bij de Mohammed-tekenwedstrijd in Garland, Texas, over de schermen schoot. Wat te vinden? Moesten de schrijvers die het hadden opgenomen voor het gedachtegoed van Charlie Hebdo nu ook pal achter Pam ‘This is war!’ Geller gaan staan? Hun motieven en intenties verschillen hemelsbreed, maar gewelddadige aanhangers van de radicale islam zal dat worst wezen. Charlie Hebdo is een spotter, Geller een hater – maar maakt dat uit wanneer je in de loop van een geweer kijkt? Wat als de aanslag in Texas gelukt was, zou men voor de slachtoffers ook massaal de straat zijn opgegaan?

Lastige vragen – en godzijdank mislukte deze slachtpartij. In Nederland werd de verijdelde aanslag op de geestverwanten van Wilders, die in Texas de prijs voor de beste Mohammed-tekening mocht uitreiken, dan ook alweer snel weggedrukt door belangrijker nieuws – een activist had een half jaar geleden namelijk bij een demonstratie „Fuck de koning” geroepen en dreigde nu vervolgd te worden. De enige keer dat ik deze activist zag optreden, moesten volgens hem politieagenten, Diederik Samsom, onderwijzers en journalisten gefuckt worden, iedereen dus eigenlijk, het is echt een thema voor hem. Of gewoon Tourette.

Maar door de PEN-affaire zijn wel degelijk principes op scherp gezet. In The New York Times verscheen een commentaar waarin onderscheid werd gemaakt tussen Charlie Hebdo en Pam Geller. Want Charlie Hebdo bedrijft „openhartige satire op politici en religies, katholiek, joods en islamitisch”. Geller is een ander geval, volgens de Amerikaanse krant. Zij „wentelt zich in aanvallen op de islam op een manier die herinneringen oproept aan virulent racisme of antisemitisme. Ze bereikte haar doel – uitdagen – in Garland, met de aanval door twee moslims”.

Met die laatste zin heb ik moeite. Voor de meeste moslims in de VS is Geller – als ze haar al kennen – een te negeren hysterica, waar ze mee hebben leren leven, zoals veel homo’s met conservatieve homohaters, net als veel Nederlandse moslims met de uitgekiende krenkingen van Wilders. Het klimaat wordt er niet beter door, maar what can you do? Moslimorganisaties haastten zich na de verijdelde aanslag dan ook te verklaren dat Geller vrij was om te haten, ze moest vooral blijven doen wat ze niet laten kon.

Maar The New York Times lijkt te suggereren dat Geller het dreigende geweld vooral aan zichzelf te danken heeft. Als je iemand maar lang genoeg tart, gaat hij vanzelf wel bijten. Dat was helaas ook de suggestie die doorklonk in veel van de afwijzende reacties van schrijvers die tegen de PEN-bijeenkomst voor Charlie Hebdo protesteerden – heel erg wat er in Parijs was gebeurd, maar de provocaties van het satirische blad verdienden geen prijs, aangezien ze geen ander doel dienden dan het beledigen en schofferen van een groep die het toch al zwaar te verduren heeft.

Ik erger me daaraan. De humor van Charlie Hebdo is anarchistisch, gericht tegen alles wat zichzelf heilig acht – het verdwaasde gedachtegoed van de radicale islam was bepaald geen obsessie voor het blad, gewoon een van hun vele doelwitten. Terecht, lijkt me, als doorsneemoslims ergens last van hebben, is het van radicale islam. Veel van de schrijvers die zich tegen de PEN keerden, kunnen zich de radicale islam niet voorstellen als aantrekkelijke ideologie, vervuld van geweldsfantasieën en een hang naar extreme zuiverheid die onherroepelijk tot zuiveringen leidt – in hun geriefelijke, aan de Amerikaanse universiteiten opgebouwde wereldbeeld, is het altijd de gevestigde orde die minderheden onderdrukt, en het hypocriete Westen dat uit naam van de Verlichting overal ter wereld dood en verderf zaait. Westerse hypocrisie is de vijand, niet de radicale islam. Voor die overtuiging kun je bewijzen genoeg vinden, maar als je niet oppast, ga je de broers Kouachi als slachtoffers beschouwen.

Activisten als Geller en Wilders wordt steevast verweten dat ze alle moslims op een hoop gooien, een terecht verwijt. Maar net zo kun je de bestrijders van de islamofobie, zoals de protesterende PEN-schrijvers verwijten dat ze hetzelfde doen – door moslims per definitie als een homogene groep vertrapten af te schilderen. Dat is bevoogdend. Het laat de moslims die zich tegen de radicale onverdraagzaamheid binnen hun eigen geloof keren hopeloos in de kou staan.