Wij schrokken ons rot tijdens een avond op de spoedeisende hulp

Een hockeystick zorgde voor een flinke klap op de knie van onze dochter Britt van 11. Een blessure zit in een klein hoekje. Staan en lopen ging niet, reden om de huisartsenpost te bellen. Bij de spoedeisende hulp (SEH) vroeg de portier of hij een rolstoel kon halen. Na enkele ogenblikken waren we aan de beurt en besloot de huisarts een foto te laten maken. Plots kwamen er drie ambulances binnen en stroomde de wachtkamer vol andere patiënten. Iedereen ‘wilde voor’ en de SEH-medewerkers ontvingen heel wat verwensingen. „Waarom zijn die mensen niet blij dat ze geholpen worden?” vroeg Britt. Ze liet weten dat andere mensen gerust voor mochten, wij konden wachten. Toen wij eerder geholpen werden, omdat de foto door een laborant wordt gemaakt en niet door een arts, spraken de bezoekers tegenover de medewerkers hun ongenoegen uit. Helemaal bijzonder was de actie van een mevrouw die de SEH-medewerkers met haar smartphone fotografeerde ‘als bewijs van hun onvermogen om snel te helpen’. Door tussenkomst van een beveiligingsmedewerker – overigens triest dat die nodig zijn – zijn de foto’s verwijderd. Goed, het was druk. Onze avond was ook voorbij. Nou en? Uiteindelijk konden we om 22.00 uur naar huis. Een flinke kneuzing, rusten en volgende week op controle. Het zij zo. Waarom agressie tegen deze hulpverleners die 24/7 voor anderen klaar staan? Ooit zei een bestuurder ondiplomatiek: „Ze moeten met hun poten van onze hulpverleners afblijven”. Zo is het. En dat geldt ook voor verbaal geweld.