Geen aparte EU-deals meer voor de Britten

De Europese Unie moet twee soorten lidmaatschap bieden: een volledig lidmaatschap en een partnerschap. Kiezen de Britten voor die laatste, dan beslissen ze niet meer mee over de regels, stelt Guy Verhofstadt.

Niemand is gelukkig met het huidig Europees verdrag. Niet alleen ‘de’ Britten of ‘de’ Eurosceptici, ook de pro-Europeanen hebben genoeg van de institutionele impasse. De verschillende verdragswijzigingen in de loop der jaren waren altijd een oefening in ‘variabele geometrie’.

De Europese Unie is niet meer een hybride constructie van een federatie en een confederatie, maar een mengelmoes van opt-ins, opt-outs en kortingen - met nog een waslijst aan andere uitzonderingen.

Bovendien kampt de Unie met fundamentele tegenstrijdigheden, zoals een monetaire unie zonder ministerie van Financiën en fatsoenlijk economisch bestuur, en een interne markt met 28 lidstaten waarvan er maar 18 tot het Schengengebied behoren. Het Verdrag van Amsterdam van 1999 bood een groep landen de gelegenheid om zelf meer integratie na te streven, maar alleen ‘als laatste redmiddel’. De conventie van Lissabon van 2007 behield deze clausules van Amsterdam en werkte ze verder uit, met als gevolg de huidige Europese chaos.

Mochten de Britten dan ook willen heronderhandelen over hun rol in de Europese Unie, dan zou dat een heel redelijk verzoek zijn. Ze moeten dan wel twee realiteiten onder ogen zien. Ten eerste zijn zij niet de enigen die een verdragswijziging willen. Dit betekent dat Britse heronderhandelingen zonder meer tot een belangrijke verdragswijziging zullen leiden. Ten tweede moeten de Britten aanvaarden dat iedereen zich na deze wijziging van het Verdrag aan dezelfde spelregels moet houden. Geen malle, onbegrijpelijke en onverdedigbare opt-outs meer.

Om die twee punten te verzoenen, moeten we tot twee soorten lidmaatschap van Europa komen: het volledig lidmaatschap en het partnerschap. Heeft een lidstaat het volledig partnerschap, dan behoort hij tot de ‘steeds hechtere unie’ met één munt, één economisch beleid, één leger en één buitenlands beleid. Daarmee zal de EU de benodigde middelen krijgen om de euro tot een echte reservemunt te maken en de Unie op het wereldtoneel slagkracht te bezorgen. En nee, dit is geen Europese superstaat. In de VS zijn de Republikeinse aanhangers van een ‘kleine overheid’ in grote meerderheid toch voorstanders van hun Amerikaanse federatie met een sterk leger en een degelijk economisch beleid dat in alle vijftig staten geldt. Als continentaal liberaal streef ik naar een doelmatige en zuinige Europese Unie die op basis van begrotingsdiscipline functioneert.

Het ‘partnerschap’ biedt toegang tot de interne markt met haar vrije verkeer van goederen, diensten, kapitaal en personen. Daarbij hoeft een lidstaat alleen die regels en voorschriften in acht te nemen die nodig zijn voor een gelijk speelveld in de interne handel. Uiteraard is hij dan niet meer volledig vertegenwoordigd op EU-niveau, met het bijbehorende stemrecht.

Dat is alles. Geen klachten meer over oneerlijke behandeling, kortingen of historische opt-outs. De kern van de zaak is dan ook niet hoe de Europese modderpoel moet worden schoongemaakt, maar of de politici overal in Europa een dergelijke heldere keuze aankunnen. Een Brits referendum over de rol van het land in Europa is prima. Daar kan geen democraat ooit tegen zijn.

De echte vraag is echter: welke vraag stelt zo’n referendum? Wordt dit een ‘ja / nee’ tegen het lidmaatschap van het Verenigd Koninkrijk of wordt dit een mandaat voor de nieuw gekozen premier om te heronderhandelen over de voorwaarden van het Britse lidmaatschap? Als de Britten in de Unie willen blijven, maar op andere voorwaarden, moeten ze bereid zijn in te stemmen met een ‘partnerschap’. Daarin zullen ze weinig tot geen inspraak in de besluitvorming over de regels meer hebben.

Dit ‘zwart-wit’-dilemma tussen een volledig lidmaatschap en een partnerschap is absoluut noodzakelijk. Niet alleen ik, maar ook de meeste Europeanen hebben schoon genoeg van onze zinloze traditie van onbegrijpelijke deals in achterkamertjes. De methode van de variabele geometrie zou misschien werkbaar zijn met een paar mensen om de tafel, maar niet zijn achtentwintigen. De problemen zijn in de eerste plaats ontstaan doordat landen selectief wilden winkelen. Nu zitten we met de winkeldochters.