Gecastreerde terreinwagen

De Suzuki Vitara komt volgens Bas van Putten maar moeilijk van zijn hondentrimster-imago af.

Sinds Daihatsu zich uit Nederland heeft teruggetrokken, is Suzuki de laatste Hema onder de Japanse merken. Het maakt uitsluitend doodgewone auto’s, goed zonder kapsones. Dit is je adres voor kleintjes met opwekkende namen als Alto, Celerio en Swift, de boodschappenwagentjes op de markt. En voor de Vitara, de terreinwagen die uit Japanse bescheidenheid vergat zich groot en breed te maken. Grotere Suzuki’s pasten sowieso niet in het vaderlandse wereldbeeld. Van de enige lijvige sedan die het merk tot voor kort in Nederland leverde, de vast uitstekende maar kansloze Kizashi, werden er vorig jaar veertien verkocht.

Geestig aan de Vitara, met de fijn sturende Swift de leukste van het stel, was de samenstelling van zijn klantenkring. Hij stond in hoog aanzien bij kapsters, hondentrimsters en echte terreinrijders die de Land Rover-achtige kwaliteiten van het dappere terreinbeertje ontdekten. In landelijke gebieden en bepaalde buitenwijken kom je nog verrassend vaak oude Vitara’s tegen, soms met een dameskapsalonreclame of een paard in airbrush op de afdekplaat voor het reservewiel. Heel Hollands merk eigenlijk.

De nieuwe Vitara laat de prut de prut voor de gebaande paden van de mode. De Hema heeft ontdekt dat je vandaag de dag een beetje Bijenkorf moet zijn. Het budget-Jeepje onderging een makeover tot suv, tot gecastreerde terreinwagen; de AllGrip geheten vierwielaandrijving kost voortaan extra. Het succes van de Hyundai Tuscon en de Kia Sportage heeft geleerd dat de Nederlandse suv-koper, ook heel eigentijds, liever de held speelt dan het te zijn.

Nu word je niet in één klap modieus. Suzuki wil heel graag laten zien dat de Vitara technisch en stilistisch bij de les is, maar zo werkt lifestyle niet. Het is met stijl als met vertrouwen. Je hebt het niet of helemaal, niet een beetje. De designer heeft de neus van de Range Rover Evoque overgetekend met een natuurgetrouwheid die hem niet slecht staat, maar de middenconsole van mijn testauto is bekleed met pianolak, het zwarte hoogglansplastic dat door een tragisch misverstand wordt gezien als allureverhogend. Over de wielkasten achter heeft de tekenaar een foeilelijke boog getrokken waarvan ze in Japan vermoedelijk een erotiserende werking hebben verwacht. En met haast komische overdrijving betreedt de test-Vitara de arena van actieve veiligheidssystemen, de heilige graal van het vooruitgangsideaal.

Treitertrends

Het kroonjuweel in het pakket heet Radar Brake Support. Zodra je een voorganger te dicht nadert, maakt de Vitara je op een dreigende kop-staart-botsing attent met een angstaanjagend rood knipperlicht onder begeleiding van een hysterisch waarschuwingssignaal. De vertedering over de vooruitgangsijver is er door de overgevoeligheid van die waakhond snel af. Het knoppenclustertje voor Hinderlijke Maar Uitschakelbare Treitertrends zit gelukkig binnen handbereik links van het stuur.

Daarmee heb je alle nadelen van de Vitara wel gehad, op een na. Het touchscreen infotainmentsysteem is een ramp. De menuvoering is uitstekend met vier grote, duidelijke aanraakvlakken voor de toegang tot telefoon-, radio-, navigatie- en mediafuncties. Door het ontbreken van een steunpunt voor je hand vinden je vingers alleen geen houvast en toets je bij het invoeren van een adres voortdurend de verkeerde letters in. Terwijl Suzuki best snapt hoe het hoort. Hilarisch maar zinvol zijn de boomlange verstelsprieten voor klok, dag- en kilometerteller. Ze steken als wierookstaven uit de metereenheid, zodat je ze kunt bereiken zonder met je arm bekneld te raken in het stuur.

Magistraal scoort de Vitara op het vlak van gewichtsbesparing. De 1.6 benzine met voorwielaandrijving en 120 pk weegt maar 1.050 kilo, ongekend weinig voor zijn grootte; veel concurrenten zijn honderden kilo’s zwaarder. Dat komt verbruik, prestaties en weggedrag zeer ten goede. De door mij gereden, 85 kilo zwaardere versie met vierwielaandrijving stuurt nog altijd licht en prettig.

Nog één dingetje dan. Het grote schuifdak van het topmodel klapt als wind- en insectenvanger bij het opengaan een netje uit dat smerig wordt en veel lawaai maakt. Maak daar een stalen windgeleidings-lipje van dat bij het openschuiven van het dak omhoog wipt, dat scheelt veel rumoer en smerigheid. Verder heb je hier voor 20 mille een heel aardige station en voor vijfduizend meer een geduchte terreinwagen aan.