Ferrari haakt weer aan

Tifosi mogen na een rampjaar weer dromen van successen van Ferrari. Het populairste raceteam lijkt het gat met Mercedes te dichten.

Bezoekers in de achtbaan van Ferrari in Abu Dhabi krijgen een idee hoe snel een Formule 1-bolide accelereert.
Bezoekers in de achtbaan van Ferrari in Abu Dhabi krijgen een idee hoe snel een Formule 1-bolide accelereert.

Eerst wat schepjes cement erbij, anders wil de viervoudig wereldkampioen er niet eens aan beginnen. Die eerste steen, afkomstig uit het huis van grondlegger Enzo Ferrari, verdient het nu eenmaal om stevig vastgeklonken te worden daar in de Spaanse badplaats Salou waar volgend jaar Ferrari Land verrijst in het themapark PortAventura. De Catalaanse hoogwaardigheidsbekleders kunnen de humor van Sebastian Vettel wel waarderen. In een rode feesttent inhaleren de genodigden volop de melange van luxe en opwinding waarvan Ferrari zijn handelsmerk heeft gemaakt. Het is donderdagochtend en in de Catalaanse zon kondigt zich „het universum van ongelooflijke emoties” aan. Ferrari, „daar wilde ik als kind al rijden”, zegt Vettel. Korte broek, vrolijke blik. Hij is zojuist met een peperdure bolide de tent binnengereden. Geen genodigde laat na om even voor een opgestelde Formule 1-auto te poseren.

Er zit onmiskenbaar symboliek in de openingshandeling van Vettel, waarin ook Ferrari-teambaas Maurizio Arrivabene een rol heeft. Ferrari, renstal en mythe ineen, is weer aan het bouwen en stond met Vettel (een zege) en Kimi Räikkönen (tweede in Bahrein) de eerste vier grands prix van dit seizoen op het podium. Na een crisisjaar waarin de organisatie juist steen voor steen werd afgebroken. Zo’n beetje alle koppen die konden rollen, rolden ook. President Luca di Montezemolo, teamchef Stefano Domenicali, interim-teamchef Marco Mattiacci, motorenchef Luca Marmorini en topcoureur Fernando Alonso. Een paleisrevolutie die volgde op het slechtste seizoen in 21 jaar. Vooral het afscheid van Montezemolo, na 23 jaar, deed pijn. „Una Storia d’amore”, zoals de soundtrack bij zijn afscheid luidde, was voorbij.

Hybride V-6 turbomotoren

Slechts twee podiumplaatsen – geen zeges – voegde de Italianen vorig seizoen toe aan hun indrukwekkende statistiek. Maar er was ook nog eens het uitvallen van Fernando Alonso op het heilige asfalt van Monza. Ferrari, het meest succesvolle team in de Formule 1-geschiedenis kwam er in 2014 gewoon niet aan te pas. Het Duitse Mercedes regeerde zonder oppositie en bleek zich veel beter te hebben voorbereid op het tijdperk van hybride V-6 turbomotoren.

„Vorig jaar was de organisatie de weg even helemaal kwijt. Dat kom je vaker tegen in Italië, leidinggevenden zijn heel bepalend. Er is veel passie, maar men heeft soms moeite om overzicht te houden”, analyseert Ernest Knoors. De Limburger werkte van 2006 tot 2012 voor Ferrari in Formule 1 en was verantwoordelijk voor de motoren van klantenteams. Geen Nederlander die zo hoog in de hiërarchie van de Italianen heeft gewerkt. Zijn analyse: „In elk team heb je strijd tussen de aero’s en de motoren. De engineers willen een motor met zoveel mogelijk vermogen produceren en aerodynamica wil een compacte auto. Dat bijt elkaar altijd, maar uiteindelijk is er een verkeerde conceptinschatting gemaakt.”

Kort gezegd, de problemen zijn waarschijnlijk ontstaan doordat de motorafdeling een motor had ontwikkeld die compacter was dan die van Mercedes en Renault. De technische bovenbazen in Maranello dachten daarmee in combinatie met aerodynamische compensatie in het chassis de concurrentie op achterstand te kunnen zetten. Gevolg: een flink tekort aan vermogen, ongeveer vijftig pk ten opzichte van Mercedes. Ferrari liep ten opzichte van de Duitse concurrent per ronde 1,22 seconde achterstand op, volgens de BBC voor tweederde als gevolg van de motor en 0,4 seconden het chassis.

Zoektocht naar klonen

Het verbaast Knoors, die ook in vroegere Formule 1-team van BMW heeft gewerkt en tegenwoordig teamleider is van het DTM-team van de Duitsers, niet dat Ferrari vorig jaar zo diep was weggezakt. De Italianen zijn te lang blijven hangen in de succesperiode met Michael Schumacher, die in de scharlaken bolides in de periode 2000-2004 vijf wereldtitels bij elkaar reed. Schumacher vormde een perfect team met zijn toenmalige teamleider Jean Todt en technisch manager Ross Brawn. Knoors: „Zo’n terugval heb je bij elk team dat succes heeft gehad. Ze hebben gezocht naar klonen van de mensen uit de tijd van Schumacher, zonder te kijken naar de structuur. Het heeft allemaal langer geduurd dan nodig was. Er zitten nu nieuwe mensen met een eigen visie. Heel knap wat ze in korte tijd hebben laten zien, daar waar Renault en Honda nog altijd problemen hebben.”

Ferrari heeft met de motor het gat met Mercedes deels gedicht. Het eerste succes is er, tifosi mogen weer dromen. Knoors weet hoe groot de druk is. „BMW is ook een groot merk, maar het is niet zo dat heel Duitsland meeleeft. In Italië heeft iedereen zijn hoop op Ferrari gericht”.