Eerste hulp bij ramppolis

Een recente uitspraak van het Europees Hof biedt de ruim 4 miljoen bezitters van een woekerpolis meer kans op compensatie, stellen claimclubs. Maar wie niets doet, vist achter het net.

Al jaren is bekend dat de kosten van beleggingspolissen vaak veel te hoog zijn. Mede daardoor valt de waarde aan het eind van de looptijd vaak zwaar tegen. Gevolg: ruim vier miljoen particulieren zitten opgescheept met een woekerpolis.

Een belangrijke vraag in deze slepende kwestie is of verzekeraars particulieren wel voldoende geïnformeerd hadden. Die vraag is nog steeds niet definitief beantwoord, maar komt wel dichterbij: het Europese Hof van Justitie oordeelde eind april dat EU-lidstaten verzekeraars mogen verplichten extra informatie te verstrekken over polissen, op basis van ongeschreven fatsoenregels. Maar die regels moeten wél zo opgesteld zijn dat verzekeraars met een zekere mate van voorspelbaarheid kunnen vaststellen welke informatie ze dan extra (hadden) moeten verstrekken.

Het is nu volgens het EU-hof aan de nationale rechters om te bepalen of dat laatste het geval is. Zo ja, dan is dat gunstig voor claimende polishouders.

Die uitspraak is volgens gedupeerde particulieren en hun belangenorganisaties een keerpunt in de woekerpolisaffaire – hoewel verzekeraars zelf de uitspraak ook als een overwinning claimen. De kans op compensatie voor gedupeerde burgers is er groter door geworden, stellen claimclubs. In afwachting van haar oordeel waren vrijwel alle lopende woekerpoliszaken de afgelopen tijd stilgelegd.

Maar gedupeerden die compensatie willen, moeten wél in actie komen. En tot nu toe heeft naar schatting 80 procent van de woekerpolisbezitters nog niks ondernomen, zegt voorzitter Ab Flipse van Vereniging Woekerpolis, de grootste belangenorganisatie (90.000 leden). Dat is niet alleen laksheid: veel mensen met een woekerpolis beseffen niet dát ze er één hebben.

Mensen met een woekerpolis blijken vaak op het verkeerde been gezet door de collectieve compensatieregeling die in 2008 van overheidswege is opgetuigd. Daar kwamen toen slechts de houders van 2,6 van de 7,2 miljoen woekerpolissen voor in aanmerking. Van de miljoenen mensen die buiten de boot vielen, denken velen ten onrechte dat ze dus geen woekerpolis hebben.

Advies aan wie ooit een beleggingsverzekering afsloot: zoek uit of je onverhoopt niet toch een woekerpolis hebt. Dat kan onder andere via de site van de Autoriteit Financiële Markten. Dit is hét moment: de uitspraak van het Hof is nog warm en de Tweede Kamer raakt steeds geïrriteerder omdat de kwestie al zo lang sleept.

Grote schok

De eerste compensatieregeling uit 2008 kwam er nadat twee jaar ervoor aan het licht was gekomen dat verzekeraars op grote schaal waardeloze beleggingspolissen hadden verkocht. In die tijd viel voor het eerst het woord ‘woekerpolissen’: polissen waarvoor je elke maand of per jaar een bedrag moest betalen. De verzekeraars hielden hun klanten voor dat ze op die manier een fraai kapitaaltje opbouwden dat ze aan het einde van de polislooptijd konden incasseren. Dat geld reserveerden de polishouders in gedachten om te zijner tijd hun hypotheek mee af te lossen of hun pensioen aan te vullen.

Groot was dus de schok toen bleek dat bezitters van zo’n beleggingsverzekering in werkelijkheid uiteindelijk maar een fractie van hun inleg terug kregen – of zelfs dat niet. Veel verzekeraars bleken tot 40 procent van de inleg te hebben gebruikt voor allerlei vage kosten. Niettemin hielden ze hun klanten voor dat hun een hoog rendement wachtte.

Onder druk van belangenorganisaties en politiek stelde toenmalig Financieel Ombudsman Jan Wolter Wabeke bij het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening (Kifid) voor om de kosten die verzekeraars jaarlijks in rekening mogen brengen aan een maximum te binden. Op basis daarvan ontstond de huidige compensatieregeling en mogen verzekeraars hooguit 3,5 procent van de waarde van een beleggingspolis voor kosten rekenen.

Deze zogeheten Wabeke-norm staat verzekeraars echter nog steeds toe om hoge kosten te rekenen – elk jaar 350 euro moeten betalen voor een polis ter waarde van 10.000 euro is veel. Ook is de uitgekeerde compensatie meestal karig. „Het is veelzeggend dat het mensen vrijstaat om het compensatiebedrag te innen en daarna alsnog nog naar het Kifid of de rechter te stappen en méér geld te eisen”, zegt Marcel Hooft van Huysduynen van de Consumentenbond. Ander punt van kritiek op de Wabeke-norm is dat die zich concentreert op de kosten van een polis. Terwijl het ook voorkomt dat mensen een veel te hoge premie moesten betalen voor de bijbehorende overlijdensrisicoverzekering. Of omdat de verzekeraar het eindkapitaal verkeerd berekend heeft.

Hoe kan je het beste te werk gaan als je compensatie wilt? Zorg om te beginnen dat je vordering niet verjaart. Schrijf een brief naar je verzekeraar, waarin je hem verantwoordelijk stelt voor de geleden schade. Geef daarbij duidelijk aan om welke polissen het gaat en dat je brief bedoeld is om verjaring te stuiten. Over de precieze verjaringstermijn twisten juristen nog: in principe is die vijf jaar, vanaf het moment dat je redelijkerwijs had kunnen weten dat je een woekerpolis hebt.

Stap twee: sluit je aan bij een collectief of kies voor een individuele rechtsgang. Wie voor het laatste gaat, kan naar het Kifid of de rechter. Een klacht indienen bij Kifid is het eenvoudigst en snelst. Daar buigt een onafhankelijke geschillencommissie zich over je zaak, zonder dat je een advocaat hoeft in te huren. Je mag zelf je verhaal vertellen aan de commissie, net als de verzekeraar overigens. „Dat leidt soms tot een ongelijke krachtsverhouding”, zegt Hooft van Huysduynen. „Dan zit je daar als burger tegenover een batterij gespecialiseerde advocaten van de Zuidas. Sommigen vinden dat lastig.” Maar Flipse wijst er op dat Kifid wel al verschillende uitspraken heeft gedaan die gunstig waren voor gedupeerde polishouders. De meeste gedupeerden gaan niet zelf naar de rechter. Dan is een advocaat nodig en die is duur, zeker doordat de procedures ingewikkeld en langdurig zijn. Facturen van 10.000 à 15.000 euro zijn volgens Flipse geen uitzondering.

Je aansluiten bij een collectief is vaak slimmer. Zo kun je de kosten delen en profiteren van de deskundigheid die veel claimorganisaties in huis hebben, aldus Hooft van Huysduynen. Wel moet je over een lange adem beschikken. Dat blijkt uit het trage verloop van de enige collectieve procedure die is afgerond: de zaak Koersplandewegkwijt. Na acht jaar kregen de circa 20.000 gedupeerden van Koersplan – een beleggingspolis van Aegon-dochter Spaarbeleg – een schadevergoeding. Dat gebeurde toen de Hoge Raad hen gelijk gaf en de aangesloten gedupeerden gemiddeld 1.300 euro per persoon kregen.

Wie dezelfde polis heeft maar niet aangesloten was bij Koersplandewegkwijt, lift niet automatisch mee met dit succes. Hij of zij moet de verzekeraar zelf vragen om compensatie. Dat heeft nog maar 10 procent van de 700.000 polishouders gedaan, schat Flipse. Dat lijkt te pleiten voor aansluiting bij een collectief. Maar wie veel schade opliep (minstens 15.000 euro) door zijn woekerpolis, kan beter af zijn met een individuele zaak. Zeker als gedupeerden zich massaal aansluiten bij een collectief, is de kans groot dat verzekeraars geen topbedragen uitkeren – dat is voor hen onbetaalbaar.

Financieel adviseur nodig

Heb je gekozen voor een individuele dan wel collectieve route, dan volgt de vraag hoe hoog de claim moet zijn die je indient. Stel, je hebt over 15 jaar 250.000 euro nodig om je beleggingshypotheek af te lossen en je polis is na de eerste 15 jaar nog slechts 40.000 euro waard. Dan is de geleden schade duidelijk enorm. En dan moet je nog achterhalen waarom de polis zo weinig waard is. Valt het beleggingsresultaat tegen, zijn de kosten te hoog of het voorgespiegelde rendement te rooskleurig? Voor die analyse hebben de meesten een financieel adviseur nodig. Hooft van Huysduynen raadt aan dat te doen als je inleg hoog was. Dat wil zeggen: als je elke maand minstens 100 euro betaalde. Bij de afweging voor wel of niet een (prijzige) adviseur inhuren, maakt ook uit hoe noodzakelijk het geld is waar je op gerekend had, vindt Hooft van Huysduynen. Is dat bedoeld om je hypotheek af te lossen of als leuk extraatje na je pensioen?

Een collectieve en een individuele procedure hoeven elkaar niet uit te sluiten. Ook een optie is het volgens Flipse om eerst de uitkomst van een collectieve procedure af te wachten en daarna zonodig nog een individuele procedure te beginnen. Inmiddels zijn al duizenden individuele procedures met succes afgerond, vertelt Hooft van Huysduynen. „Meestal haalt zo’n zaak de rechter niet eens en bereiken gedupeerde en verzekeraar een schikking.”