Opinie

Een sterk verhaal dat Brussel niet wil horen

Katerina Notopoulou, een psychologe uit Thessaloniki en prominent lid van Syriza, de Griekse regeringspartij, stapt zelfverzekerd het podium op. De zaal van de Kreisky Foundation, een denktank in Wenen, zit vol. Je hoort velen denken: kan deze twintiger, die nog studeerde toen de eurocrisis begon, een overtuigende lezing houden over Nieuw Links in Europa? Maar twee uur later krijgt ze een oorverdovend applaus, waar geen eind aan lijkt te komen.

Wat Notopoulou zegt, illustreert in welk moeras de eurogroep en Griekenland verzeild zijn geraakt. Waarom de euroministers maandag opnieuw grote moeite zullen hebben een akkoord te vinden met de Grieken volgens de formule ‘u hervormt, wij storten’. Maar haar lezing toont vooral waar deze crisis in uitmondt: een hard ideologisch gevecht over de inrichting van onze samenlevingen.

Notopoulou zegt dat Syriza Europa compleet wil veranderen, omdat het kapitalisme onze samenlevingen heeft geruïneerd. Decennialang zijn politieke partijen bezig geweest de markten meer zeggenschap te geven. Het leek alsof bijna iedereen er rijker van werd. In werkelijkheid werden alleen sommigen rijk. De meeste burgers kregen schulden.

Waarom hebben sociaal-democratische partijen, zoals Pasok in Griekenland, hieraan meegewerkt, vraagt ze. En geeft er het antwoord bij. „Omdat ze dachten: kapitalisten verdienen eraan, maar wij krijgen ook wat om de verzorgingsstaat te bekostigen. Zo ging het: Pasok deelde banen en gunsten uit en verloochende haar principes. Dat gebeurde overal in Europa. Zo zal de sociaaldemocratie niet overleven.”

Maar de trojka – de Europese Commissie, IMF en ECB, die Griekenland onder curatele houden – weigert het alternatief dat Syriza biedt in overweging te nemen, zegt Notopoulou. Voorbeeld: eenderde van de Grieken heeft geen ziektekostenverzekering meer. Te duur. Op last van de EU, zegt ze, zijn 20.000 artsen en verplegers ontslagen. „Nu zit het land vol dokters zonder werk, en zieken zonder behandeling. Mensen gaan onnodig dood, door austerity. Daarom willen wij die 20.000 weer in dienst nemen.” Het is een voorbeeld van wat ze de social solidarity economy noemt.

Ook wil ‘Europa’ – ze spreekt erover alsof ze er geen deel van uitmaakt – meer privatisering. „We hebben onze vliegvelden heel goedkoop verkocht. Wat hebben we daaraan? Daarom heeft Syriza de privatisering van de havens gestopt. Onze prioriteiten moeten nu bij de burger liggen. Mensen moeten eten hebben, elektriciteit, onderdak. Dáárom hebben mensen op ons gestemd. We willen absoluut niet uit de eurozone, maar we gaan het volk niet verraden.”

Ze zegt dit alles vastberaden, met een glimlach en quotes van de Italiaanse marxist Antonio Gramsci. Hoeveel invloed Notopoulou heeft op het Atheense regeringsbeleid is onduidelijk. Wel krijg je enig beeld bij wat Europese onderhandelaars al maanden zeggen: „Minister Varoufakis zit op een andere planeet. In plaats van te hervormen, geeft hij ons colleges over Keynes!”

Zij concluderen: Syriza is een ideologische partij. Dat ze communistisch is, bestrijdt Notopoulou: „Wij willen minder staat, niet meer. Wat we wel zijn, is radicaal.” Daarom, zegt ze, „wil Europa ons kapotmaken, en ook om [de Spaanse geestverwant] Podemos de pas af te snijden. Dat lukt ze niet. Het volk steunt ons. We vechten voor de democratie!”

De zaal is verrukt. Mee eens of niet: deze vrouw heeft een consistent verhaal. Hier staan globalisering (het ‘oude systeem’) en democratie (het ‘nieuwe’ Syriza) lijnrecht tegenover elkaar. Pragmatisme versus principes. Geen wonder dat ze er niet uitkomen in Brussel. Een compromis vinden tussen de trojka en Syriza is zoiets als een cirkel vierkant maken.