Een saai bestaan was zijn bedoeling niet

De laatste zin van Albert de Lange was een advies. „Heb een mooi leven, dat is het beste.” Hij sloot er zijn veelgeprezen columnserie Deadline in Het Parool mee af, over zijn naderende dood. Over kankercellen en de gemoedstoestanden en de beslommeringen die daarbij komen kijken; over dokters die maar door willen dokteren, zonder oor voor de wens van hun patiënt. Hij schreef er met humor over.

De zin dateert van 11 april. Twee weken later stierf hij, op een zelfgekozen moment. Hij liet een vrouw en twee kinderen achter.

De Lange was een journalist zoals je ze ziet in films. Altijd met nieuws bezig, van redactie naar café en andersom. Op zijn tiende wist hij dat hij de journalistiek in wilde, vier jaar later was hij al correspondent, voor De Flevolander. Op zijn twintigste vertrok hij naar Groningen, een echte wereldstad in zijn ogen, waar hij bij het toenmalige Nieuwsblad van het Noorden terechtkwam. In 1985 ging hij naar Het Parool. Wennen kostte hem daar hooguit tien minuten, daarna zat hij te bellen en te tikken. Dat laatste soms zelfs fluitend; schrijven ging hem gemakkelijk af. Elsevier probeerde hem nog binnen te halen in ’89. Hij tekende, maar werd op het nippertje omgepraat door toenmalig Parool-hoofdredacteur Sytze van der Zee. In de kroeg, tussen de verslaggevers, zoals dat toen ging.

Mooie verhalen te over. Zo mocht hij Aruba niet meer in na een tocht in een krakkemikkig vliegtuigje voor een reportage; de autoriteiten dachten (onterecht) dat hij wapens zou hebben vervoerd. Na een avond flink zuipen met de baas van seksclub Yab Yum voor een artikel reed hij weg in de auto van de fotograaf en belandde in de bak. Een saai bestaan was zijn bedoeling niet, schreef hij in een van zijn columns. „Zo struisvogel je een beetje door het leven, een leuk leven, we nemen er nog één, totdat het lichaam je daadwerkelijk in de steek laat.”

Vrienden omschrijven hem als begaafd, bruisend, onverschrokken en oprecht, met een bovengemiddelde interesse voor mensen. „En, wat houd jou zoal bezig?” vroeg hij vaak, memoreert zijn vriend en collega Paul Arnoldussen. Zijn onstuimigheid had ook een andere kant; zijn directheid kon ook bot overkomen. Zo kostte het een collega 29 jaar om te ontdekken „dat Albert toch helemaal oké was”.

In 2012 werd darmkanker geconstateerd. Vorig jaar bleek hij niet meer te genezen. Met zijn openhartige columns vergemakkelijkte hij de dood niet alleen voor zichzelf, maar ook voor anderen. „Het eeuwige leven, je moet er welbeschouwd niet aan denken.”