‘Een internaat maakt je zelfstandig’

Marian Spier had niks met vrouwenzaken, maar nu organiseert ze TEDxAmsterdamWomen. „Moet ik nog uitleggen waarom we belangrijk zijn?”, zegt ze bij een doorgebakken steak.

Marian Spier, oprichter van TedxAmsterdamWomen. „Wij zijn Nederlands opgevoed. Alles werd bespreekbaar gemaakt.”
Marian Spier, oprichter van TedxAmsterdamWomen. „Wij zijn Nederlands opgevoed. Alles werd bespreekbaar gemaakt.”

Voor wat hoort wat, ook in de wereld van sponsorgeld en vrijwilligerswerk. Waar wil de vrouw die TEDxAmsterdamWomen heeft opgericht lunchen? In het Okura, want het Okura geeft TEDxAmsterdamWomen voor de editie van vrijdag 29 mei gratis de beschikking over de grand ballroom. Logisch.

Marian Spier heet ze. Ze is 45 jaar en stunning om te zien, met al die vlechten in een dikke paardenstaart. In de Japanse restaurants is ze al eens geweest, dus het wordt de Serre, waar men terecht kan voor krab en kreeft, steak en friet, een caesarsalade en een hamburger van het wagyurund. Vandaar dat het er vol zit met Amerikaanse zakenmannen. God, wat maken die een herrie. Dat is geen praten meer, dat is brullen. „Kun je me verstaan?”, vraagt Marian Spier na tien minuten. Nauwelijks. „Zouden wij eens moeten doen.” Inderdaad. Dan zou iedereen raar opkijken.

Eerst even over TEDxAmsterdamWomen. Dat is een derivaat van TED (Technology, Entertainment, Design), een jaarlijkse bijeenkomst waar invloedrijke mensen in achttien minuten de ‘presentatie van hun leven’ mogen geven over een onderwerp dat hun na aan het hart ligt. De eerste keer was in 1984, in Californië, nu zijn ze over de hele wereld. De TEDtalks zijn te zien op YouTube. TEDxAmsterdamWomen bestaat sinds 2010.

Is Marian Spier zo feministisch? Eerst kiezen wat we gaan eten. „Vis”, zegt ze. Glas wijn erbij? Ehm. Ze moet nog rijden. Aan de andere kant... „Wat doe jij?” Wat zij doet. „Eentje dan”, zegt ze. „Ergens op de wereld is het vijf uur, toch?” Ze kijkt opnieuw in de kaart, want daar moet dan wel wat zwaarders bij. Ribeye wordt het, well done. Voor haar geen rauw vlees, jakkes, nee.

Haar LinkedIn-profiel is lang en gedetailleerd en staat vol met functies als managing director (van KLIK! Amsterdam Animation Festival) en advisory board member (van het online magazine Hard//Hoofd) en founder (van TEDxWomenAmsterdam dus), en toch vraag je je af wat ze doet en wie ze is. „Zal ik beginnen?”, zegt ze. Graag. „Waar dan?” Haar jeugd. „Mijn jeugd?” Ze schatert het uit. „Dat had ik niet verwacht.” Heeft ze er bezwaar tegen? „Nee, nee, nee, ik heb me er alleen niet op voorbereid.” Waarop dan wel? „Praten over TEDxWomen.” Maar dat kan ook in een persbericht.

„Goed”, zegt ze. „Geboren in Amsterdam-Slotervaart, in 1970. In 1976 met mijn ouders geremigreerd naar Suriname. Zij zijn nooit meer teruggekomen, maar ik wel en nu ben ik...” Hohoho, dit gaat wel erg snel. Haar ouders, wanneer kwamen die naar Nederland? „Begin jaren zestig. Mijn vader studeerde rechten en mijn moeder... Die heeft ook gestudeerd, maar ik weet niet eens wat. In elk geval heeft het niet lang geduurd, want toen kwamen de kinderen.” Ze buigt naar me toe en zegt: „In die tijd ging het anders dan nu.” (Het was kinderpsychologie, zegt ze later, ze heeft het nagevraagd.)

Een zwart gezin in de naoorlogse nieuwbouw van Amsterdam-West, braaf en burgerlijk nog – wat ziet ze voor zich als ze eraan terugdenkt?

„De kleuterschool.” Vrolijke glimlach. „Met mijn broertje en mijn zus waren we de enige Surinamers. Er was ook een Japans meisje, Akiko, en o ja, er was nog een Surinaamse jongen. Bij ons in de buurt woonde een halfbloedje, die kwam vaak bij ons spelen. We waren” – de ribeye is geserveerd, maar ze vergeet ervan te eten – „een open gezin, veel bezoek, veel kinderen ook, en mijn ouders hadden eigenlijk alleen maar Nederlandse vrienden.”

Lieve juf

Maar ze gingen dus wel terug naar Suriname, na de onafhankelijkheid. „Voor mij een schok”, zegt ze. „Wij waren anders, we praatten anders, in het begin had ik veel moeite met de aansluiting. Gelukkig had ik een lieve juf. Toevallig heb ik haar vorig jaar weer ontmoet, na 39 jaar. Ik zei dat ze me zo goed had opgevangen.” Met anders bedoelt ze: Nederlands. „Wij waren Nederlands opgevoed.” En dat is? „Alles werd bespreekbaar gemaakt, mijn ouders gingen altijd de dialoog met ons aan.” Ze schatert het weer uit. „In een Caraïbisch land is dat heel wonderlijk. In de rest van de wereld ook trouwens.” Ze werden meegenomen naar musea, wat ze toen stom vond. Ze las Jean-Paul Sartre en Jan Wolkers, dat vond haar vader belangrijk.

Die was in Suriname districtssecretaris, een soort locoburgemeester, van telkens weer een ander district, dus ze verhuisden vaak, door heel Suriname. Ze leerden zich, zegt ze, aan te passen aan allerlei culturen. Toen ze naar de middelbare school ging, in Paramaribo, moest ze naar een internaat. „Word je heel zelfstandig van. Door mijn jeugd heb ik geen moeite met veranderingen. Als iemand een gave baan voor me heeft in Japan, verhuis ik zo naar Japan.”

Of bedoelt ze dat ze weinig gehecht is? „Nee, nee, dat is het niet. Ik ben liefdevol grootgebracht, met veel aandacht, ik heb geen moeite om me te hechten.”

Goed. Toen was ze achttien, negentien en ging ze naar Nederland om te studeren. Geen rechten, economie of medicijnen, wat wel de norm was – „je werd meester of doctorandus, het liefst doctor” – maar beleid, bestuur en management aan de hogeschool in Den Haag. Een concreet plan zat er niet achter, eigenlijk deed ze maar wat. Ze raakte pas echt geïnteresseerd toen ze de overstap naar communicatie had gemaakt. Dat werd, zegt ze, haar passie. „Mensen met elkaar verbinden.”

Het begon ermee dat ze via een uitzendbureau voor studenten een baantje kreeg als voorlichter voor de Betuweroute. Daarvoor had ze als parfumeriedame bij de Bijenkorf gewerkt, de eerste zwarte vrouw op de afdeling. Dé Bijenkorf. Zíj. „Mensen belden mijn tante in Den Haag op: we hebben je nichtje gezien!” Ze woonde in die tijd bij haar oma.

Tussen toen en nu, kort samengevat: banen bij de overheid, bij een reclamebureau, bij de hogeschool van Amsterdam. Onderwijsbevoegdheid gehaald aan de Universiteit van Amsterdam, en aan de business school INSEAD in Parijs een cursus leiderschap, ontwikkeling en organisatieverandering. Sinds 2011 heeft ze haar eigen bedrijf en kan ze worden ingehuurd als spreker, dagvoorzitter, organisator van masterclasses en conferenties. „Tot op heden”, zegt ze, „heb ik geen dag zonder werk gezeten.”

Een gezin heeft ze niet. „Maar”, zegt ze nadat ze een flink stuk vlees in haar mond heeft gestoken en doorgeslikt, „in mijn familie krijgen de vrouwen tot hun vijftigste kinderen, dus dat zal het probleem niet zijn. Tot mijn achtenveertigste zal het zeker nog kunnen.” Ze wil het dus wel? „Zeker, maar ik geloof” – ze aarzelt – „dat een kind” – ze aarzelt weer – „twee ouders nodig heeft”. Meteen erachter aan: „Dat is mijn mening, hoor. Iedereen moet het zelf weten.” Waarom zo voorzichtig? „Ja, nou ja, ik wil niet dat mensen het gaan uitvergroten. Ik weet hoe het werkt. Ik kom uit de communicatie en ik zit al sinds 2007 op Twitter. Je moet op je woorden letten. Ik train mensen daar ook in, dus ik moet die fout zelf niet maken. Er zijn dingen waar je beter niet over kunt praten.” Zoals? „Dingen waar je geen verstand van hebt. Parttime moederschap bijvoorbeeld. Ik zal nooit zeggen: moeders die in deeltijd werken snappen het niet en moeders die fulltime werken snappen het wel. Of andersom.”

New York

Over dingen als racisme zal ze zich ook niet snel „als autoriteit” uitlaten, maar ze heeft er wel een mening over. „Ik maak het mee, voortdurend. Op vliegvelden word ik er altijd uitgepikt. Waar komt u vandaan? Wie heeft uw ticket betaald? Overal waar ik binnenkomt scan ik de ruimte: ben ik de enige donkere? Mijn zus woont in New York en als ik met haar door Barneys loop zegt ze: pas op, raak niet zomaar spullen aan.”

Dan Marian Spiers feminisme. Ze zat eigenlijk nooit zo in het vrouwenmovement, zegt ze, tot ze in 2010 bij een TED-conferentie in Oxford was. Daar werd gesproken over de millenniumdoelen voor het uitbannen van de armoede in de wereld, en daarbij werd vastgesteld dat het met de gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen nog niet erg opschoot. „In Oxford hebben we bedacht dat er TED-conferenties voor vrouwen moesten komen en toen wees iedereen naar mij. Ik moest het voor Amsterdam gaan doen.”

Binnen een paar maanden had ze sponsors en sprekers. Een van hen was Harriette Verwey, een zwarte vrouw, cardioloog in het Leids UMC. Haar boodschap was dat hart- en vaatziekten zich bij vrouwen anders presenteren dan bij mannen en dat daar in de wetenschap nauwelijks aandacht voor was. Anders dan iedereen denkt overlijden er meer vrouwen dan mannen aan een hartinfarct of beroerte. „Moet ik nog uitleggen waarom we belangrijk zijn?”, zegt Marian Spier.

Op 29 mei wordt het eerste lustrum gevierd, starring onder anderen de sociaal werker Naomi Feil (over hoe beter om te gaan met mensen met alzheimer, ze is zelf 82), het D66-Kamerlid Wassila Hachchi, voorheen officier bij de marine (over haar online platform voor de internationale dialoog), de verpleegkundige Lucia de Berk (over haar detentie na de onterecht gebleken veroordeling wegens zeven moorden) en de gynaecoloog Lex Peters (over zijn missie om baarmoederhalskanker uit te bannen).

Ze kijkt op haar horloge, opeens heeft ze haast. Eigenlijk had ze maar tot twee uur en het is halfdrie. Ze moet nog speciaal bedrukte notitieblokjes gaan ophalen in Helmond en morgenochtend vliegt ze naar Paramaribo. Masterclass geven aan Surinaamse journalisten over het gebruik van sociale media. Ze slaapt bij haar moeder, hartstikke gezellig. Haar vader is in 1998 overleden.