DNB mag van Dijsselbloem geen bankiers schorsen

De Nederlandsche Bank wilde meer bevoegdheden om bestuurders in de financiële sector tot de orde te roepen. Dat gaat de minister nu te ver.

Minister van Financiën Jeroen Dijsselbloem (PvdA) ziet voorlopig af van een omstreden wetswijziging die De Nederlandsche Bank verstrekkende bevoegdheid zou geven om in te grijpen bij financiële instellingen. Deze stap, die de minister per brief aan de Tweede Kamer bekendmaakte, gaat in tegen de ontwikkeling die sinds de financiële crisis is ingezet om de bevoegdheden van DNB steeds verder te verruimen.

De Nederlandsche Bank (DNB) heeft de minister sinds 2012 jaarlijks gevraagd om het mogelijk te maken dat zij bestuurders of commissarissen bij banken, verzekeraars of andere instellingen per direct een half jaar kan laten schorsen. In die periode hertoetst DNB de betreffende persoon op zijn of haar betrouwbaarheid en geschiktheid voor de functie. De maatregel is bedoeld voor zeer ernstige situaties, waarbij de uitkomst van de toetsing niet zou kunnen worden afgewacht.

Binnen de financiële wereld, waar sowieso de overtuiging heerst dat het toezicht is doorgeslagen, bestaat grote weerstand tegen de wetswijziging. Velen vinden dat DNB zo op de stoel van het bestuur, de commissarissen en de aandeelhouders zou gaan zitten.

Ook de Raad van State, die het kabinet adviseert over wetgeving, was zeer kritisch over het voorstel. In een brief aan de Tweede Kamer schrijft Dijsselbloem dat hij het voorstel daarom „heroverweegt”.

In haar advies kraakte de Raad van State meerdere aspecten van de wet. Een financiële onderneming is zelf verantwoordelijk voor het functioneren van de bestuurders, zegt de Raad. Het ministerie heeft onvoldoende gemotiveerd waarom een bank of verzekeraar niet zelf zou optreden bij misstanden. Verder waarschuwt de Raad voor de reputatieschade die de persoon oploopt: die is onherroepelijk, ook als de schorsing wordt opgeheven. Daar komt bij dat het moeilijk is om de schorsing aan te vechten, omdat op dat moment nog niet bewezen is wat iemand verkeerd heeft gedaan.

DNB heeft met de mogelijkheid om bestuurders te hertoetsen al een machtig middel in handen om ondernemingen terecht te wijzen. Afgelopen december werd bijvoorbeeld bekend dat de financieel directeur van Delta Lloyd, Emiel Roozen, moest vertrekken van de toezichthouder. DNB vindt Roozen ongeschikt omdat de onderneming in 2012 geld verdiende aan een transactie op basis van informatie die volgens DNB vertrouwelijk was. Delta Lloyd vecht Roozens gedwongen vertrek en de miljoenenboete die DNB oplegde bij de rechter aan.

Het is zeer ongebruikelijk dat een instelling openlijk tegen de toezichthouder ingaat. Het proces wordt dan ook gezien als een lakmoesproef voor de verhoudingen tussen DNB en de sector. Daar groeit de kritiek op het toetsingenbeleid, vooral omdat DNB hierin regelgever, aanklager en rechter tegelijk is.

Ook binnen DNB zelf was niet iedereen voorstander van de schorsingswet. Sommige medewerkers vonden dat de maatregel te ver ging, en de verhouding met de sector onnodig op scherp zou komen te staan.