De rookgordijnen om Hillary

Hillary Clinton-sticker, vlakbij haar campagnehoofdkantoor in New York.
Hillary Clinton-sticker, vlakbij haar campagnehoofdkantoor in New York. Brendan McDermid/ Reuters

Nu Barack Obama aan zijn zevende jaar in het Witte Huis bezig is, is de stapel Obama-boeken tot indrukwekkende hoogte gegroeid. Er zijn al zo veel serieuze biografieën, halve en hele hagiografieën en kritische boeken geschreven, dat hij misschien alleen Abraham Lincoln nog voor zich moet dulden als meest beschreven president.

Tijdens Obama’s presidentschap is een subgenre sterk gegroeid, dat onder George W. Bush al in opkomst was: de anti-boeken. Meestal geschreven door conservatieve schrijvers en journalisten, en met ronkende titels als The Roots of Obama’s Rage en The Amateur. Het zijn geen pamfletten, maar reconstructie-achtige non-fictieboeken, vol anonieme bronnen.

De markt voor deze boeken is groot. Ze krijgen dagelijks gratis reclame op Fox News, de best bekeken nieuwszender van Amerika. Talkshows met een miljoenenpubliek, zoals Rush Limbaugh, besteden er uitgebreid aandacht aan. De auteurs verschijnen jaren nadien nog als deskundige in praatprogramma’s. Journalist Edward Klein verkocht met The Amateur in een paar maanden bijna 150.000 exemplaren.

Dit is nog maar het begin. Voor niemand heeft de conservatieve pers zo’n obsessie als voor Hillary Clinton, de waarschijnlijke Democratische presidentskandidaat voor 2016. Clinton kandideerde zich vorige maand, wetend dat haar terugkeer in de politiek juichend zou worden ontvangen bij haar tegenstanders.

Het afgelopen jaar verschenen er al veel anti-Clintonboeken, en het is ongetwijfeld nog maar het begin. Hillary scoort, zei David Brock, oprichter van de linkse organisatie Media Matters, onlangs in Politico. „Conservatieven kopen hun boeken anders dan andere mensen. Zij kopen ze als politiek statement. Of omdat ze hun eigen vooroordelen of fantasieën in zwart-wit gedrukt willen zien. Het is een industrie.”

Tekenend voor dat succes zijn de verkoopcijfers van het boek Blood Feud, opnieuw van voormalig Pulitzer-winnaar Edward Klein. Het verscheen in de zomer van vorig jaar, een paar weken na publicatie van Clintons memoires, Hard Choices. Klein verdreef Clinton meteen van de eerste plaats van de bestsellerslijst.

Serieuze pers

Clinton reageert nooit op boeken die haar pogen te beschadigen. Maar deze week werd dat moeilijk, omdat voor het eerst een anti-Clintonboek serieuze aandacht in de serieuze pers kreeg: Clinton Cash van Peter Schweizer, een boek dat in de weken voorafgaand aan publicatie al was gelekt naar The New York Times, The Wall Street Journal en Politico. Die mochten het gebruiken ter inspiratie voor eigen verslaggeving – een aanbod dat niemand afsloeg.

Zo werd Clinton Cash acceptabel gemaakt voor een veel groter publiek. Een dergelijk verbond is uniek, en zeer succesvol. Conservatieve auteurs klagen dat ze buiten het eigen wereldje niet serieus genomen worden. Daniel Halper, auteur van het vorig jaar verschenen Blood Feud, schreef in Politico dat de Clintons en de traditionele media een pact hebben gesloten. Kritische boeken worden genegeerd. „Een CNN-producer vertelde me dat ik nooit op tv zou komen, omdat de Clintons die zenders straffen.”

Een mythe, bleek deze week. Peter Schweizer is deze dagen echt overal. Clinton Cash is daardoor het eerste boek dat Clinton echt kan beschadigen. Clinton was daarom gedwongen te reageren. De stichting liet weten dat er inderdaad fouten bij de belastingaangifte zijn gemaakt, en dat die hersteld worden. Bill Clinton zei over zijn enorme inkomsten als spreker: „Ik moet de rekeningen betalen.” Op hillaryclinton.com schrijft campagnemanager John Podesta dat het boek „nul bewijs” levert voor „de bizarre beschuldigingen”.

Het boek is sterk en zwak tegelijk. Schweizer vestigt de aandacht op de vele (schimmige) financiële relaties tussen de filantropische Clinton Foundation en buitenlandse geldschieters. Tientallen miljoenen dollars verdienden de Clintons, vooral met spreekbeurten van Bill Clinton. En in de Amerikaanse politiek, schrijft Schweizer, „zoeken mensen naar manieren om de machthebbenden te beïnvloeden door geld in hun richting te gooien”.

De Clintons, daar heeft Schweizer gelijk in, hebben hun sterrenstatus altijd ingezet voor de wereld én zichzelf. Maar er is vooral veel rook, en weinig vuur in Clinton Cash.

Zo is er een inderdaad schimmige overeenkomst tussen Canadese zakenlieden, het Kremlin en de Amerikaanse overheid, waar Clinton destijds minister van Buitenlandse Zaken was. De zakenmannen, die aan Clintons stichting gedoneerd hadden, hielpen Rusland bij het verwerven van een groot deel van de uraniumindustrie in Kazachstan. De suggestie is dat Clinton een handje heeft meegeholpen door haar goedkeuring te verlenen. Maar nergens wordt dat hard gemaakt.

Schweizer varieert op een bekend thema in de anti-Clintonliteratuur. Vaak wordt gezegd dat alles zo onduidelijk is omdat de Clintons hun zaakjes zo goed afschermen van de buitenwereld, loyaliteit van vrienden en media eisen, enzovoort. Ook als dat waar is, is dat een makkelijke manier om je ergens vanaf te maken.

Clinton, Inc., van Daniel Halper, gaat daar, zelfs in het genre, ver in. Halper beschrijft via meestal anonieme ‘insiders’ het verhaal van ‘de wederopstanding van de Clintons als politieke machine’. Hun huwelijk ziet Halper in de eerste plaats als een zakelijke alliantie, dan als een politieke tandem, en in de derde plaats als liefde.

Zeventien miljoen dollar

Ook Daniel Halper, van het conservatieve The Weekly Standard, gaat in op de grote winsten die de Clintons hebben gemaakt sinds ze het Witte Huis verlieten. Bill Clinton verdiende in één jaar zeventien miljoen dollar, vooral aan speeches.

Maar Halper is slordiger dan Schweizer, en wordt veel meer door roddelzucht gedreven. Hij belt vermeende minnaressen van Bill Clinton op (waarbij hij de Nederlandse partner van een vrouw een Deen noemt), doet aan karakterstudie, en speculeert waar hij het niet meer weet. De wildste uitspraken over hun seksleven worden gedaan door ‘een goede vriend van Clinton’, ‘een voormalige vertrouweling’, of een andere anonieme bron.

Het is een kwaal waar ook Blood Feud van Edward Klein aan lijdt. Dit boek behandelt de complexe relatie tussen de Obama’s en de Clintons, twee families die altijd ‘frenemies’ zijn gebleven. Klein, die ooit werkte voor The New York Times, heeft een goed onderwerp te pakken, maar maakt er een lachwekkende karikatuur van. De citaten van anonieme ‘vrienden’ van Clinton lijken zo sprekend op Fox News-commentaren, dat hij de indruk wekt dat hij vooral zijn doelgroep wilde bedienen.

Zo wordt Hillary geciteerd door een vriendin, terwijl ze over Obama praat: „Obama is een karikatuur geworden. De Belastingdienst jaagt op de Tea Party, Justitie tapt de telefoon van AP – al die schandalen. Obama haat zijn tegenstanders.” Is hier Hillary Clinton aan het woord of Bill O’Reilly?

Het grote probleem van Hillary Clinton is haar lange en complexe levensloop: als advocaat, bedrogen echtgenoot, First Lady, minister en nu presidentskandidaat. Voeg dat bij een Clinton-hongerig conservatief publiek, en de vruchtbare bodem is gelegd voor nog vele boeken die het haar moeilijk gaan maken. De industrie die Clinton onlangs nog als ‘huisnijverheid’ afdeed, zal ze steeds serieuzer moeten nemen.