De mens leeft vooral in illusies

De mensheid dankt haar succes aan zijn vermogen tot samenwerking. En dat danken we weer aan het vermogen in gezamenlijke ideeën te geloven. Maar als jager/verzamelaar waren we waarschijnlijk gelukkiger dan nu, vermoedt de kritische historicus Yuval Harari.

Historicus Yuval Harari, schrijver van het boek Sapiens. Foto Bram Budel Foto: Bram Budel

De mensheid heeft het in de afgelopen 100.000 jaar prima gedaan. Kijk eens om je heen, hoe goed we het hebben! Zelfs in arme landen. Deze opmerkelijke opmars in menselijke kennis en vaardigheden is onderwerp van veel boeken. Maar slechts weinig wereldhistorici hebben zo’n originele aanpak (en zo’n succes) als de jonge Israëlische historicus Yuval Harari. Zijn boek Sapiens maakt een zegetocht door de bestsellerlijsten. Jarenlang stond het in de toptien in Israël, het haalde dit jaar met gemak de top van de New York Times Bestseller List. Het boek kreeg de Winjin Book Award, in China. Deze maand verschijnt al weer de tweede druk in Nederland. Sapiens is vertaald in 36 talen. Nummer 36: Tamil.

Bij Harari krijgt de lezer geen verhaal van genoeglijke vooruitgang voorgeschoteld, eerder een ijskoude analyse waarin ernstig wordt getwijfeld aan de vooruitgang. Harari maakt zelfs aannemelijk dat mensen door de millennia heen vooral steeds meer in illusies zijn gaan geloven.

De uitvinding van het schrift was misschien handig, schrijft Harari bijvoorbeeld, maar leidde toch vooral tot hokjesdenken. En de bloei van de wetenschap in de laatste eeuwen? Vooral te danken aan het grote nut voor de staat en andere geldschieters. In de jaren dertig investeerden grootmachten enorm in kernfysica, maar niet in onderwaterarcheologie.

En ook verrassend: het nazisme deelt Harari in bij de humanistische religies: ‘religies die het mensdom vereren’, net als het nu dominante westerse ‘liberaal humanisme’. „Als ik Duitser was”, zegt Harari, tijdens een gesprek in Amsterdam, „had ik daar problemen mee gekregen. Maar laat mij ook eens voordeel hebben van mijn Israëlische paspoort.”

Ooit begon Harari als mediëvist aan de beroemde Hebrew University in Jeruzalem. Zijn boek ontstond toen de faculteit hem vroeg een wereldhistorisch college te gaan geven.

Er staan óók vrolijke zaken in zijn boek. Zo speculeert Harari serieus over wat gebeurd zou zijn als de Neanderthalers de laatste ijstijd hadden overleefd. Ze waren waarschijnlijk als hulptroepen ingelijfd in het Romeinse leger.

Vrijwel altijd wordt verondersteld dat de mens steeds individualistischer en vrijer werd. Maar u ziet juist groeiende individuele zwakte.

Harari: „Ja, op twee niveaus. Want jagers/verzamelaars moeten overleven met de kennis van het individu. Onze verre voorouders moesten heel veel zélf weten: gereedschappen en kleren maken, ziekte genezen, aanvoelen waar het wild zit. Er zijn wel andere stamleden, maar je moet in principe alles zelf kunnen. In de loop van de geschiedenis werd het leven steeds meer beheerst door specialisten. 99,5 procent van wat ik nu nodig heb, haal ik van buiten. Ja, ik weet veel van geschiedenis. Maar verder?

„In de laatste tienduizend jaar is het brein van Homo sapiens gaan krimpen. Logisch! We hoeven individueel veel minder te weten. De mensheid is een bijenkorf geworden, afhankelijk van de collectieve eigenschappen van de korf.

„Het tweede is dat mensen steeds meer op elkaar lijken. Neem Israël en Iran, die de hele tijd ruzie maken. Als je beter kijkt, zie je er dezelfde wetenschappelijke visie. Vroeger hadden sjamanen van verschillende stammen totaal verschillende wereldbeelden. Maar nu: als de Iraniërs andere natuurkunde hadden, wat was dan het probleem? Ze zouden lachen om de bom. In een ziekenhuis in Teheran en Tel Aviv krijg je nu precies dezelfde behandelingen. De economie is ook kapitalistisch, met vrije markt en bedrijven. En zelfs in politiek: in Iran heb je ook een parlement.”

Uw verhaal over de mensheid draait om het steeds dominanter worden van de ‘imagined community’ waartoe mensen behoren: onze denkbeeldige gemeenschap. Waarom is dat zo belangrijk?

„Dit vermogen om denkbeeldige realiteiten en entiteiten te creëren is het echte verschil tussen Homo sapiens en de andere dieren. Het is de basis van onze economie, van onze maatschappij en van heel onze geschiedenis. Op individueel niveau verschillen we nauwelijks van de chimpansees. Als je mij en een chimp samen op een onbewoond eiland zou zetten, zou ik wedden dat ik veel eerder het loodje leg. Maar samenwerken in grote getallen kan geen dier zo goed als wij. Zet 1.000 mensen en 1.000 chimpansees op een onbewoond eiland, en dan weet je: de mensen zullen winnen. Chimpansees kunnen alleen samenwerken als ze de andere chimpansee kennen, als ze weten wie wat prettig en vervelend vindt. Mensen hebben dat allemaal niet nodig.

„Je ziet het in religies en kerken, maar ook bij wereldrijken, koninkrijken en handelsnetwerken: allemaal verbeelde gemeenschappen, imagined realities. Het zijn de verhalen die alleen wij mensen vertellen en waarin alleen wij mensen echt geloven.

„Nooit zul jij een chimpansee kunnen overtuigen jou een banaan te geven, met als argument dat hij na zijn dood in de chimphemel onbeperkt bananen zal krijgen. Alleen mensen overtuig je daarmee. Dat geloof in een verhaal is de basis voor álle grootschalige menselijke samenwerking. Het is veel breder dan religie. Daarom leg ik in mijn boek de nadruk op de economie en niet op de religie.

„Vertel me, waarom spreekt iedereen altijd over bedrijven alsof het personen zijn, alsof ze echt bestaan? Waaruit bestaat Peugeot? Uit de werknemers? De directeur? Alle auto’s die ze gemaakt hebben? De machines? Het is gemeenschappelijk geloof dat Peugeot bestaat.

„Bij geld is het nog duidelijker: het succesvolste verhaal ever. Zelfs mensen die het nergens over eens zijn, delen het geloof in geld. Neem Osama bin Laden, met zijn diepe haat tegen Amerika gebruikte hij wel dollars! Maar chimps en Neanderthalers hebben geen handel, geen geld.”

Op dit niveau van verhalen in ons hoofd speelt zich de geschiedenis af?

„Ja. Bijna alles wat we doen is gebaseerd op denkbeeldige verhalen. In het boek bekijk ik de ontwikkeling van die verhalen totdat vandaag de dag de wereld helemaal geregeerd wordt door denkbeeldige entiteiten. De belangrijkste krachten in de wereld bestaan alleen in onze gedachten en onze verbeelding. Niet alleen God, maar ook bedrijven en naties.”

Maar de VS, of het Israëlische leger, zijn die ook allemaal denkbeeldig?

„Ja. Ze bestaan niet zoals een berg of een boom bestaat. De ‘VS’ is een verhaal dat door miljoenen mensen wordt geloofd en daarom is het heel effectief. Maar je kunt het niet zien, niet aanraken, niet ruiken. Als de mensen er niet meer over praten zal het verdwijnen. Dat is gebeurd met de Sovjet-Unie. De tweede wereldmacht! Op een dag is er een document getekend waarmee het tot een einde kwam, in 1991. Poef! Als één persoon ophoudt te geloven in de VS of de Sovjet-Unie, dan maakt het niet uit. Die is gek, denken we dan.”

Waarom is het zo uit de hand gelopen? Als jagers vertelden we toch ook al verhalen?

„In die tijd leefden onze voorouders in een veel concretere wereld dan wij. Veel zaken waarover wij ons zorgen maken, bestaan alleen in verbeelding: geld, politiek. Maar jagers dachten vooral na over roofdieren en prooien: zaken die echt bestaan.

„60 à 70.000 jaar geleden gebeurde er iets bijzonders in dat concrete jagersleven. Tot dan toe waren er zes verschillende mensenrassen. Sapiens leefde al die tijd in Oost-Afrika, en wij hadden het niet beter dan Neanderthalers of Homo erectus. Maar ineens verspreidt sapiens zich over de hele wereld. 20.000 jaar later zijn ze al in Australië. Tegelijkertijd sterven al die andere menssoorten uit. En de ecologie verandert. In Australië sterft 95 procent van de grote dieren uit. Hoe deden ze dat?

„Ik denk dat het beste antwoord is: door de samenwerking tussen grote aantallen individuen. Misschien 200 à 500 mensen die samen dingen doen. Dat vinden we nu weinig, maar vergeleken met wat er toen op aarde bestond was het uniek. 500 samenwerkende sapiens waren veel machtiger dan 50 Neanders of 50 chimps, bij hen de maximale groep.

„En de basis voor die samenwerking was dezelfde als nu: samenbindende ideeën. Je ziet de beginnende religie in de half-mens half-dier tekeningen, 40.000 jaar geleden.

„Als wij naar ándere samenlevingen kijken zien we direct in wat voor verbeeldingen die mensen geloven: heilige koningen, een koninkrijk der hemelen. Wijzelf geloven natuurlijk in echte dingen! Maar als je kijkt naar onze politiek en economie zie je precies hetzelfde.”

Maar het zijn wel verhalen die iets veranderen in de concrete wereld. Mensen maken echte auto’s voor Peugeot of kopen er een. Goden deden niks.

„Jawel! In het oude Mesopotamië deden de goden precies hetzelfde. Je had de godin Inana: hoofdgodin van Uruk. De meeste velden in de omgeving waren haar bezit. De mensen waren in haar dienst om die velden te bewerken. De godin was de belangrijkste economische macht in Uruk.”

U bent eigenlijk alleen maar vriendelijk over het boeddhisme. Waarom?

„Omdat boeddhisme veel aandacht heeft voor lijden en pijn. Lijden is geen verbeelding, geen verhaaltje. Als je wilt weten wat echt is , dan moet je vragen: kan het lijden? Een land, een bedrijf, een godin kan niet lijden. Een mens of een dier wel. En niet omdat hun rechten geschonden zijn, maar omdat ze pijn hebben. Ik denk dat lijden de sterkste basis voor moraliteit is. We moeten het lijden voorkomen.”

Dan moet je dus juist blij zijn dat je nu leeft. Toch?

„We zijn machtiger dan ooit te voren, duizend maal sterker, met onze atoombom, het DNA en de reis naar de maan. Maar we zijn nu niet duizend maal gelukkiger dan in de middeleeuwen of langer geleden. Uit psychologisch onderzoek is gebleken dat niet gezondheid en salaris ons geluk bepaalt, maar gemeenschapszin en relaties. Kijk naar ons rijke Westen: een vervreemd leven in een kleine groep, vaak alleen met een partner en een paar vrienden. Hoe vaak ontmoet je je buren? Als jagers leefden we in een heel hechte gemeenschap. Wie was werkelijk gelukkiger?”