De Biënnale van de weemoed

Veel van de landenpaviljoens in Venetië getuigen van geloof in de natuur. Er heerst nostalgie naar een tijd die puurder was dan de onze.

Linksboven: ‘Respiro’ door de Turkse kunstenaar Sarkis; rechtsboven: Kunstwerk door deRussische kunstenares Irina Nachova; linksonder: Tuvalu, paviljoen van de Taiwanese kunstenaar Vincent J.F. Huang; rechtsonder: ‘The Key in the Hand’ van deJapanner Chiharu Shiota.
Linksboven: ‘Respiro’ door de Turkse kunstenaar Sarkis; rechtsboven: Kunstwerk door deRussische kunstenares Irina Nachova; linksonder: Tuvalu, paviljoen van de Taiwanese kunstenaar Vincent J.F. Huang; rechtsonder: ‘The Key in the Hand’ van deJapanner Chiharu Shiota. AFP PHOTO / GABRIEL BOUYS;

Er scharrelen bomen door de Giardini, het stadspark dat het decor vormt van de Biënnale van Venetië. Met kluit en al dansen er twee in slowmotion een walsje voor het Franse paviljoen. Binnen staat nog een exemplaar, dat eenzaam door de ruimte tolt, begeleid door diepe bromtonen. De Franse kunstenaar Céleste Boursier-Mougenot transformeerde drie dennen uit de Giardini tot een nieuw soort boom: de transhumus, een boom die kan bewegen door de elektriciteit die wordt opgewekt door zijn eigen metabolisme. Variaties in de sapstroom of de opname van licht maken dat de bomen voortbewegen.

Het idee om bomen tentoon te stellen is zeker niet nieuw. De Amerikaanse kunstenaar Robert Smithson deed het al in 1969; een replica van zijn sculptuur ‘Dead Tree’ is dit jaar te zien op de hoofdtentoonstelling van de Biënnale. Smithsons werk sloot destijds aan bij de opkomende ecologische beweging en is van grote invloed geweest op de generaties kunstenaars na hem. Nu, bijna een halve eeuw later, is het thema van milieubescherming en klimaatverandering opnieuw actueel. De natuur het museum binnenhalen, of in dit geval het paviljoen, is intussen gemeengoed geworden.

Bij veel van de 89 landen die dit jaar vertegenwoordigd zijn op de 56ste editie van de Biënnale speelt de natuur de hoofdrol. In het Nederlandse paviljoen worden door herman de vries stenen, grassen, algen en boomstronken tentoongesteld, in al hun eenvoud en schoonheid. In het houten paviljoen van Finland word je door het kunstenaarsduo IC-98 in het pikkedonker naar een kunstmatige rivierbedding van stenen geleid. Daar kun je vanaf de oever mijmeren bij een video van een boom die zachtjes in de duistere nacht staat te wuiven. En in het Australische paviljoen heeft Fiona Hall stukken drijfhout aan de muur gehangen die ze vond langs de Waiapu-rivier in Nieuw-Zeeland, waar de bossen hevig te lijden hebben onder erosie. In de stronken kun je de de meest uiteenlopende dieren herkennen. De natuur blijkt wonderlijk creatief te zijn.

Ode aan Moeder Aarde

Voor het Amerikaanse paviljoen staat een verzameling bijeengebonden stammen. Videokunstenaar Joan Jonas vond ze op het Venetiaanse eilandje Certosa en verbond ze met koperdraad. Nu vormen ze een statige sculptuur waar de lange rijen bezoekers omheen krullen. Eenmaal binnen word je ondergedompeld in een wereld die één grote ode is aan Moeder Aarde. Aan de muren hangen tekeningen van vissen en bijen, op video’s komen beelden voorbij van honden, paarden en dansende kinderen in het bos. Uit alles spreekt nostalgie naar een tijd die puurder was dan de onze. „Mijn werk gaat over de fragiliteit van de natuur in een wereld die snel en radicaal aan het veranderen is”, zegt Jonas. Maar in een tijd dat de wereld in brand staat, komt haar boodschap ook wat naïef en zweverig over.

Misschien komt het doordat de gemiddelde leeftijd van de deelnemende kunstenaars dit jaar opvallend hoog is. Joan Jonas is 79, herman de vries 83 en Fiona Hall 62. Zij groeiden op in de tijd van flowerpower en geestverruimende middelen. Nog steeds geloven zij in de kracht van de natuur als basis van ons bestaan. Dat geeft deze biënnale een hippietintje.

In het Turkse paviljoen verwelkomt de 77-jarige Sarkis het publiek met twee regenbogen van neon. De enorme ruimte wordt doormidden gedeeld door een spiegel, waarop kinderen uit Turkije en Venetië hun kleurrijke vingerafdrukken achterlieten. Aan de muur hangen persoonlijke foto’s, onder meer van het graf van Sarkis’ Armeense ouders. De Armeense genocide, waarin zijn grootouders omkwamen, is een onderwerp dat voelbaar op de achtergrond aanwezig is. „Het werk van Sarkis gaat over hoe je met pijn omgaat, hoe je je schouders er weer onder zet”, zegt curator Defne Ayas. „Maar hij spreekt niet de taal van verzet. Net als herman de vries maakt hij kunst door zijn intuïtie te volgen.”

Weemoed

Dit is een Biënnale van de weemoed. De nostalgie is alomtegenwoordig. Sommige paviljoens bieden de mogelijkheid even te ontsnappen naar tijden van weleer. Bij Canada kom je via een klapdeur met belletje terecht in een typisch levensmiddelenzaakje dat je bij een tankstation in Quebec zou kunnen aantreffen, de schappen gevuld met blikken, boven de kassa een hertengewei. Maar alle etiketten en opschriften zijn net onscherp, als op een oude foto. Griekenland transporteerde zelfs de volledige inboedel van de laatste leerlooierij uit Volos naar de Giardini. Tien jaar geleden floreerde de huidenindustrie in het Griekse stadje, maar nu gaan de zaken slecht, zo blijkt uit een video die een interview met de eigenaar toont. In het paviljoen dient het winkeltje nu als een soort herdenkingskapel: een schrijn voor een bedrijfstak die waarschijnlijk gedoemd is uit te sterven.

Voor de 9.000 inwoners van de piepkleine archipel Tuvalu is klimaatverandering een onontkoombaar gegeven. Tuvalu, gelegen tussen Hawaii en Australië, zal waarschijnlijk het eerste land zijn dat verdwijnt door de opwarming van de aarde en de daarmee samenhangende stijging van de zeespiegel. Op het terrein van de Arsenale heeft de eilandengroep een eigen paviljoen, dat door de Taiwanese kunstenaar Vincent J.F. Huang volledig onder water is gezet. Bezoekers lopen over vlonders die net onder het wateroppervlak staan; hoge hakken klotsen door het water. „Dit is een zinkend paviljoen van een zinkend land in een zinkende stad”, zegt Thomas Berghuis, de Guggenheim-curator die verantwoordelijk is voor het paviljoen van Tuvalu. Er is geen betere plek om die problematiek aan de orde te stellen dan hier, in de schitterende Dogenstad die langzaam verdwijnt in de lagune.