De beste

Na de goddelijke flits van Lionel Messi bij zijn tweede doelpunt tegen Bayern München peilden radiozenders voor de tienduizendste keer naar de beste voetballer ooit. Het kransje namen bleef onveranderd: Pelé, Cruijff, Maradona, Messi? Cristiano Ronaldo en Arjen Robben hadden geen zitje in het pantheon. George Best ook niet, en dat is een grof schandaal. Ja, ook wel rokkenjager en drankorgel, maar in puur voetbalinstinct liet hij iedereen van zijn generatie ver achter zich. Ongrijpbaar in de dribbel, in grillige looplijnen en passeerbewegingen. Geniale voetballer met charisma.

Dat was Messi ook in de clash Barça - Bayern, maar alleen in het slotkwartier. De rest van de wedstrijd zat hij met zijn gedachten op Ibiza. Hij leek wel een sprinter: de koers gesloten houden tot de meet in zicht is en dan ontploffen. Efficiënt was het zeker en in zijn dolle tien minuten schampte hij andermaal het wereldwonder, maar zijn glans was te selectief voor een gevleugelde engel.

Een steekvlam van genade, daar bleef het bij.

De vraag naar de beste voetballer aller tijden is zinloos. De tijden zijn namelijk onvergelijkbaar. Messi’s fabuleuze dribbel met afrondend stiftje aan F1-snelheid werd door honderd camera’s vanuit 99 hoeken vastgelegd. Een eindeloos repetitio dat nog jaren mee zal gaan. Van Edson Arantes do Nascimento hebben we het niet gezien, terwijl het er wel was. In 1959 speelde Pelé met zijn club Santos tegen Juventus. In één beweging nam hij de bal mee, lobde het leer over twee verdedigers, vervolgens ook nog over de doelman en knikte dan met het hoofd de bal tegen de netten. Een mirakeldoelpunt dat verdiende geregistreerd te worden voor de eeuwigheid. Helaas, daar waren tv-zenders in die pioniersjaren niet op berekend. Op het scherm zag je alleen vage schimmen in een groene schemering dansen. Van Messi zien we zelfs de pirouettes van zijn schaduw honderd keer terug, van Pelé met moeite de doelpunten en een vreugdesprongetje.

Ook nog zwart-wit.

De strijd tussen Pelé en Messi is dus optisch bedrog.

Een eerlijke vergelijking van wereldvoetballers in lengte van generaties is ondoenbaar. Zelfs de genialiteit van Messi en Ronaldo kan niet langs één mes worden gelegd. Het meesterlijke vernuft van Ronaldo om de juiste positie te kiezen voor de goal is van een andere superioriteit dan de crochet van Messi, maar niet minder geniaal.

De beste ooit bestaat niet. Niet in voetbal, niet in wielrennen, niet in literatuur en autoracen. Wie de vraag stelt, is een oplichter. In niets waren de kannibalen Eddy Merckx en Bernard Hinault vergelijkbaar, hun palmares natuurlijk wel. Ze zaten anders op de fiets, verschroeiden de tegenstand met een andere timing van explosies en labeur, waren na de koers zeker tegenpolen van elkaar: Eddy de minzame aan de rand van tranen, Bernard de slager balancerend tussen vernederende grimassen.

Alleen charlatans kunnen de grootsheid van Robin van Persie en Arjen Robben vergelijken. Ze lopen anders, ze schieten anders, ze vloeken anders. En was Johan Cruijff zoveel genialer dan Piet Keizer? Op sommige dagen wel, vaak ook niet.

De beste premier van Nederland? Het tijdsgewricht bepaalt de functie, niet de man. We weten alleen dat Jan Peter Balkenende nooit minister-president had mogen worden.

Lionel Messi is de laatste die ons geslagen heeft met zijn vlindermoment. Sommige doelpunten van Cristiano Ronaldo zijn al even beeldschoon. Bij de raid van Maradona en de buffelstoten met het hoofd van Pelé hield de wereld ook de adem in.

De vraag naar de beste ooit is intrinsiek blasfemisch. Weg ermee.