Brussel is bang voor Britse chantage

Geef ons onze zin, anders storten we de EU in crisis – zo ziet Brussel de Britse tactiek in aanloop naar een referendum.

Een dag na zijn herverkiezing arriveert David Cameron met vrouw Samantha, voor de ogen van de wereldpers, bij zijn ambtswoning 10 Downing Street in Londen.
Een dag na zijn herverkiezing arriveert David Cameron met vrouw Samantha, voor de ogen van de wereldpers, bij zijn ambtswoning 10 Downing Street in Londen. Foto Leon Neal/AFP

De Brits-Europese relatie gaat twee loodzware jaren tegemoet, nu de Britse verkiezingen zijn uitgemond in een zege voor David Cameron. In Europese hoofdsteden werd geduimd voor een dubbelzinnige uitslag, zodat Camerons streven om een referendum te houden over het Britse EU-lidmaatschap minder kansrijk zou zijn. Maar de overwinning van de Tories heeft die hoop de grond in geboord. Wat rest is „internationale koppijn”, zoals een sociaaldemocratische Europarlementariër het gisteren uitdrukte.

Een referendum is nu onvermijdelijk. De vraag is alleen: waar moet het over gaan? Cameron vindt de EU te machtig en verzet zich tegen de negatieve effecten van arbeidsmigratie van zijn mede-Europeanen uit Polen, Roemenië en Bulgarije. De Britse premier eist hervormingen en verdragswijzigingen. Alleen dan kan hij zijn landgenoten alsnog adviseren om in 2017, wanneer het referendum moet plaatsvinden, vóór EU-lidmaatschap te stemmen, heeft hij gesuggereerd. Door te laten zien dat hij de eurosceptische geluiden in eigen land serieus neemt, wil Cameron zich politici die aan zijn machtsbasis knagen – ook in zijn eigen partij – van het lijf houden.

Existentiële crisis

Maar wat vanuit zijn perspectief een kwestie van zelfbehoud lijkt, wordt op het continent ervaren als chantage: doe wat ik wil, of het Verenigd Koninkrijk stapt op en stort en passant de EU in een existentiële crisis. ‘Help me of ik schiet mezelf door het hoofd’ - het doet sterk denken aan de huidige Griekse tactiek om meer EU-noodsteun los te krijgen. En Europese beleidsmakers, zo ondervinden ook de Grieken al maanden, hebben er een bloedhekel aan.

Temeer omdat Cameron tot nu toe nooit duidelijk heeft gemaakt wat hij nou precies wil.

De Britse premier benadrukt in toespraken graag dat hij hetzelfde wil als Nederland, dat in Brussel ook geregeld een punt maakt van de arbeidsmigratie. Maar Mark Rutte heeft nog nooit gedreigd de EU te verlaten, als Nederland zijn zin niet krijgt.

Behalve dit grote stijlverschil, zijn er ook inhoudelijke verschillen. Ja, Nederland maakt zich sterk voor een Europese aanpak van ‘uitkeringstoerisme’ en oneerlijke concurrentie van (te) goedkope arbeidskrachten, maar wel binnen het kader van bestaande verdragen. Londen speelt daarentegen met ideeën die haaks staan op het vrije verkeer, hoeksteen van het Europese project. Zoals het uitsluiten van niet-Britten van uitkeringen, kinderbijslag of huurtoeslagen, en de verplichte uitzetting van niet-Britse daklozen.

Geen gehoor

Wat extra steekt, is dat het Verenigd Koninkrijk niet thuis geeft wanneer bij initiatieven om misstanden aan te pakken. Dat ondervond minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken) in december 2013. Asscher kreeg in Brussel steun voor een aanscherping van de zogeheten detacheringsrichtlijn. Zo konden opdrachtgevers zich bij wanbeleid met arbeidsmigranten niet langer verschuilen achter onderaannemers, en konden ook zij door boetes getroffen worden. Lidstaten kregen ook meer speelruimte van Brussel om onvoorziene misstanden op de arbeidsmarkt zelf aan te pakken.

De maatregelen sloten naadloos aan op een publiek pleidooi van Cameron, twee weken eerder, voor een discussie over het vrije verkeer. Maar in Brussel steunden de Britten Asscher niet, de aanscherping ging daardoor zelfs bijna niet door. De Nederlandse minister noemde de Britse opstelling destijds „uitermate teleurstellend”.

Ook in eigen land voegen de Britten te weinig de daad bij het woord, zo luidt een andere, veelgehoorde kritiek. Britse computersystemen op het gebied van sociale uitkeringen en gezondheidszorg zijn niet up-to-date, waardoor het moeilijk is om misstanden in kaart te brengen en aan te pakken. „De Britten kunnen echt nog veel meer zelf doen”, zegt een hoge regeringsfunctionaris uit een middelgroot land. „Daar hebben ze Europa niet voor nodig.”

‘Ever closer union’

Sommige Britse wensen worden ronduit bizar gevonden. Zo eiste Cameron in maart 2014 dat de verwijzing naar de ‘ever closer union’, de veronderstelde voortgang van de Europese integratie, wordt geschrapt uit de preambule van het EU-verdrag. Het riekt immers teveel naar politieke éénmaking van Europa. Maar in Brussel is het concept van een politieke unie allang in ongenade geraakt. „De tijd van een ‘ever closer union’ in de Europese Unie op alle mogelijke beleidsterreinen is voorbij”, schreef Frans Timmermans in 2013 als toenmalig minister van Buitenlandse Zaken al aan de Tweede Kamer.

Zoveel drukte om een zinnetje, terwijl het veranderen daarvan wel een verdragswijziging vergt, en dus discussies in nationale politieke arena’s of zelfs referenda. Niemand in Europa staat daar om te springen. Nederland, na het dramatisch verlopen referendum over de Europese Grondwet in 2005, al helemaal niet.