Brilletje tegen dyslexie

Geen verstandig mens zal ontkennen dat dyslexie en ADHD bestaan. Gelukkig valt er wat aan te doen. Dyslexie is te behandelen met een intensieve training. Bij ADHD kan een medicijn als ritalin uitkomst bieden. Het aantal jongeren met dyslexie of ADHD is in de afgelopen jaren wel spectaculair gestegen. Tot voor kort was de opinion chic dat dit komt omdat leraren, ouders en huisartsen tegenwoordig alerter zijn. Probleemgevallen die ze vroeger over het hoofd zagen, zouden ze thans op hun juiste waarde weten te schatten.

Zo’n vriendelijke verklaring voor de toename in het aantal gevallen van dyslexie en ADHD is niet langer staande te houden. Daarvoor overschrijden de statistieken in een te ruime mate de grenzen van wat nog plausibel kan heten. Zo cirkelt het percentage VMBO-scholieren met een dyslexieverklaring op zak rond de zeventien procent. Dat cijfer past bij normale variatie – zoiets als blonde haren hebben; niet bij iets wat een handicap zou moeten zijn. Of neem dit: vorig jaar becijferde de Gezondheidsraad dat bijna een op de twintig kinderen ritalin gebruikt. Een op de twintig? Dat associeer je eerder met een populaire sport dan met een serieuze ontwikkelingsstoornis.

Dat de diagnostiek van dyslexie en ADHD gierend uit de klauwen is gelopen, erkennen nu ook de instanties die er zelf de hand in hebben gehad. De koepel van dyslexiebehandelaars deed in 2013 onderzoek onder zijn leden en constateerde dat diagnoses nogal eens te zwaar waren aangezet en overbodige behandelingen werden aangeboden. Als het om de spectaculaire toename van het aantal recepten voor ritalin gaat, geeft de beroepsclub van psychiaters anno 2015 toe dat ‘we mogelijk doorgeschoten zijn’. Klinkt wat aarzelend, maar er spreekt een ontluikende verantwoordelijkheidszin uit. Nog maar een paar jaar geleden schreven psychiaters in bladen als Medisch Contact dat er in ons land veel te weinig ADHD wordt gediagnosticeerd.

Etiketten als dyslexie en ADHD kunnen handig zijn. Niet voor jongeren die ze opgeplakt krijgen; wel voor leerkrachten en ouders die zulke diagnoses, in samenspraak met ijverige hulpverleners, uitdelen. Leerkrachten kunnen hun falend leesonderwijs afwentelen op de veronderstelde dyslexie van de leerling. Ouders kunnen een gebrek aan pedagogische vaardigheden camoufleren met de zogenaamde ADHD van hun kind. Mislukkingen wijten we immers liever aan de tekortkomingen van anderen dan aan die van onszelf. Zwakke leerlingen zijn wat dat betreft een makkelijke prooi, omdat ze zich zonder veel protest een imposante diagnose zullen laten aanleunen.

Entrepreneurs exploiteren ondertussen de groeimarkt van dyslexie en ADHD. Een voorbeeld kwam ik tegen in Skepter, het huisblad van de Nederlandse sceptici. Het laatste nummer is voor een belangrijk deel gewijd aan dyslexie. Het bevat een lezenswaardige beschouwing van wiskundige Pepijn van Erp over de Xlens. De Xlens is een geel gekleurde bril die mensen met dyslexie geweldig kan helpen. En dat is goed nieuws, want 1,5 miljoen Nederlanders lijden aan de aandoening, aldus de uitvinders van het brilletje. Het ding dempt de visuele ruis. Daardoor hopsen de letters minder en zodoende gaat het lezen stukken makkelijker. Weg dyslexie. Dat is door allerlei voortreffelijke universiteiten aangetoond, toeteren de makers van de Xlens op hun flitsende website.

Van Erp zet het bewijs op een rij en het blijkt een droefgeestig zooitje te zijn. Een zwakke gevalsstudie hier en een onderzoekje met een ontbrekende controlegroep daar. Dan heb je het zo ongeveer wel gehad. Typisch eersteklas placebo-werk dus. Waarom ook zou de Xlens dyslexie kunnen verhelpen? Dyslexie komt niet door een slecht functionerende filter in je visuele hersenschors. Dyslectici hebben moeite om spelling te koppelen aan spraak en betekenis. Dát is het probleem.

Toch kent het brilletje dankbare gebruikers. Op de website van de Xlens zijn hun enthousiaste verhalen te lezen. Ik geloof ze. Wat hier zichtbaar wordt, zijn de gevolgen van overdiagnose. Leerlingen die ten onrechte worden opgezadeld met een diagnose van dyslexie, zullen minder academisch zelfvertrouwen aan de dag leggen en daardoor uiteindelijk slechter gaan presteren. In de psychologie heet dat het Golem-effect. Het verwijst naar de mythe over de Golem, de tot leven gebrachte kleien figuur van een Praagse rabbijn. Het was de bedoeling dat de Golem de mensen zou helpen bij hun werk, maar uiteindelijk keerde hij zich tegen de rabbijn en zijn volk. Zo’n perverse bijwerking treedt ook op wanneer pedagogische fiasco’s worden omgekat tot chronische hersendeficiënties – want dat is wat dyslexie en ADHD zijn – en jongeren zichzelf gaan zien als geboren kneuzen.

Zo’n intelligent uitziend brilletje kan het Golem-effect repareren. En laat de Xlens dan een flauwe placebo zijn, als het helpt om het zelfvertrouwen te herstellen van jongeren die door foute diagnoses werden gedupeerd, is dat toch prima? Nu nog een suikeren Ypil tegen pseudo-ADHD.