Bij D66 weten ze wat Clegg fout deed

De Liberaal-Democraten zijn afgestraft voor meeregeren. Kan de partij wat leren van haar Nederlandse zusje D66?

Foto Will Oliver/Epa

Nick Clegg, de teruggetreden leider van de Britse Liberaal-Democraten, spreekt vloeiend Nederlands. Dus Lousewies van der Laan hoefde de uitdrukking ‘regeren is halveren’ niet te vertalen toen ze hem bijna vijf jaar geleden waarschuwde voor de mogelijke gevolgen van de coalitie met de Conservatieven waar hij toen net was ingestapt. Het is voor D66, de sociaal-liberale partij waarvan Van der Laan in 2006 even fractievoorzitter was, immers een wetmatigheid dat meebesturen bij een volgende verkiezing wordt afgestraft met het verlies van de helft van de zetels – of meer.

Dat ondervond Nick Clegg gisteren aan den lijve. Hij behield maar 8 van de 57 zetels. In plaats van 22 procent stemde 8 procent van de Britten op zijn partij. Clegg stapte direct op als partijleider. „Verantwoordelijkheid nemen wordt niet altijd beloond”, zegt Van der Laan nu. „Maar je zit niet in de politiek om langs de zijlijn te staan. En de grote winst van regeren – naast de dingen die je in een regering bereikt – is dat het de partij helpt volwassen te worden.”

Van der Laan en Clegg raakten bevriend toen ze in 1999 tegelijkertijd voor de liberale fractie in het Europees parlement kwamen. In die fractie zitten liberalen uit heel Europa – de VVD maakt er ook deel van uit – maar „qua gedachtengoed ken ik geen partij die zo dichtbij ons staat, zowel qua politieke uitgangspunten als qua personen”, zegt Bob van den Bos die ook begin deze eeuw voor D66 in het Europees Parlement zat en daarvoor in de Eerste en Tweede Kamer.

Nu de Liberaal-Democraten een dramatische nederlaag hebben geleden, is de vraag wat beide liberale middenpartijen van elkaar kunnen leren om niet elke regeringsdeelname in een electorale vernedering te laten eindigen. Eerder gingen ze ook bij elkaar te rade. Zo leerde D66’ers van LibDem hoe ze van deur tot deur campagne moeten voeren, en adviseerden zij op hun beurt de Britten over het fenomeen coalitie.

Onervaren regeerders

Als D66’ers gevraagd wordt waar zij nu lering uit kunnen trekken, worden eerst de verschillen opgesomd. Het Verenigd Koninkrijk heeft een districtenstelsel in plaats van evenredige vertegenwoordiging, er is gebrekkige ervaring met coalities, en de tegenstellingen tussen links en rechts zijn scherper. De Britse liberalen hebben een langere politieke traditie dan het Nederlandse zusje dat in 1966 werd opgericht, maar die hebben weer ervaring met regeren en compromissen. Trouwens, ook niet-liberalen hebben het moeilijk als zij junior partner in een kabinet zijn, zoals de PvdA nu.

Cleggs grootste fout zullen ze bij D66 niet snel meer maken, zegt Kees Verhoeven, Tweede Kamerlid en campagneman. „Wat ze echt de nek omgedraaid heeft zijn de collegegelden.”. Clegg beloofde voor de verkiezingen in 2010 dat studenten geen cent meer collegegeld zouden hoeven betalen, maar gaf dat punt in de vijfdaagse formatieonderhandelingen direct uit handen.

„Clegg had veel harde piketpalen moeten slaan”, zegt Verhoeven. Als Alexander Pechtold na volgende verkiezingen over een regering mag onderhandelen, zal hij dat zeker doen.

Een belangrijke parallel is dat D66 de laatste keer een pak slaag kreeg, in 2006, na de deelname aan het rechtse kabinet-Balkenende II, met CDA en VVD. De LibDems krijgen nu straf voor heulen met de Conservatieven. Zijn de (sociaal-)liberalen te ver naar rechts opgeschoven om er vervolgens door verpletterd te worden?

„D66’ers zijn toch in de eerste plaats vooruitstrevend en veranderingsgezind. Dan is het lastig kersen eten met conservatieven”, zegt Jacob Kohnstamm, oud-D66-staatssecretaris. De partij is sociaal-cultureel zeker een zeer progressieve partij, maar op economisch gebied wel rechtser geworden. Oprichter Hans van Mierlo had het over „eerlijk delen”; Pechtold hamert op gezonde overheidsfinanciën en een vrije markteconomie.

„Net als de Liberaal-Democraten zijn we wat naar rechts opgeschoven”, zegt Van den Bos. „De huidige generatie is veel liberaler dan de vorige.”

Of D66 en de LibDems het specifiek lastig hebben als ze met partijen rechts van hen regeren, is niet te zeggen. In het Verenigd Koninkrijk is immers nooit een coalitie met Labour gevormd en D66 is eveneens hard gestraft toen ze in de twee Paarse regeringen de middelste partij was.

Van twee walletjes eten

Als regeren als kleine coalitiepartner blijkbaar zulke rampzalige gevolgen heeft voor sociaal-liberalen, is gedogen dan niet gunstiger? D66 spint nu garen bij het steunen van veel hervormingen van Rutte II, zonder dat het voor alle impopulaire maatregelen verantwoordelijk is. In 1994 haalde Van Mierlo 24 Tweede Kamerzetels nadat hij „oppositie voor het kabinet” Lubbers III had gevoerd. „Je kunt het zien als van twee walletjes eten”, zegt Kohnstamm. „Maar het is electoraal wel behoorlijk overtuigend.”

LibDem krijgt niet de kans om gedogen te proberen, nu de Tories zelf een meerderheid hebben gehaald. En D66 wil „na veel bijsturen ook weer meesturen”, zegt Verhoeven. Of dat over links of over rechts zal zijn, is moeilijk te voorspellen. In de nieuwe senaat, die eind deze maand gekozen wordt, tekent zich geen duidelijke linkse of rechtse meerderheid af. Maar gezien de politieke versnippering in Nederland en de stijgende lijn van D66, is nieuwe regeringsdeelname wel waarschijnlijk. Welke rekening de partij daar ook voor betaalt.