Niet de bank maar de staat hoort het geld te scheppen

De crisis was het gevolg van geldcreatie door private banken. Maak dat tot het ultieme recht van de overheid. Dat voorkomt ‘bubbles’, menen Klaas van Egmond en Bert de Vries.

Illustratie Pavel Constantin

Kunstenaars, wetenschappers en journalisten hebben de wezenlijke taak maatschappij en politiek een spiegel voor te houden. De acteurs van de toneelgroep De Verleiders leggen iedere avond aan een volle zaal uit dat het onnodig en onwenselijk is dat private banken geld scheppen; dat kunnen we zelf wel.

Zeven jaar na de financiële crisis willen ze via het burgerinitiatief ‘Ons Geld’ de Tweede Kamer dwingen het probleem meer fundamenteel aan de orde te stellen. Journalist Joris Luyendijk rapporteert vanuit Londen over een amoreel geworden financieel systeem dat zo ingewikkeld is gemaakt dat niemand het meer kan overzien. En omdat van enige wisselwerking tussen economie en financieel bestel in wetenschappelijk opzicht nog nauwelijks sprake is, hebben ondergetekende milieukundigen zich maar in dit niemandsland gewaagd en die wisselwerking onderzocht. Tenslotte waren het ook natuurwetenschappers die ruim 40 jaar geleden in hun rapport aan de Club van Rome de huidige spanningen tussen afnemende hulpbronnen en groeiende wereldbevolking hebben voorzien.

Onderzoek vanuit dat meer natuurwetenschappelijke perspectief bevestigt het werk van in vergetelheid geraakte economen, die stelden dat een crisis als de huidige, het gevolg is van het creëren van te veel geld door private banken. Als er meer goederen en diensten worden geproduceerd in de echte economie, dan moet er meer geld in omloop worden gebracht. Als dat te weinig gebeurt gaan de prijzen omlaag (deflatie), als het te veel gebeurt gaan ze omhoog (inflatie). Als banken leningen en hypotheken verstrekken brengen ze nieuw, (nog) niet bestaand geld in omloop.

Vooral na 1995 hebben Nederlandse banken op deze manier te veel nieuw geld gecreëerd. Dat heeft de spiraal van geldontwaarding (inflatie), lagere rente en hogere lonen, hypotheken en huizenprijzen in een piramidespel veranderd. Toen dat spel in 2008 eindigde sloeg de naïeve euforie om in rampspoed en moesten de belastingbetalers tegen nooit eerder vertoonde bedragen de private banken redden.

Geldschepping door private banken is economisch onwenselijk omdat het leidt tot instabiliteiten met schadelijke gevolgen voor werknemers en werkgevers. Het is ook politiek onwenselijk omdat de keuze voor inflatie of deflatie een politieke keuze is, die alles te maken heeft met omvang en aard van de nagestreefde economische groei. En het is principieel onwenselijk omdat het scheppen van geld zowel het recht als de plicht van de overheid is.

Aristoteles stelde al in zijn Ethica dat geld niet uit de natuur voortkomt maar uit de wet, dus door de overheid namens de gemeenschap dient te worden gecreëerd. Sindsdien is deze positie door talloze filosofen, economen en staatslieden bevestigd. Zo beschouwde Abraham Lincoln het scheppen en in circulatie brengen van geld niet alleen ‘als het ultieme recht van de overheid, maar ook als haar belangrijkste richtinggevende mogelijkheid. Geld zou weer middel in plaats van doel worden en de macht van het geld zou weer ondergeschikt kunnen worden aan de democratie’.

Het huidige systeem is niet alleen onwenselijk, maar ook onnodig. Uit modelstudies van zowel het Internationaal Monetair Fonds als van ondergetekenden blijkt dat het voorstel van Lincoln uitvoerbaar is en vele economische en maatschappelijke voordelen heeft. Als het geld niet meer door belanghebbende private partijen, maar door de overheid wordt gecreëerd op basis van de feitelijke en gewenste ontwikkelingen in de reële economie, is een veel betere sturing mogelijk.

De ‘bubble’ economie van vastgoed, aandelen en kunstwerken gaat dan over in een economie die zich binnen de beperkingen van grondstoffen en milieu geleidelijk kan ontwikkelen. Zowel inflatie als deflatie kunnen worden vermeden; (spaar-)geld behoudt zijn waarde en de werkgelegenheidsproblematiek als gevolg van robotisering kan beter worden opgevangen.

Dankzij deze beheerste en noodzakelijke geldschepping en omdat er geen rente meer over de staatsschuld behoeft te worden betaald, kan in dit alternatief jaarlijks een bedrag van 15 à 30 miljard euro door de Nederlandse overheid worden bespaard of extra worden besteed. Private banken kunnen op basis van hun risicokennis in zo’n bestel een positieve maatschappelijke rol spelen als makelaars op de financiële markten.

Sinds het Verdrag van Maastricht moet zo’n proces via de Europese Centrale Bank lopen. Beheerste geldschepping door de Europese overheid zou gerealiseerd kunnen worden via het reeds bestaande ‘Quantitative Easing’-programma (QE). Maar in het huidige QE-programma wordt ten onrechte enorm veel geld in het financiële systeem gepompt, waar het, blijkens eerdere Engelse ervaringen, blijft hangen en aan zeer weinigen ten goede komt. In plaats daarvan zou het jaarlijks nieuw te creëren geld, op geleide van het Europese Parlement, rechtstreeks moeten worden geïnvesteerd in de reële Europese economie, bijvoorbeeld in een duurzame energie-infrastructuur, waar het wel rechtstreeks banen oplevert en goed is voor nieuw Europees elan.

Het huidige financiële systeem is een fundamentele, en zeer bedreigende, weeffout van het westerse bestel. Politici zullen de moed moeten opbrengen om ‘de macht van het geld weer ondergeschikt te maken aan de democratie’. Ons huidige niveau van parlementaire beschaving danken we met name aan Thorbecke, die ooit constateerde dat wij mensen een aantal zeer onaangename eigenschappen hebben, dat we daar voorlopig heus niet van af komen, maar dat we het wel zo kunnen organiseren dat we daar zo weinig mogelijk last van hebben. Kunstenaars, wetenschappers en journalisten hebben daaraan hun bijdrage geleverd; nu de politiek nog.