Rechters uiten kritiek op wetsvoorstel antiterreurmaatregelen

De Raad voor de Rechtspraak is kritisch over een wetsvoorstel dat anti-terroristische maatregelen in het leven roept. Het voorstel is “onduidelijk” en sommige bedoelingen zijn “zeer ongewenst”, zo is te lezen in het advies dat de rechters in Nederland vandaag aan minister Ard van der Steur van Veiligheid en Justitie (VVD) sturen.

Het gebouw van de Raad voor de Rechtspraak in Den Haag.
Het gebouw van de Raad voor de Rechtspraak in Den Haag. Foto ANP/Lex van Lieshout

De Raad voor de Rechtspraak is kritisch over een wetsvoorstel dat anti-terroristische maatregelen in het leven roept. Het voorstel is “onduidelijk” en sommige bedoelingen zijn “zeer ongewenst”, zo is te lezen in het advies dat de rechters in Nederland vandaag aan minister Ard van der Steur van Veiligheid en Justitie (VVD) sturen.

Het wetsvoorstel is bedoeld om preventieve maatregelen te kunnen nemen om de nationale veiligheid te beschermen en te voorkomen dat mensen meedoen of steun bieden aan terroristische organisaties. Maar de Raad oordeelt dat deze preventieve maatregelen in sommige gevallen ook een “straffend karakter” kunnen krijgen.

Meer dan vrijheidsbeperking

De maatregelen die in het wetsvoorstel besproken worden gelden als vrijheidsbeperkend. Contact-, reis, en gebiedsverboden en een meldplicht of het intrekken van vergunningen, subsidies, ontheffingen en erkenningen behoren tot de mogelijkheden. Het is volgens de rechters onduidelijk of het hier ook rijbewijzen en taxivergunningen betreft. In dat geval zou een beperkende maatregel meer dan vrijheidsbeperking tot gevolg kunnen hebben, aldus de Raad.

De Raad voor de Rechtspraak is daarnaast bezorgd dat het wetsvoorstel justitie de macht geeft zomaar beperkingen op te leggen. “Het lijkt de bedoeling bijzonder ingrijpende maatregelen op te kunnen leggen zonder eerst de betrokkene te horen”, schrijven de rechters. “Dat is zeer ongewenst.” Alleen in het geval van een uitreisverbod zou zoiets toegestaan mogen worden, aldus de Raad. Tot slot vindt de Raad dat iemand “op grond van zijn gedragingen” in verband met terrorisme kan worden gebracht een te vage omschrijving. “Het biedt de rechter te weinig houvast.”

Symptoombestrijding en aantasting privacy

Eind vorige maand uitte het College voor de Rechten van de Mens ook al kritiek op het wetsvoorstel. Dat is opgesteld in het kader van het Actieprogramma Integrale Aanpak Jihadisme in een poging van het kabinet jihadisme tegen te gaan. Volgens het college zijn de plannen vooral symptoombestrijding en tasten ze de privacy aan. Daarom riep het College het kabinet op de plannen te heroverwegen.

Het kabinet heeft voorstellen voor bestuurlijke maatregelen opgesteld om zo de sterke rechtsbescherming in het strafrecht te omzeilen. Het College van de Rechten van de Mens oordeelde daarover dat ondanks de noodzaak om de samenleving te beschermen de voorgestelde plannen wel in lijn moeten zijn met de mensenrechten. De Raad voor de Rechtspraak vraagt zich af waarom nu wél bestuurlijke maatregelen moeten worden genomen. Die noodzaak wordt volgens de rechters niet duidelijk in het huidige wetsvoorstel.