Inflatie stijgt voor derde maand op rij

Een euro.
Een euro. Foto ANP/Lex van Lieshout

De inflatie is voor de derde maand op rij met 0,2 procentpunt gestegen. De prijsstijging voor consumenten bedroeg in april 0,6 procent, aldus cijfers van het CBS. In januari was de inflatie met 0 procent nog het laagst in 27 jaar.

Was het in maart nog de stijgende benzineprijs die de inflatie veroorzaakte, vorige maand waren het nieuwe en duurdere telefoontoestellen die aan de prijsstijging ten grondslag lagen. Ook de daling van de prijzen van voedingsmiddelen is in april iets afgenomen ten opzichte van maart. Sinds juli vorig jaar daalden de prijzen vrijwel iedere maand, tot in februari de prijsstijgingen weer eens toenamen.

Ook in de Eurozone steeg de inflatie, al is die nog altijd gemiddeld 0,0 procent volgens de Europese geharmoniseerde index voor de consumentenprijzen (HICP). Die cijfers zijn gemeten volgens de gemeenschappelijke Europese definitie, die afwijkt van het nationale Nederlandse cijfer. In maart was er nog sprake van deflatie.

Deflatie kan nadelig zijn

Hardnekkige deflatie wordt gezien als nadelig voor de economie. Consumenten kunnen hun bestedingen uitstellen in afwachting van lagere prijzen in de toekomst, en schulden worden moeilijker af te lossen. Vooral Zuid-Europese landen hebben er last van. Zij hebben te maken met deflatie, maar omdat het verschil met de rest van Europa klein is, wordt hun concurrentiepositie er niet veel beter op.

De lage inflatie wordt veroorzaakt door lage brandstofprijzen die dit jaar vermoedelijk veel lager blijven in vergelijking met vorig jaar. De olieprijsdaling begon in juli vorig jaar. De Europese Centrale Bank kondigde in januari aan om 1.140 miljard euro in de economie van de eurozone te pompen om deflatie in de eurozone af te wenden.

Lees ook bij NRC Q: Dit moet je weten over de Nederlandse economie, in 7 graphics, en Het mysterie van het inflatiemandje.