‘Fuck de koning!’ Mag dat?

Een activist wordt vervolgd omdat hij vorig jaar op een betoging riep: ‘fuck de koning, fuck de koningin, fuck het koningshuis’. In theorie kan de man vijf jaar cel krijgen. Vervolging voor majesteitsschennis komt vaker voor, maar is dat nog wel van deze tijd?

Op een demonstratie tegen Zwarte Piet, vorig jaar november in Amsterdam, wordt een activist opgepakt die leuzen roept tegen het koningshuis. Foto Evert Elzinga/ANP
Op een demonstratie tegen Zwarte Piet, vorig jaar november in Amsterdam, wordt een activist opgepakt die leuzen roept tegen het koningshuis. Foto Evert Elzinga/ANP

Zwarte Piet was het onderwerp van de betoging, 16 november vorig jaar op het Beursplein in Amsterdam, gelijktijdig met de Sinterklaasintocht. Maar opeens ging het én over Zwarte Piet én over de Palestijnse kwestie én over het koningshuis en werd spreker Abulkasim Al-Jaberi, gehuld in Palestina-sjaaltje, door agenten van het podium gehaald. Hij stak zijn middelvinger omhoog en riep: „Fuck de koning, fuck de koningin, fuck het koningshuis!”

Opzettelijk beledigen van de Koning (art. 111 Strafrecht) en diens echtgenote (art. 112) is Al-Jaberi ten laste gelegd. Eerder had het Openbaar Ministerie (OM) de activist daarvoor een boete opgelegd, 500 euro. Maar omdat hij in verzet ging zal hij zich nu op 27 mei voor de politierechter moeten verantwoorden. Dat bevestigde het OM gisteren, nadat de advocaat van Al-Jaberi de publiciteit had gezocht.

Vervolging voor majesteitsschennis komt vaker voor. Ongeveer tien keer van 2010 tot en met 2013, volgens het Centraal Bureau van de Statistiek. Vijfmaal werd de belediging afgedaan met een boete, vijfmaal leidde het tot een rechtszaak. De zaken halen zelden het nieuws, ditmaal blijkbaar wel. Gisteren vroeg D66 premier Mark Rutte direct om opheldering. Hoe verhoudt de vervolging zich tot de vrijheid van meningsuiting en het recht op betoging, wil de partij weten. En is het wetsartikel niet achterhaald?

Soms mag het wel, soms niet

In theorie kan Al-Jaberi vijf jaar celstraf krijgen voor majesteitsschennis. Dat het verschil met straf bij belediging van een burger (maximaal drie maanden celstaf) zo groot is, heeft te maken met de bescherming van het koningshuis als instituut. De Staat moet gevrijwaard blijven van ondermijning, is het idee.

Volgens een woordvoerder van het OM in Amsterdam leidt belediging van de koning lang niet altijd tot vervolging, maar ditmaal speelde de context een rol. „Er vonden gelijktijdig een demonstratie en een kinderfeest plaats, het geheel moest dus niet uit de hand lopen. Deze meneer riep leuzen waarover de betoging op dat moment niet ging en verstoorde daarmee de orde. Toen is besloten hem aan te houden. Dat kon op grond van majesteitsschennis.” In een andere context, zegt hij, was na een dergelijke belediging niet tot aanhouding overgegaan.

Context speelt in deze zaken altijd een rol, zegt advocaat en historicus Stef Ketelaar, die onderzoek deed naar majesteitsschennis. „Was de uitlating aan de koning puur om te beledigen, of is die gedaan in een politieke context?” In het laatste geval – bijvoorbeeld bij een demonstratie tegen de monarchie – zal het gezag ‘fuck de koning’ eerder gedogen dan wanneer iemand op straat agenten beledigt en de koningin zomaar een ‘hoer’ noemt. Hiervoor kreeg een verdachte in 2007 een boete van vierhonderd euro opgelegd.

Dat het woord ‘fuck’ voldoende beledigend kan zijn voor straf lijkt zonder twijfel, maar of de rechter het woord in dit geval ook beboet is volgens Ketelaar zeer de vraag. „De advocaat zal straks betogen dat de verdachte politieke kritiek heeft geuit bij een demonstratie. En dat mag. In een politieke context kun je volgens Europees recht aardig ver gaan met beledigen, choqueren, verontrusten.” Best kans op vrijspraak dus, denkt Ketelaar.

In België en Groot-Brittannië leidt majesteitsschennis volgens Ketelaar vrijwel nooit to vervolging. „En ik ben benieuwd of de koning er zelf eigenlijk mee zit.”

Wat de uitspraak straks ook zal zijn, de zaak is nu al koren op de molen van de republikeinen. Ketelaar: „Bij straf klinkt kritiek in de samenleving, bij vrijspraak ook. ‘Had dat nou gemoeten?’ Justitie lokt hiermee nu een debat uit over dit wetsartikel en ik betwijfel of ze dat wel wil. Ze had het ook door de vingers kunnen zien.”