De kunst van de cliffhanger

Ellen Deckwitz geeft een cursus voor de lezers van nrc.next: Eerste Hulp bij het lezen van gedichten. Want heus, poëzie is mooi, niet moeilijk.

Illustratie Jenna Arts
Illustratie Jenna Arts Illustratie Jenna Arts

Met taal kan je schade toebrengen zonder te hoeven opdraaien voor tandartsrekeningen of alimentatie. Kijk maar naar de volgende uitspraak van Madonna tegen Elton John: „Jij kan makkelijk vijf kilo afvallen, je hoeft alleen maar je pruik af te zetten.” Of neem de scherpgebekte Winston Churchill. Toen een vrouw hem berispte om zijn dronkenschap, reageerde hij met: „morgenochtend ben ik weer nuchter en u nog steeds lelijk”.

De meeste mensen verkeren in de veronderstelling dat poëzie slechts over de dood of de liefde mag gaan. Iedereen die Gerrit Komrijs briljante gedicht Het boek van mijn vijand ligt bij de Slegte kent, weet wel beter. Poëzie is bij uitstek geschikt om iemand er eens flink van langs te geven. Niet alleen dankzij het rijm, waardoor we rond 5 december wraak kunnen nemen op te aanwezige familieleden wiens namen nu eenmaal makkelijk rijmen op bepaalde woorden(zus Jet, tante De Boer, neef Clément), maar vooral door het ‘enjambement’. Het wát? Komt-ie.

Een gedicht is doorgaans niet opgeschreven als een romantekst. Neem nou het vers hiernaast. Dat herken je van tientallen meters afstand al als een gedicht. De regels zijn voortijdig afgebroken en er is veel meer wit dan bij een standaardtekst. Dat komt niet door een overwerkte vormgever, maar doordat poëzie in de oudheid op deze wijze werd opgeschreven, om aan te kunnen geven waar de pauze voor de voorlezer lag. Zelfs met het verdwijnen van het eindrijm en het ontstaan van het vrije vers, is dit zo gebleven, omdat het veel meer mogelijkheden biedt dan een doorlopende tekst.

Door iedere regel zelfstandig te presenteren, komt er op ieder woord meer nadruk te liggen. Je leest nauwkeuriger, en dat niet alleen: het voegt ook een temporeel element toe. Na iedere regel pauzeer je even, waardoor de regelafbreking eveneens bepalend wordt voor het ritme. Een geschreven gedicht is dus niet alleen een stukje tekst, maar ook een beetje een partituur.

In de loop der eeuwen is er zo een leesafspraak ontstaan. Je leest eerst aandachtig de ene regel (en beschouwt dit als één zin), en daarna pas de volgende regel. Zo ontstaan er verschillende interpretaties. De zin „ik wil je kussen op je bed leggen” zou één regel kunnen beslaan. Maar hoeveel spannender wordt het wel niet als je deze zin in stukjes opbreekt: „Ik wil je/kussen op je bed/leggen.” Rode oortjes op het brugklaskamp!

Over naar een prachtig voorbeeld. Een van de allerallerallerbeste enjambementen is Gemeen Gedicht van dichter en schrijver Florence Tonk (1970). Neem de tweede regel. Die kan je lezen als ‘ze kijkt als ze danst zoals ze denkt’ wat al niet heel aardig is om over iemand te zeggen. Maar door de daaropvolgende regel staat er ook nog eens: ‘ze kijkt als ze danst zoals ze denkt/ dat men kijkt als men neukt’ Deze regels worden gevolgd door regels waarin er enjambementtechnisch weinig gebeurt. Net als je daaraan gewend bent, doet ze het weer: ‘wijn verzacht maar als ze lacht zie je dat’ (ik stel me hierbij asfaltzwarte wijntanden voor). Pas als je de volgende regel erbij pakt staat er dat het ondanks de verzachting van de wijn allemaal ‘zo ernstig is geworden’. Het beste enjambement in dit gedicht is natuurlijk het ‘stoephoer/denkt ze verbeten’, waarmee ook de lezer op het verkeerde been wordt gezet. Als de ‘ze’ in dit gedicht werd uitgescholden voor ‘stoephoer’ krijg je een beetje medelijden met de wanhopige danseres, maar uiteindelijk blijkt het lijdend voorwerp van dit vers het zélf te denken. Waardoor ze zo mogelijk nog onsympathieker overkomt.

Zou deze tekst even goed zijn wanneer ze als proza (dat wil zeggen, gewoon met alle regels achter elkaar aan) was geschreven? Met bijbehorende interpunctie? Natuurlijk niet. Enjambementen zijn een soort cliffhangers. Ze dwingen ze om de zinnen te lezen en herlezen. Ze onthullen daardoor extra lagen, dwingen extra betekenissen af.

Begrijp me niet verkeerd. Het enjambement is niet een trucje dat alleen in gemene gedichten wordt toegepast. Ze werkt ook prima in gedichten over liefde en de dood. Het leven, en in het bijzonder de dichtkunst, mag natuurlijk niet alleen om geweld draaien. Maar als er dan toch geweld moet plaatsvinden, dan liever in versvorm dan in het dagelijks leven, het liefst met assistentie van het enjambement. Make poems, not war. Dan zou de mensheid er een stuk gezelliger uitzien. Zo valt er eindelijk nog eens over wereldvrede te dromen. Zolang we maar niet kijken of we klaar gaan komen.