Herman de vries laat ook in Venetië natuur kunst maken

Blaadjes, stukjes glas, takjes, aarde. Van alles kan herman de vries kunst maken. Hij doet dat al jaren, maar hier in Venetië past het ineens exact in de tijdgeest.

Herman de Vries. Foto ANP/ Bas Czerwinski
Herman de Vries. Foto ANP/ Bas Czerwinski

Huppelend als een kind komt de 83-jarige herman de vries het Nederlands paviljoen binnen gedanst. Als een popster wordt hij op de eerste previewdag van de Biënnale van Venetië gevolgd door filmploegen en fotografen. De kunstenaar die zijn naam uit bescheidenheid met kleine letters schrijft, heeft inmiddels een carrière van meer dan een halve eeuw achter de rug. Ver weg van de kunstwereld, in de bossen rondom zijn Duitse woonplaats Eschenau, maakt hij kunstwerken van materialen die de natuur hem schenkt: stenen, boomtakken, grassen. Nu is hij uit die schuilplaats tevoorschijn gekomen en staat hij op het belangrijkste podium van de internationale kunstwereld - als een onwennig hert in de schijnwerpers.

Vier jaar geleden was hij ook al eens op bezoek in Venetië, vertelt de vries. Destijds bedacht hij dat als hij ooit voor de Biënnale zou worden uitgenodigd, hij de lagune tot kunstwerk zou willen verheffen. Toen hij in de zomer van 2014 de winnaar bleek van de selectieprocedure van het Mondriaan Fonds, kon hij dat plan gaan verwezenlijken. Afgelopen winter trok de vries met een gids langs twaalf verlaten eilandjes in de lagune van Venetië. Tien dagen lang verzamelde hij spullen waar zijn oog op viel: voornamelijk planten en algen, maar ook eeuwenoude Byzantijnse scherven en stukjes felrood en helblauw Murano-glas. Hij rangschikte ze op kleur en lijstte ze netjes in. Zo ontstond from the laguna of venice – a journal, een prachtig visueel dagboek dat het hart vormt van de vries’ tentoonstelling.

Curatoren Colin Huizing en Cees de Boer, dit jaar verantwoordelijk voor de Nederlandse inzending op de Biënnale, waren erbij tijdens die zoektochten. „Hij loopt, kijkt, raapt wat op, gooit het weer weg en soms bewaart hij wat”, zo omschrijft De Boer de werkwijze van de vries. Zelf mocht de curator ook helpen verzamelen. „Dan zag ik een schelpje en kreeg ik vervolgens van de vries de opdracht er een handvol van te zoeken, zodat hij ze mooi kon rangschikken.” Hij wijst op een lijst met een raster van glimmende zwarte knopjes. „Dat zijn geitenkeutels”, zegt De Boer met enige trots. „Die zijn ook door mij bijeengeraapt.”

Uiteindelijk lag de boot vol met koffers die volgestopt waren met boomstronken en bladeren. Allerlei soorten algen lagen tussen oude kranten te drogen. De vries raapte niet alleen organisch materiaal op, maar ook de sporen van menselijke activiteiten. Achter het glas van de lijsten zitten ook stukjes visnet en half vergaan schuimplastic gevangen, of een vishaakje met een condoom eraan. „Dit is de werkelijkheid van de lagune”, zegt Huizing. „Een extract van Venetië.”

Je zou de kunstwerken van de vries readymades kunnen noemen. Hij ziet de schoonheid van een tak of een steen en maakt er kunst van door ze in te lijsten of op een voetstuk te plaatsen. In het Nederlandse paviljoen toont hij drie verbrande boomstronken die hij na midzomernacht aantrof in het Steigerwald, het bos dat hij als zijn atelier beschouwt. Ze zijn mooi zoals ze zijn, daar hoeft niets meer aan veranderd te worden. De vries wil geen onderscheid maken tussen kunst en natuur. „Je kunt de werken daarom ook naturemades’ noemen, zegt Huizing. „Het is de natuur die deze kunstwerken gemaakt heeft.”

Eén wand is gevuld met kleurvakken in de meest uiteenlopende aardetinten, 84 ingelijste exemplaren in totaal. Deze ‘aarduitwrijvingen’ vormen samen een schitterend palet van onze planeet, van het bijna witte zand in Death Valley tot de bruine klei uit Zoetermeer. In de kleurvlakken zijn nog goed de vingerafdrukken te zien van de kunstenaar, die het pigment met flinke halen over het papier heeft verspreid. „Hij maakt er maar één per dag, want het is best ruw voor je vingers”, aldus Huizing. „De meeste aarde is afkomstig uit bewoonde gebieden, het is pigment dat aan de oppervlakte ligt. Dit is dus de wereld waarop we lopen, in deze aarde zijn de sporen van onze beschaving terug te vinden. Dat is wat de vries wil laten zien. Hij maakt ons bewuster van de rijkdom van de wereld waarin we leven. In een tijd dat beeldschermen onze cultuur domineren, zegt de vries: kijk naar de natuur, zie hoe mooi ze is.”

Tegen de serene architectuur van het Rietveldpaviljoen komt de natuurkunst van de vries uitstekend tot zijn recht. Zijn tentoonstelling vormt een rustpunt binnen de hectiek van de biënnale, als een zentuin middenin een drukke stad. Je kunt er de geur opsnuiven van rozenknopjes, mooi gegroepeerd in een cirkel op de vloer. Je kunt je vergapen aan de prachtige structuren van de algen die de vries opviste uit de lagune. Samen vormen de werken een goed gekozen staalkaart van zijn oeuvre, dat hij al jaren consequent uitvoert, maar dat nu opeens in de pas lijkt te lopen met de tijdgeest. Het duurde wellicht wat langer dan hij gehoopt had, maar in Venetië is herman de vries helemaal op zijn plek.

De Biënnale van Venetië, 9 mei t/m 22 nov in Venetië. Inl: labiennale.org