Fanatiek waarschuwde hij voor de islam

Hans Jansen (1942-2015)

Arabist en politicus

De wetenschapper die een hekel kreeg aan de islam, zo stond Hans Jansen bekend.

Hans Jansen ten tijde van het proces tegen Geert Wilders, in 2010.
Hans Jansen ten tijde van het proces tegen Geert Wilders, in 2010. Foto Olivier Middendorp/WFA

Hans Jansen (72) is bekend geworden als de begaafde arabist die een hekel kreeg aan de islam. De PVV-Europarlementariër overleed gisteren aan de gevolgen van een hersenbloeding.

In kleine kring werd Hans Jansen al sinds de jaren tachtig geroemd om zijn artikelen en boeken en zijn bewerking van een gezaghebbende vertaling van de Koran. Maar bij een veel breder publiek werd hij in 2010 bekend door zijn opvallende rol in het proces tegen Geert Wilders. Jansen was door Wilders als getuige-deskundige opgeroepen. Jansen beweerde dat een van de rechters had geprobeerd hem te beïnvloeden tijdens een etentje. De rechtbank werd gewraakt en het proces moest over.

Jansen was een graag geziene gast in talkshows. Hij waarschuwde fanatiek voor de islam. Die zag hij als een gewelddadige godsdienst die ernaar streeft de macht in het Westen over te nemen. Op een boekpresentatie in 2010 voorspelt Jansen dat de strijd tegen de islamisering mogelijk zal uitmonden in „rivieren van bloed”. Hij zat sinds mei 2014 in het Europees Parlement voor de PVV. Hij was daar overigens nogal onzichtbaar.

Langer geleden was hij aanzienlijk milder over moslims. Hij beschreef de islam ooit als een „heel aantrekkelijke en krachtige cultuur”. In debat met Pim Fortuyn in 2001 zei hij dat Nederlandse moslims „met een rotgang aan het assimileren” zijn, en hij vond de islamkritiek van Fortuyn maar overdreven. Van 1979 tot 1982 was hij directeur van het Nederlands instituut in Kairo. Daarna werkt hij tot 2005 als universitair docent Arabisch en islamkunde aan de Universiteit Leiden.

Verschillende gebeurtenissen in het leven van Hans Jansen wakkerden in de loop der jaren zijn angst voor extremisme aan. In 1974 trad hij op als tolk in een gijzelingszaak in de Scheveningse gevangenis. Een Palestijnse vliegtuigkaper gijzelde met medegevangenen een zangkoor dat daar optrad. Ze werden overmeesterd zonder dat er gewonden vielen.

Ook de moord op de Egyptische president Sadat in 1981 door moslimfundamentalisten maakte diepe indruk op hem, ook al omdat er verschillende mensen van de Nederlandse ambassade bij aanwezig waren met wie hij bevriend was. Vele jaren later wordt zijn afkeer van extremisten verder gevoed als zijn zoon, cabaretier Ewout Jansen, „heftige reacties” krijgt op grappen over de islam.

Op de Universiteit Leiden kreeg Jansen het regelmatig aan de stok met collega’s. Ze durfden geen kritiek te hebben op de islam, vond hij, omdat ze bang waren dat het hun contacten binnen hun moslimnetwerk zou schaden. Jansen beschimpte ze daarom. Hij raakte steeds verder van zijn collega’s verwijderd en kreeg belangstelling voor niet-wetenschappers die zich bezighielden met de islam. Zoals VVD-leider Frits Bolkestein, die de multiculturele samenleving mislukt vond. Hij raakte bevriend met cineast en publicist Theo van Gogh en leerde via hem ook VVD-politica Ayaan Hirsi Ali kennen. Hij zag in hen geestverwanten. De moord op Van Gogh in 2004 door een moslimextremist bevestigde al zijn analyses over de onverzoenlijkheid van de islam.

Typerend voor zijn rol in het debat is de vreugde waarmee zijn dood door sommige twitteraars is ontvangen. Zo schreef de radicale imam Abdul-Jabbar van de Ven, die ooit samen met Jansen een boek publiceerde, gisteren op Facebook dat hij Allah dankt dat „de wereld is verlost van een kwaadaardige leugenaar”. Bij de website Geenstijl, waarvoor Hans Jansen columns schreef, wordt op het bericht van zijn dood vele malen gereageerd door mensen die hem hoog achten.